top of page

Maandagochtend, aan een rivier van gedachten

Tussen de rechte lijnen van de wereld zoekt het bewustzijn zijn eigen bedding. (Foto © Unsplash)
Tussen de rechte lijnen van de wereld zoekt het bewustzijn zijn eigen bedding. (Foto © Unsplash)

Op maandagochtenden lijkt mijn denken op een rivier. Het stroomt van politiek naar ziekte, van ziekte naar de dood, van de dood naar vriendschap en van vriendschap naar een foto van iemand die zijn bril op het voorhoofd draagt. Onderweg lijkt het allemaal onsamenhangend. Toch voel ik dat dezelfde vraag telkens terugkeert: wat beweegt mensen werkelijk?


Misschien is dit wat men een bewustzijnsstroom noemt. Geen ordelijk opgebouwde redenering, maar een reeks associaties die zich aandienen zonder zich veel aan te trekken van hoofdstukken, paragrafen of logische overgangen. Het denken meandert. Het zoekt niet de kortste weg tussen twee punten, maar volgt de bedding die het onderweg aantreft.


Ooit hebben we de banaliteit van het kwaad aan het werk gezien in de coulissen van de macht. Vandaag krijg ik soms de indruk dat de banaliteit zelf aan de macht is gekomen. Politici spreken over lastige jongeren en bootcamps – heropvoedingsgestichten. Anderen noemen zulke voorstellen (terecht) fascistisch. Woorden worden over elkaar heen gelegd als stenen in een rivierbedding. Maar onder de woorden meen ik iets anders te horen stromen: angst. Geen liefde, geen vertrouwen, maar angst. Angst voor wat afwijkt, voor wat zich niet laat controleren, voor wat ons herinnert aan onze eigen kwetsbaarheid.


Het denken volgt zelden de kortste weg. Zoals een rivier haar bedding zoekt, zo meanderen gedachten tussen observatie, herinnering en verlangen.

De kwetsbaarheid brengt mij op een andere gedachte. In mijn professionele praktijk ontmoet ik mensen wier lichaam verhalen lijkt te vertellen die nooit helemaal uitgesproken werden. Ik vraag me soms af of bepaalde auto-immuunziekten niet vaker voorkomen in de context van toxisch-narcistische relaties. Dat is geen wetenschappelijke uitspraak, maar een observatie die zich blijft aandienen. Tegelijk vermoed ik dat de wortels dieper liggen: in onvervulde behoeften, in oude kwetsuren, in oud zeer, in ervaringen die zich niet laten begraven omdat het lichaam ze blijft herinneren.


Van daaruit is de stap naar de dood kleiner dan men zou denken. Hoe langer wij leven, hoe dichter wij komen bij het niet meer leven. Het is een eenvoudige waarheid die zich niet laat weerleggen. Toch noteer ik die gedachte op een maandagmorgen, aan het begin van een nieuwe week. Terwijl ik schrijf over eindigheid, kijk ik tegelijk uit naar het weekend. Dat dubbele blijft mij fascineren. We bewegen ons voortdurend tussen afscheid en verwachting, tussen verdieping en verlangen.


Dat verlangen heeft meestal een gezicht. Het heeft te maken met mensen ontmoeten, hen mogen verwelkomen, tijd met hen delen. Verbinding maken. De verdieping zoekt een andere weg. Zij zoekt stilte, boeken, denken, schrijven. Misschien zijn die twee bewegingen minder tegengesteld dan ze lijken. Misschien denken we erom dichter bij mensen te komen en zoeken we mensen op om niet te verdwalen in ons denken.


En dan verschijnt er plots een foto. Iemand draagt zijn bril op het voorhoofd. Een detail dat nauwelijks betekenis verdient, en toch blijft mijn aandacht eraan haken. Waar bevinden de ogen zich eigenlijk wanneer de bril op het voorhoofd rust? Waar moet ik kijken om de blik van deze mens te ontmoeten? Is het een pose? Een vorm van aanstellerij? Een teken van intellectuele bedachtzaamheid? Of verraadt het precies hoe graag wij denken dat wij denken?


Misschien is dat ook een vraag naar de verhouding tussen de mens en zijn ideeën. De ratio denkt immers niet zichzelf. Achter elke gedachte bevindt zich een mens van vlees en bloed, met verlangens, angsten, herinneringen en hoop. Misschien vergeten we dat soms. Misschien vergeten we het in de politiek. Misschien vergeten we het in relaties. Misschien vergeten we het zelfs wanneer we in de spiegel kijken.


Op maandagochtenden brengt de rivier van het denken mij langs onverwachte oevers. Zij voert mij van de samenleving naar het lichaam, van het lichaam naar de dood, van de dood naar de liefde, en van de liefde naar een bril op een voorhoofd. Het lijkt een omweg. Maar misschien zijn al deze gedachten variaties op dezelfde vraag: waar moet ik kijken om de ogen te zien? 


Wil je zelf de stap zetten naar het meanderende schrijven? Laat me gerust iets weten. Het brengt ook de gedachten in beweging. 

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page