top of page

Wat je niet ziet: over denkkaders en verbinding


Hetzelfde uitzicht, vier keer anders gekleurd. Wat we werkelijkheid noemen, bereikt ons door glas dat we niet zelf kozen. (Foto © Unsplash) 
Hetzelfde uitzicht, vier keer anders gekleurd. Wat we werkelijkheid noemen, bereikt ons door glas dat we niet zelf kozen. (Foto © Unsplash) 

Je kunt er niet naast kijken: we leven in een wereld waarin de meningen luid weerklinken en de overtuigingen frontaal botsen. Verbinding lijkt steeds moeilijker, alsof we elkaars taal nog wel spreken, maar niet langer elkaars wereld. Misschien schuilt daaronder geen onwil, maar iets fundamentelers: we kijken allemaal door een denkkader; een frame dat gevormd werd nog vóór we woorden hadden.


Vaak botsen we niet op feiten, maar op manieren van kijken. Op kaders die we zelden in vraag stellen en juist daarom zo fel verdedigen. Psychologisch onderzoek toont hoe hardnekkig dat werkt: argumenten alleen veranderen zelden een overtuiging; soms verharden ze haar zelfs.


Dit essay vertrekt vanuit één eenvoudige gedachte: wie zijn eigen kader leert zien, opent ademruimte. Ruimte voor nuance, voor ontmoeting, misschien voor verzoening. Niet om de waarheid te bezitten, maar om het gesprek opnieuw mogelijk te maken; in onderwijs, media, relaties, spiritualiteit en uiteindelijk in onszelf.


Wat volgt is een verkenning van dat onzichtbare raamwerk dat ons draagt én begrenst. 


De kooi van het denkkader 


We worden niet geboren als een onbeschreven blad of braakliggend terrein. Nog voor onze eerste ademtocht liggen er al sporen klaar. De baarmoeder zelf draagt soms de echo’s van angst of (on)veiligheid, een prelude op een leven dat zich binnen patronen zal ontvouwen. We erven meer dan genen: verwachtingen, (onverwerkt) trauma, stilzwijgen. Het gezin waarin we belanden is geen neutraal toneel, maar een bestaand script waarin we een rol krijgen toebedeeld nog voor we kunnen spreken. We bouwen een niet-talig geheugen op; uiteraard onbewust. 


Zo ontstaat ons denkkader. Het is dus geen bewuste keuze, maar een innerlijke bril waardoor we leren kijken, voelen en begrijpen. Het kader bepaalt wat we als normaal ervaren, en wat als vreemd of ‘gevaarlijk’. Het bepaalt wat vanzelfsprekend is en wat ons tegen de borst stuit. Ons denkkader is als zuurstof: onzichtbaar, overal aanwezig, essentieel, maar je merkt het pas als het begint te wringen. 


Het wringt, vooral wanneer verschillende denkkaders botsen. In relaties, in politiek, religie en media. Denk aan maatschappelijke discussies over identiteit, rechtvaardigheid, veiligheid: vaak spreken mensen niet met elkaar, maar langs elkaar; elk vanuit een ander perspectief dat ze zelden bevragen, maar wel fel verdedigen. 


Laten we niet vergeten dat zogezegd losse meningen voortkomen uit ingebakken denkkaders, en die veranderen niet zomaar. Sterker nog: wie een ander probeert te overtuigen, bereikt vaak het tegenovergestelde. Psychologen noemen dat het backfire-effect. Nieuwe informatie die haaks staat op je overtuiging, versterkt precies wat je al geloofde. Polarisatie is daar niet vreemd aan. 

Neem het onderwijs. We denken graag dat dat neutraal is: een plek van kennisoverdracht, van objectieve waarheid. Maar elke leerkracht staat voor de klas met een eigen denkkader, gevormd door zijn of haar achtergrond, overtuigingen, angsten, hoop. Dat is op zich geen zonde. Maar het wordt wel problematisch als een leerkracht zich daar niet van bewust is. Als zelfreflectie ontbreekt. Dan wordt het denkkader geen bril die tijdelijk gedragen wordt, maar een doctrine die stilzwijgend wordt overgedragen. Dat is ook in het beleid het geval. 


