Oerbrein met bijwerkingen
- Luc Van De Steene
- 18 okt 2025
- 4 minuten om te lezen

Ergens diep in ons hoofd woont een oeroud wezen. Het heeft geen LinkedIn-profiel, geen mindfulness-app en het weet niet wat een groepschat is. Het weet wél hoe je moet overleven. Het is snel, fel en ongeduldig. Het is ons oerbrein, en het trekt vaker aan de touwtjes dan we willen toegeven.
We denken graag dat we rationele wezens zijn. We wegen af, we plannen, we reflecteren. Tot iemand ons in het verkeer de pas afsnijdt. Of de telefoon een fractie te lang stil blijft na een bericht. Of de partner zegt: “We moeten eens babbelen.”
Dan grijpt het oerbrein het stuur, zonder pardon. Hartslag omhoog, spieren gespannen, zweet in de handpalmen. De rest van het brein mag even uitrusten; de oermens heeft de shift overgenomen.
Psychiater Esther van Fenema, auteur van De mentale schijf van vijf, zegt het mooi: “we weten nog te weinig over wat er zich in ons hoofd afspeelt, en wat we wél weten, gebruiken we nauwelijks.” Terwijl een beetje psycho-educatie over dat oerbrein heel wat misverstanden zou kunnen voorkomen; over onszelf, over elkaar, over waarom we soms zo … menselijk reageren. Hier zit veel nog te ontginnen zelfkennis.
Het brein als gedeelde werkplek
Je zou het brein kunnen zien als een bedrijf met meerdere afdelingen. Helemaal onderaan zit de afdeling Oerzaken & Paniek: daar wordt al miljoenen jaren gewerkt aan één missie: overleven. Daarboven heb je de afdeling Planning & Redelijkheid, die pas veel later is opgericht. Die is dol op Excel-schema’s, morele overwegingen en de lange termijn.
Het probleem: die twee afdelingen communiceren niet altijd even goed. Wanneer het oerbrein een dreiging waarneemt — een boze blik, een e-mail van de baas, een lege frigo — slaat het alarm. Zonder overleg. Terwijl de redelijke afdeling nog de handleiding zoekt, is de noodprocedure al gestart.
We reageren dan op emotie, niet op feit. Ons oerbrein kan het verschil niet zien tussen een tijger in het struikgewas en een opmerking op sociale media. Stress is stress. En dus pompt het adrenaline, versmalt het de focus en zet het ons in overlevingsmodus; ook als het enige dat bedreigd wordt ons ego is. Voorbeelden bij de vleet.
Een dier met een smartphone
Het grappige, en licht tragische, is dat ons oerbrein niet is mee-geëvolueerd met onze leefwereld. Het weet niet dat er geen sabeltandtijgers meer rondlopen. Het denkt nog altijd in termen van jagen of gejaagd worden, winnen of verliezen, erbij horen of buitengesloten worden. Alleen gebeurt dat nu op kantoor, op een feestje of op social media.
We zijn dus eigenlijk dieren met een smartphone. En soms zie je het gebeuren: iemand die in een vergadering plots in de aanval schiet, iemand die online fel reageert, of jijzelf die midden in de nacht een impulsieve mail schrijft. Achter elk van die acties zit een oerbrein dat dacht: nu of nooit.
De kracht van weten
Wat Van Fenema benadrukt, is dat kennis over het brein geen luxe is. Het is zelfzorg. Wie begrijpt wat er in hem of haar gebeurt, kan sneller herkennen: ah, dit is niet de werkelijkheid; dit is mijn oerbrein dat denkt dat er gevaar is. Alleen dat besef al kan wat rust brengen.
Het mooie is: het oerbrein is niet slecht. Het wil ons beschermen. Alleen is het nogal slecht in context lezen. Het is als een overijverige bewakingsagent die bij elk vreemd geluid het gebouw ontruimt. Handig bij brand, wat onpraktisch bij een vallende dossierkast — tenzij bij justitie, daar kan het wijzen op een instortend gebouw.
Van vechten naar begrijpen
Er zijn manieren om beter met dat deel van onszelf samen te werken. Niet door het te bevechten, maar door het te leren kennen. Een paar eenvoudige observaties:
Adem eerst, denk daarna
Ademen vertelt het oerbrein dat het veilig is. Simpel, maar effectief.
Herken je triggers
De meeste paniekknoppen zijn oud, vaak uit de kindertijd. Als je weet waar ze zitten, hoef je ze minder vaak (onbewust) in te drukken; lees ook Bewustzijn is alles.
Humor!
Een glimlach kalmeert het lichaam sneller dan een preek. En laten we eerlijk zijn: ons oerbrein verdient soms een vriendelijk schouderklopje.
Je kunt het ook personaliseren. Geef je oerbrein een naam: Ollie, Oerkarel, de Dinosaurus. Als hij zich weer eens laat horen, kun je zeggen: “Rustig maar, Ollie, het is maar een factuur.” Dat klinkt kinderachtig, maar het breekt de automatische keten van stress en reactie — vergeet niet: deze keten put ons uit, en kan op de lange termijn stuk gaan.
De vergeten les
Het opmerkelijke is dat we jarenlang hebben gedacht dat kennis over het brein iets voor specialisten was. Neurologen, psychiaters, onderzoekers, die zouden het wel uitzoeken. Maar ondertussen leven wij allemaal met dat brein, elke dag, 24/7. En we hebben er nooit echt een gebruiksaanwijzing bij gekregen.
Van Fenema pleit daarom voor meer mentale basiskennis, net zoals we leren over voeding of beweging. We weten dat we beter slapen van acht uur rust, maar weten we ook wat een overprikkeld brein doet met ons oordeel, onze stemming, onze relaties?
Als we meer begrip zouden hebben voor dat onderliggende mechanisme, zouden we misschien ook milder zijn voor elkaar. Want als iemand schreeuwt, vlucht of bevriest, is dat zelden uit kwade wil. Vaak is het gewoon een oeroud alarmsysteem dat iets te gevoelig is afgesteld.
Samenleven met de oermens in ons hoofd
We hoeven ons oerbrein niet uit te zetten, alleen beter af te stemmen. Het is tenslotte dankzij dat deel dat we hier überhaupt nog zijn. Het zorgde ervoor dat onze voorouders bessen vonden, roofdieren ontliepen en kinderen beschermden.
Misschien is dat de les van de 21ste eeuw: leren leven met een brein dat 200.000 jaar oud is in een wereld die elke week een update krijgt. En dat is niet niks.
Dus de volgende keer dat je hart tekeergaat om iets kleins, denk dan even: het is maar mijn oerbrein dat een beetje overijverig is vandaag.En geef het een aai. Zonder hem was je hier niet om erover te lachen.



Opmerkingen