De gastvrijheid van het hart
- Luc Van De Steene
- 27 jul
- 2 minuten om te lezen

Er kwam een dag
dat ik begreep
dat een mens
niet alleen
een huis
voor zichzelf
kan zijn.
Lang had ik gedacht
dat innerlijke rust
de bestemming was.
Alsof het leven
mij slechts wilde leren
mijzelf
te bewonen.
Maar rust
blijkt
geen eindpunt.
Ze opent
een deur.
Pas wanneer
het stiller wordt
vanbinnen,
ontstaat er ruimte.
Niet de lege ruimte
van gemis.
Maar de open ruimte
waarin een ander
kan bestaan
zonder kleiner
of groter
te hoeven worden.
Misschien
is dat
de eerste vorm
van liefde.
Niet vasthouden.
Niet overtuigen.
Niet veranderen.
Alleen
de ander
ontvangen
zoals de ochtend
het eerste licht ontvangt.
Zonder haast.
Zonder oordeel.
Zonder voorwaarden.
Er zijn mensen
bij wie je niet méér hoeft te worden
dan je bent.
En juist daardoor
word je
meer jezelf.
Niet omdat ze
je vormen.
Maar omdat ze
de moed hebben
je niet
te vormen.
Hun hart
heeft kamers
waarin niets
op slot zit.
Hun stilte
is gastvrij.
Hun aandacht
maakt plaats.
En in die plaats
gebeurt iets
wat geen mens
alleen
tot stand kan brengen.
Daar
ontstaat
die onzichtbare ruimte
waarin geven
en ontvangen
hun namen verliezen.
Waar luisteren
antwoord wordt.
Waar nabijheid
zichzelf herkent.
Zoals bomen,
die elkaar
boven de aarde
nauwelijks raken,
maar diep
onder het licht
hun wortels
toevertrouwen
aan dezelfde grond.
Misschien
is verbondenheid
geen band
die we smeden.
Misschien
is ze
de ruimte
die verschijnt
wanneer twee harten
bewoonbaar worden
voor elkaar.
En misschien
is dat
de grootste moed
waartoe een mens
kan groeien.
Niet alleen
jezelf
bewonen.
Maar in jezelf
zoveel ruimte maken,
dat een ander
zich,
al is het maar
voor een ogenblik,
thuis mag voelen.



Opmerkingen