Denk aan de leerkracht die discipline boven alles stelt, omdat hij zelf zo is opgevoed. Of de leraar die sociaal engagement onbewust afdoet als naïef. Of de docent die kritisch denken verwart met het klakkeloos overnemen van zijn eigen mening. Zo worden denkkaders gereproduceerd, niet als open uitnodigingen, maar als onzichtbare muren rond het denken van jonge mensen. De leerling past zich aan, neemt over, conformeert, of botst, verstart, haakt af.


Het gevaar? Dat het onderwijs geen plek wordt waar leerlingen leren denken, maar waar ze leren hoe ze behoren te denken. Geen vrije geesten, maar goed gevormde kaders — misschien worden ze later wel kaderlid! 


Het is niet enkel het onderwijs. Ook op de werkvloer, in de zorg, in journalistiek, kunst en activisme zie je hetzelfde mechanisme: overtuigingen worden waarheid, perspectieven worden dogma’s. Mensen denken dat ze vrij zijn omdat ze binnen hun kader bewegen. Maar de echte vrijheid ligt daarbuiten, in de ruimte waar je je eigen denkkader durft in vraag te stellen.


Soms is die ruimte er ineens wel; door een verlies, een ontmoeting, een boek dat je raakt, door een leerling die een vraag stelt waar je zelf geen antwoord op hebt, een burn-out ... Plots kraakt het kader, en met wat geluk valt er door de barst wat licht naar binnen.


Een denkkader is geen bewuste keuze. Het is een filter, een bril, een frame waardoor we waarnemen, denken, handelen. We worden geboren in een veld van invloeden: gezin, cultuur, geschiedenis, trauma, taal. Nog voor we beseffen wie we zijn, worden we al bekeken en benoemd, beoordeeld eigenlijk. En met die blik, die woorden, groeien we op. Wat we normaal vinden, wat we als vanzelfsprekend beschouwen, wat we vanzelf afwijzen, dat alles komt voort uit een kader. En dat kader werkt niet alleen als houvast, maar vaak ook als een kooi.

Wat we dan nodig hebben, is niet nóg meer mening maar meer moed. De moed om te zeggen: ik weet het niet zeker. De moed om te twijfelen aan je zekerheden. Niet om ze af te breken, maar om ze losser te maken, zodat er iets of iemand anders binnen kan. Misschien begint echte wijsheid daar: niet in het verstevigen van je eigen denkkader, maar in het doorzien ervan. En in het besef dat we allemaal een bril dragen, maar dat we die af en toe kunnen schoonmaken. Of zelfs even kunnen afzetten.


‘Zo ben ik nu eenmaal’


Karel zegt vaak: “Zo ben ik nu eenmaal.” Hij bedoelt: rationeel, nuchter, iemand die het hoofd koel houdt, met gezond verstand. Maar achter die identiteit zit een jeugd waarin emoties geen plek kregen. Toen zijn moeder depressief was, werd stilte zijn overlevingsstrategie. ‘Zo ben ik nu eenmaal’ is geen karaktertrek, maar een kader gevormd uit noodzaak.


Karel is intussen veertig, en zijn relatie loopt vast. Zijn partner zegt dat ze zich niet gezien voelt. Karel begrijpt het niet. Hij is er toch altijd? Hij werkt hard, zorgt, geeft goeie raad. Maar kwetsbaarheid, twijfel, traagheid, daar heeft hij geen taal voor. Zijn kader laat dat niet toe.


Botsende brillen


Twee mensen kijken naar dezelfde situatie: moeder met huilend kind in het warenhuis. De ene denkt: dat kind wordt verwend. De andere denkt: dat kind is overprikkeld.


Zelfde beeld, ander kader, en dus: ander oordeel, ander gevoel, ander handelen.

