Wat de stilte weet

Wat de stilte weet
Er moet een zachtheid zijn
die ouder is dan het licht,
een taal die sluimert in het bloed
en plotseling haar vleugels vindt
in het voorbijgaan van een blik.
Niets dat de dag verstoort.
De woorden blijven woorden,
de tijd loopt verder
op zijn versleten schoenen.
En toch,
ergens onder de huid
verschuift een kleine aarde,
een wortel zoekt een andere diepte,
het hart verlegt zijn kompas
zonder het noorden te verliezen.
Hoe weinig is er nodig
om iets in ons wakker te maken.
Een openheid.
Een helderheid die niets verlangt.
De stille glans van iemand
die niet méér hoeft te zijn
dan wie ze is.
Misschien dragen sommige mensen
een morgen in zich
waar de jaren geen toegang toe hebben,
een licht dat niet veroudert
omdat het nergens brandt
dan in de ruimte tussen twee mensen.
En later, wanneer de dag
zijn gewone schaduw werpt,
wanneer alles weer zijn plaats inneemt,
blijft er iets dat niet thuishoort
in de herinnering alleen.
Geen beeld dat zich laat bewaren,
geen naam die het raadsel sluit,
maar een trilling in het zwijgen,
een nauwelijks hoorbaar zingen
onder de drempel van het denken.
Er zijn ontmoetingen
die niets beloven
en toch iets openlaten.
Alsof de ziel,
die soms zo diep verzonken ligt
onder het stof van alle dagen,
heel even haar ogen opent
en in het onbekende
iets van zichzelf herkent.
Dan gaat het leven verder.
De avond strijkt zijn hand
over de daken en de bomen.
Er valt niets te besluiten,
niets om naar zich toe te trekken.
Alleen dit:
dat zachtheid soms
de diepste dingen aanraakt
zonder ze te beroeren,
en dat ergens, buiten het weten,
een kleine vlam blijft branden
die geen licht werpt
en toch
de duisternis verandert.



Opmerkingen