Leeuwenhart
- Luc Van De Steene
- 20 jul
- 1 minuten om te lezen
26 juli – bij het naderen van zesenzestig

Vanmorgen
werd ik niet wakker.
Een gedachte
kwam de slaap
met zachte handen
uit mijn ogen tillen.
Zij sprak geen naam.
Zij legde
slechts één woord
in mijn hart.
Leeuwenhart.
Ik heb het lang
verkeerd verstaan.
Ik zocht het
in kracht.
Het bleek
te wonen
in zachtheid.
Niet in het brullen.
Maar in het zwijgen
dat niets meer
hoeft te bewijzen.
Het leven –
die stille beeldhouwer –
heeft niet gebouwd.
Het heeft weggenomen.
Laag na laag
zekerheden,
maskers,
grote woorden.
Tot er iets zichtbaar werd
dat nooit
gemaakt hoefde te worden.
Alleen
herkend.
Op zesentwintig juli
word ik
zesenzestig.
Een merkwaardig getal.
Alsof twee zessen
elkaar aankijken
en glimlachen,
om alles
wat zij niet meer
hoeven uit te leggen.
Mijn verjaardag valt
wanneer de zomer
haar diepste adem haalt.
Het koren
staat zwaar van licht.
De bomen
dragen schaduw
als een oude wijsheid.
En bijna onmerkbaar
keert het licht
zich al
een fractie
naar huis.
Niet uit vermoeidheid.
Uit voltooiing.
Misschien
is ouder worden
wel niets anders.
Niet minder licht.
Maar licht
dat geleerd heeft
waar het wonen wil.
Als ik vandaag
iets wensen mag,
dan niet
meer tijd.
Alleen
een hart
dat de moed heeft
steeds zachter te worden.
Een hart
dat niet langer
tegen het leven vecht,
maar het tegemoet gaat
zoals de ochtend
die ene gedachte
naar mijn bed bracht:
zonder geluid,
zonder haast,
met de waardigheid
van een leeuw
die eindelijk weet
dat zijn grootste kracht
zijn hart is.



Opmerkingen