Het eerste oordeel roept irritatie op: 'Die ouders hebben hun kind niet in de hand.' Het tweede oordeel roept empathie op: 'Wat moet dat kindje veel te verwerken krijgen.' Wat we denken te zien, is gekleurd door onze bril; en die bril, ons kader, is gevormd door onze geschiedenis.


Overgeërfd denken


In sommige families is de gedachte ‘je moet sterk zijn’ een dogma. Hulp vragen is zwak, falen is taboe. Dat wordt nooit uitgesproken, maar het zit in alles: de lichaamstaal, de stiltes aan tafel, de manier waarop omgegaan wordt met verlies.


Zo groeit iemand op in een kader waarin emotioneel overleven belangrijker is dan emotioneel aanwezig zijn. En dat kader leeft voort, tot iemand het durft te bevragen, of zich vragen stelt bij zijn of haar emotionele erfenis


De leraar geschiedenis


Mevrouw De Smet geeft geschiedenis op een middelbare school. Ze is streng, rechtlijnig, en houdt van duidelijke waarheden. Haar lessen gaan over feiten, jaartallen, oorzaken en gevolgen. Wanneer een leerling vraagt of er ook andere perspectieven zijn op een bepaalde oorlog, zegt ze: “Dat is ideologisch gedoe. Hier kijken wij objectief.”


Wat zij objectief noemt, is een westers, eurocentrisch denkkader. Zonder het te beseffen leert ze haar leerlingen een manier van kijken aan, geen neutrale waarheid, maar een bepaalde blik; en die blik wordt doorgegeven, als vanzelfsprekendheid.


Het kind en de klas


Een kind met een andere culturele achtergrond, ander temperament, andere gevoeligheid, soms hooggevoeligheid of hoogbegaafdheid, krijgt al snel het etiket ‘lastig’. Maar misschien past het gewoon niet in het dominante denkkader van de klas, van de leerkracht. Wat gebeurt er als niemand dat kader bevraagt?


De spiegel


Een vrouw kijkt in de spiegel en zegt: “Ik ben niet mooi.” Een ander kijkt naar haar en zegt: “Je bent prachtig.” Wat is waarheid? De vrouw gelooft haar eigen oordeel. Tot ze beseft: het is niet haar oordeel. Het is het oordeel dat ze ooit als kind oppikte, zich eigen maakte, het latere zelfbeeld, en nooit in vraag stelde. De waarheid leeft eigenlijk vanbinnen, en reflecteert naar buiten. 


De illusie van evolutie


We denken soms dat ons denken evolueert omdat de inhoud verandert. We gaan van conservatief naar progressief, van religieus naar seculier, van passief naar activistisch, van links naar rechts. Maar als de onderliggende structuren van denken — zwartwit, wij-zij, beter-weten — blijven bestaan, verandert alleen de verpakking.


Het is alsof we in een grotere kooi gaan zitten, met meer comfort. We noemen het groei, maar het blijft een kader, en elk kader sluit iets of iemand uit. 


Het ongemak van het niet-weten


Ons denkkader biedt veiligheid maar die veiligheid is schijn. Echte vrijheid begint bij twijfel, bij het toelaten van het ongemak: wat als ik het mis heb? Wat als mijn vanzelfsprekendheden niet universeel zijn? Wat als de ander niet verkeerd kijkt, maar anders?


Dat moment, dat weefsel van aarzeling, is de barst. Het punt waarop het kader kraakt, en er iets nieuws mogelijk wordt. De wijsheid klopt aan de deur. 


De kooi van het denkkader opent zich niet met kracht, maar met zachtheid. Niet met debat — ocharme die debatten tegenwoordig — maar met dialoog, en misschien nog het meest: met nieuwsgierigheid; naar de ander en naar onszelf. Bewustwording begint niet bij waarheid, maar bij twijfel. Wie het eigen denkkader ziet, heeft de sleutel in handen. Niet om alles te ontgrendelen, maar om tenminste de deur op een kier te zetten. Enter meer gemoedsrust — én meer verbinding.  

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page