Op een ochtend
- Luc Van De Steene
- 16 aug
- 4 minuten om te lezen

🗣️ Kafka’s 'Metamorfose' uit 1915 blijft een merkwaardig verhaal.
Op een ochtend wordt Gregor Samsa wakker en merkt hij dat er iets fundamenteels veranderd is. Hij ligt op zijn rug. Zijn benen bewegen niet meer zoals hij gewend is. Zijn lichaam gehoorzaamt niet. Kafka beschrijft het zonder pathos, bijna administratief. De metamorfose is een feit, geen hypothese.
Wat Gregor denkt, is misschien nog merkwaardiger. Niet: Wat is er met mij gebeurd? Maar: Hoe ga ik zo nog op tijd op het werk geraken? Hij maakt zich zorgen over zijn baas, over zijn gemiste trein, over zijn plichten die hij niet meer zal kunnen vervullen. Zijn nieuwe lichaam is vooral een praktisch probleem.
Zijn huisgenoten reageren al evenzeer praktisch. Ze schrikken, ja. Ze schamen zich. Ze sluiten hem op in zijn kamer. Ze brengen hem eten dat hij niet meer kan eten; het nieuwe lichaam laat het eenvoudigweg niet toe. Ze proberen de kamer aan te passen, ruimen zijn spullen weg, en uiteindelijk ruimen ze hem zelf uit de weg. Niet noodzakelijk uit wreedheid, maar vooral uit onvermogen. Voor wat Gregor is geworden, is er geen plaats meer in het huishouden. Gregor sterft niet op dramatische wijze. Hij verdwijnt bijna geruisloos. Wanneer hij er niet meer is, kan het gezin opgelucht ademhalen. Er is weer ruimte. Er kan weer vooruitgekeken worden.
Gregors metamorfose is vandaag minder vreemd dan we denken.
Uiteraard niet omdat we letterlijk in insecten veranderen, maar omdat we allemaal een lichaam bewonen waarvan we stilzwijgend verwachten dat het blijft functioneren. We rekenen erop dat ons lichaam ons brengt waar we moeten zijn, dat het ons laat werken, zorgen, bewegen, presteren, plannen en beschikbaar zijn. Tot het op een dag niet meer doet wat we ervan verwachten.
Dat kan door burn-out. Door langdurige ziekte. Door een chronische aandoening. Door een ongeval, een depressie, ouderdom of simpelweg doordat het lichaam zijn eigen grenzen begint te stellen. Dan verandert het niet noodzakelijk de mens, maar wel de verhouding tot zijn omgeving. Het lichaam dat altijd beschikbaar leek, wordt plots onbetrouwbaar. Het lichaam dat ons hielp onze plaats in de wereld in te nemen wordt een beperking. Wat gisteren vanzelfsprekend was, moet vandaag worden uitgelegd: waarom je niet kunt komen, waarom het iets meer tijd kost, waarom je rust nodig hebt, waarom je niet meer kunt wat je vroeger zonder nadenken deed.
Daar begint Kafka ineens opvallend dichtbij te komen.
Gregor kan niet meer doen waarvoor zijn lichaam, in de ogen van zijn omgeving, dient: werken, geld verdienen, zijn familie onderhouden. Zijn lichaam trekt zich terug uit zijn economische functie. Precies daardoor lijkt ook zijn maatschappelijke waarde te verdampen.
Dat is misschien wel het meest pijnlijke aan De metamorfose: Gregor verliest niet alleen zijn oude lichaam. Hij verliest de rol die dat lichaam voor anderen mogelijk maakte. Zolang hij kostwinner is, heeft hij een duidelijke plaats. Hij werkt, betaalt, zorgt. Wanneer hij dat niet meer kan, moeten de anderen opnieuw bepalen wie hij is en of hij nog ergens toe dient.
Dat klinkt hard. Maar hoeveel zachtere versies daarvan herkennen we vandaag?
We leven in een cultuur waarin functioneren zo vanzelfsprekend is geworden dat we nauwelijks merken hoe sterk we onze identiteit eraan ophangen. We vragen hoe het met iemand gaat en bedoelen vaak: Kun je alweer werken? We spreken over herstel en denken al snel aan opnieuw functioneren. Zelfs ziekte wordt gemakkelijk in termen van efficiëntie vertaald: hoe lang duurt het nog, wanneer kun je weer aan de slag, wat kun je nog wel? Wie uitvalt, krijgt daardoor niet alleen te maken met een lichaam dat niet meer doet wat het vroeger deed. Er ontstaat ook een nieuwe verhouding tot tijd, werk, geld, afhankelijkheid en eigenwaarde. Dat is misschien wel het hedendaagse harnas van Gregor.
Zijn nieuwe lichaam is een soort gesloten pantser geworden. Het beschermt hem nergens tegen en geeft hem geen vrijheid. Het is vooral een lichaam waarin hij opgesloten zit. Hij wil nog altijd dezelfde dingen, denkt nog altijd dezelfde gedachten, voelt nog altijd schaamte, verantwoordelijkheid en bezorgdheid, maar zijn lichaam werkt niet meer mee. Het is een ongemakkelijke gedachte voor een samenleving die het lichaam vooral kent zolang het functioneert.
Wat gebeurt er wanneer iemand niet meer kan produceren? Wat gebeurt er wanneer iemand niet meer kan zorgen, werken, reizen, deelnemen, beschikbaar zijn? Blijft deze mens dan even vanzelfsprekend deel uitmaken van het geheel?
Kafka geeft op die vraag geen geruststellend antwoord.
Zijn familie went uiteindelijk niet aan Gregors nieuwe werkelijkheid. Ze organiseert zich eromheen. Eerst met moeite, daarna met ergernis en uiteindelijk met opluchting wanneer hij verdwenen is.
Ook dat is pijnlijk herkenbaar. Langdurige (mantel)zorg kan zwaar zijn. Een gezin kan uitgeput raken. Partners kunnen hun grenzen bereiken. Collega’s kunnen niet eindeloos opvangen wat iemand niet meer kan. Dat maakt hen niet tot slechte mensen. Juist daarin zit Kafka’s ongemak: begrip, liefde en solidariteit blijken geen vanzelfsprekende krachten die alles overwinnen. Ze kunnen onder druk komen te staan zodra de afhankelijkheid (te) lang duurt.
Het interessante is niet dat Gregor een insect wordt. Het interessante is wat er gebeurt wanneer zijn lichaam niet meer meedoet.
Dat is misschien de reden waarom De metamorfose meer dan honderd jaar later nog zo ongemakkelijk dichtbij voelt. Kafka schreef geen verhaal over burn-out, chronische ziekte of onze hedendaagse obsessie met productiviteit. We hoeven zijn verhaal ook niet tot zo’n allegorie te reduceren. Maar zijn vraag is nog altijd de onze:
Wat blijft er van onze waarde over wanneer ons lichaam niet langer doet waarvoor we het nodig hebben? En misschien nog lastiger: hoe kijken we naar iemand wanneer die niet meer kan geven wat wij van hem of haar gewend zijn?
Op een ochtend kan een lichaam veranderen. Niet in een insect, zoals bij Gregor Samsa. Maar wel genoeg om de vanzelfsprekendheden van een heel leven weg te nemen. Dan blijkt misschien pas hoeveel van onze identiteit we hadden toevertrouwd aan iets waarvan we altijd dachten dat het gewoon zou blijven werken.




Opmerkingen