Verstilde fierheid

Verstilde fierheid
Er is een fierheid die niet spreekt,
die niet om applaus of aandacht smeekt.
Ze woont diep onder huid en hand,
zoals de klei woont in het land.
Ik zag haar ooit bij grootvader Maurice,
tussen steen en vuur, tussen zweet en kies.
Zijn handen donker, zijn blik oprecht,
een man die deed wat van hem werd verwacht.
Geen grote woorden, geen vertoon,
maar elke dag opnieuw gewoon.
De klei werd steen, de steen werd muur,
de arbeid kreeg zijn eigen vuur.
Later zag ik haar bij mijn vader,
Gerard, als jonge man en later
nog altijd werkend met zijn handen,
met vaste tred en beide voeten op de aarde.
Hij wist misschien niet altijd waarom,
maar deed zijn werk, eenvoudig, stom;
nee, niet stom: stil en zonder pracht,
maar met de waardigheid van eigen kracht.
En ergens onderweg, zonder dat ik het wist,
liep diezelfde draad met mij mee, door alles heen.
Ik werk meer met mijn hoofd vandaag,
maar dezelfde vraag blijft aan mij knagen:
Wat draag ik bij? Wat laat ik na?
Ben ik er voor een ander, ja?
Mensen zijn meer dan wat ze maken,
meer dan hun woorden, meer dan zaken.
Misschien begint het mens-zijn juist
waar niemand kijkt en niemand juicht.
Daar waar je doet wat goed kan zijn,
voor een ander mens, groot of klein.
Daar waar je hoofd het hart verstaat
en je niet zomaar aan jezelf voorbijgaat.
De klei van toen ligt nog in de grond,
de steenbakkerij zweeg lang geleden verstomd.
De schouwen verdwenen, de loodsen zijn stil,
maar iets van die mensen blijft waar ik zijn wil.
Niet in steen alleen,
niet in naam of eer,
maar in de manier
waarop je mens bent,
keer op keer.
Als ik dan naar die oude foto kijk,
naar handen, gezichten, het verleden dichtbij,
dan voel ik geen afstand, maar iets dat blijft.
Een stille kracht, die niemand beschrijft.
Een fierheid zonder vlag of pracht.
Gewoon: je mens-zijn,
met hart en hoofd en handen,
naar beste kracht.
Verstilde fierheid.
Misschien is dat wat van generatie op generatie
niet wordt uitgesproken,
maar wel wordt doorgegeven.
Van grootvader naar vader,
van vader naar mij.
Niet als bezit.
Niet als naam.
Maar als een stille manier
om in de wereld te staan.



Opmerkingen