top of page

Words, words, words


Wij zijn Hamlets kinderen. Wij zijn de erfgenamen van zijn twijfel, zijn ironie, zijn eindeloze binnenpraat. (Foto © Royal Shakespeare Company)
Wij zijn Hamlets kinderen. Wij zijn de erfgenamen van zijn twijfel, zijn ironie, zijn eindeloze binnenpraat. (Foto © Royal Shakespeare Company)

“Words, words, words.”

Zo antwoordt Hamlet, wanneer hem gevraagd wordt wat hij leest.

Woorden, niets dan woorden.

Het is de verzuchting van een man die verdwaald is in zijn eigen denken.

Een mens die alles begrijpt, behalve zichzelf.


Hamlet is misschien de eerste moderne mens.

Hij leeft in zijn hoofd.

Hij analyseert, wikt, weegt, bedenkt scenario’s, mogelijkheden, uitwegen.

Hij denkt tot hij niet meer leeft, en omdat hij niet leeft, kan hij niet meer voelen.


Zijn denken is geen kracht meer, maar een muur.

Een pantser dat hem beschermt tegen de werkelijkheid, en tegelijk van haar afsluit.

Hij twijfelt, hij redeneert, hij aarzelt, tot de daden hem inhalen.

En als hij eindelijk handelt, doet hij het verkeerd; omdat het niet meer uit het hart komt, maar uit de breuk tussen hart en hoofd.


Daar, in die breuk, wordt de moderne mens geboren.


Want wij zijn Hamlets kinderen.

Wij zijn de erfgenamen van zijn twijfel, zijn ironie, zijn eindeloze binnenpraat.

Wij spreken over alles, maar luisteren zelden.

Wij weten alles, maar begrijpen niets meer.

Wij benoemen onze gevoelens tot ze oplossen in abstracties: burn-out, stress, overprikkeling, cognitieve dissonantie.

We praten over het leven, maar leven niet.

Words, words, words.


We scrollen door eindeloze tekststromen, alsof betekenis iets is wat je kunt downloaden.

We vergaderen, becommentariëren, veroordelen, duiden,

en ondertussen verdampt het zwijgen waarin het echte denken begint.


De geest die Hamlet bezoekt — zijn vader, zijn verleden —

is ook onze geest.

Een fluistering uit de diepte van wat we verloren:aarde, ritme, stilte, zin.

Hij zegt ons dat er iets vreselijks is gebeurd;

een moord, ja, maar ook een verraad aan het leven zelf.

En de moordenaar?

Misschien is het ons eigen verstand, dat zijn koninkrijk opeiste en sindsdien regeert.


De moderne mens vreest de dood, zegt Hamlet,

omdat hij in de slaap misschien zal dromen.

Maar nog meer vreest hij het leven,

omdat leven ‘durf te voelen’ betekent,

en voelen is onvoorspelbaar, kwetsbaar, niet te controleren.


Dus kiezen we voor controle.

Voor het algoritme dat weet wat we willen, nog vóór we het voelen.

Voor beleid dat risico’s uitwist, tot ook de vreugde verdwijnt.

Voor meningen die ons beschermen tegen twijfel.

Voor woorden die de pijn toedekken als verbanden,

maar de wonde blijft etteren.


En toch — ergens, onder al die woorden, beweegt iets.

Een vermoeden dat er een andere taal bestaat.

Een taal van nabijheid, adem, aanraking.

Een taal die niet uitlegt, maar aanwezig is.

Misschien moeten we die taal opnieuw leren spreken.

Of zwijgen tot ze vanzelf weer in ons opkomt.


Hamlet wist het niet meer.

Hij dacht te veel en voelde te weinig.

Hij stond aan het begin van onze beschaving,

en misschien staan wij aan het einde ervan.


Maar misschien, heel misschien,

kunnen we leren denken met het hart.

Leren luisteren met de huid.

Leren zwijgen zonder angst.


Want er is een stilte die niet doods is,

maar levend.

Een stilte waarin woorden weer betekenis krijgen.

Een stilte waarin de mens terugkeert naar zichzelf.


Tot dan blijven we mompelen:

words, words, words,

hopend dat er, ooit, één woord zal zijn

dat weer waarheid durft te heten.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page