Tussen
- Luc Van De Steene
- 30 jul
- 2 minuten om te lezen

Er is een plaats
die geen plaats is.
Ze ligt
niet in jou
en niet in mij.
En toch
vinden we haar
soms.
Niet wanneer we
elkaar begrijpen.
Maar wanneer begrijpen
heel even niet meer nodig is.
Alsof de stilte
zich
tussen twee mensen
herinnert
hoe ze licht
kan worden.
Ik heb lang gedacht
dat een ontmoeting
begint
met spreken.
Nu vermoed ik
dat ze begint
met luisteren.
Niet naar woorden.
Maar naar de ruimte
waarin ze ontstaan.
Sommige mensen
dragen die ruimte
met zich mee.
Je voelt het
nog vóór
het eerste woord.
Alsof hun aanwezigheid
zegt:
je hoeft hier
niets
te verdedigen.
En langzaam
valt van een mens af
wat nooit
zijn ware gezicht
is geweest.
Niet omdat iemand
hem verandert.
Maar omdat hij
(voor het eerst)
niet veranderd
hoeft te worden.
Misschien
is dat
de verborgen kunst
van nabijheid.
Niet dichter
naar elkaar toe groeien.
Maar wijder worden.
Tot er tussen ons
genoeg hemel is
voor twee vogels
die elk
hun eigen vlucht
bewaren.
En genoeg aarde
voor wortels
die elkaar
niet zoeken,
maar vinden.
Soms
gebeurt het zomaar.
In een blik.
Een wandeling.
Een gedeelde stilte.
Een zin
die geen antwoord vraagt.
Dan ontstaat
heel even
iets
wat niemand
bezit.
Een werkelijkheid
die niet van jou is.
Niet van mij.
Maar die ons beiden
ontvangt.
Misschien
is dat
het meest kostbare
wat een mens
kan meemaken.
Niet zozeer geliefd zijn.
Niet zozeer begrepen worden.
Maar thuiskomen
in een ruimte
die alleen bestaat
zolang we haar
samen
bewonen.
En wanneer we
weer verder gaan,
neemt niemand
ze mee.
Toch blijft ze
bestaan.
Zoals de geur
van regen
achterblijft
in een tuin
waar geen
levende ziel
te bespeuren valt.
Leeuwenhart eindigt met de waardigheid van een hart dat zichzelf heeft gevonden. De gastvrijheid van het hart eindigt met een hart dat een thuis wordt voor een ander. En Tussen eindigt met een werkelijkheid die groter is dan beide mensen.
Daar zit een vloeiende beweging in: Ik. Jij. Wij. Het gaat niet over het wij dat individualiteit opslokt. Het gaat over het wij waarin beide mensen juist méér zichzelf mogen worden.
Alles wat wezenlijk is, ontstaat niet in mij, niet in jou, maar in de ruimte die we elkaar durven schenken.
Dit is mijn kleine poëtische filosofie over de weg van het hart. Eerst het hart dat zichzelf leert bewonen. Dan het hart dat gastvrij wordt. En tenslotte de mysterieuze ruimte die ontstaat wanneer twee gastvrije harten elkaar ontmoeten.



Opmerkingen