De mens is geen machine — over tijd, ruimte en wat zorg werkelijk vraagt
- Luc Van De Steene
- 21 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

In mijn kleine praktijk probeer ik iets eenvoudigs te doen: mensen opnieuw in aanraking brengen met hun eigen intelligentie en innerlijke veerkracht.
Die bronnen zijn bijna altijd aanwezig, maar vaak ondergesneeuwd geraakt door een levensloop die zijn sporen naliet, door verwachtingen van buitenaf, door een context waarin men vooral moest blijven functioneren. Wat mensen dan nodig hebben is geen reparatie, maar aandacht: tijd om te verkennen, ruimte om te voelen, iemand die kan verdragen dat het leven niet netjes in vakjes past.
Precies dat ontbreekt steeds meer in de reguliere gezondheidszorg. Daar heerst een logica van beheersbaarheid. Problemen moeten snel worden geïdentificeerd, gecodeerd, behandeld volgens een protocol. Het systeem vraagt meetbare resultaten binnen afgelijnde termijnen. Maar de menselijke binnenwereld laat zich niet lineair benaderen. Ze lijkt meer op een landschap dan op een machine: gelaagd, soms grillig, verdeeld, tegenstrijdig, altijd in beweging.
Toch wordt de mens steeds vaker behandeld alsof hij wél een apparaat is. Iets wat je kunt herstellen, optimaliseren en opnieuw inzetten. Dat is de taal van robotisering en efficiëntie, niet van menselijkheid. Wie niet binnen het model past, voelt zich al snel een defect exemplaar. Zo wordt zorg onbedoeld een fabriek van problemen in plaats van een plek waar iemand weer op adem kan komen.
Wie betaalt, tekent het kader
Zorg die met publieke middelen wordt gefinancierd, krijgt onvermijdelijk voorwaarden mee: meetbaarheid, verantwoording, efficiëntie. Dat is begrijpelijk. Maar wat begrijpelijk is voor een systeem, is niet altijd leefbaar voor een mens.
Menselijke complexiteit laat zich niet in sjablonen vangen. Wat in een spreadsheet een afwijking heet, is in een leven vaak een betekenisvolle omweg. Leven betekent juist: loskomen van beperkende voorwaarden, van verhalen die te klein werden, van vormen die niet meer passen.
Wanneer zorg alleen nog mag gebeuren binnen wat beheersbaar is, verliest ze haar kern: de ontmoeting met het onvoorspelbare, zoekende, soms weerbarstige menselijke bestaan.Buiten dat kader is er meer vrijheid, maar ook een pijnlijke realiteit: tijd en ruimte kosten geld. De zorg die werkelijk luistert, is voor velen onbetaalbaar. Het reguliere aanbod blijft het enige haalbare, ook al botst men er keer op keer tegen zijn grenzen. Mensen beginnen aan een lange zoektocht langs wachtlijsten, diagnoses en doorverwijzingen, terwijl hun oorspronkelijke vraag vaak veel eenvoudiger was: “Is er iemand die even naast mij kan zitten?”
Huisartsen merken het dagelijks. Hun spreekkamers worden plaatsen waar mensen hun hart komen luchten, niet omdat ze een klinisch probleem hebben, maar omdat ze nergens anders terechtkunnen. Ze zouden baat hebben bij een professioneel luisterend oor, bij iemand die helpt ordenen wat het leven met hen doet. Toch worden ze doorverwezen naar de klinische psychologie, waar de drempel hoger is en de taal snel problematiserend wordt. Alsof verdriet, twijfel of uitputting eerst een stoornis moeten worden om bestaansrecht te krijgen.
Zo lijkt de gezondheidszorg zichzelf langzaam op te vreten; de hulpbehoevende mens incluis. Een systeem dat bedoeld was om te ondersteunen, produceert onmacht: bij patiënten, bij zorgverleners, bij iedereen die voelt dat er iets fundamenteels niet klopt. We zijn vergeten dat zorg in de eerste plaats een menselijke ontmoeting is, geen technisch proces.
Wat nodig is, is geen nieuw protocol maar een andere houding. De erkenning dat veerkracht groeit waar iemand gezien wordt, niet waar hij wordt hersteld. Dat complexiteit geen vijand is maar de natuurlijke staat van het menselijk bestaan. En dat echte zorg begint met tijd en ruimte, twee schaarse goederen die we opnieuw moeten durven verdedigen.
Zolang we dat niet doen, blijven mensen ronddolen met een onzichtbare molensteen om de nek, op zoek naar een plek waar hun verhaal wél mag landen. Die plek zou geen uitzondering mogen zijn. Ze zou de kern van onze zorg moeten vormen.



Opmerkingen