top of page

Het menselijk onvermogen — een aanklacht tegen zorg zonder menselijkheid


De vraag is niet hoe we lijden kunnen elimineren. De vraag is hoe we mens kunnen blijven in het aangezicht ervan. (Foto © Pixabay)
De vraag is niet hoe we lijden kunnen elimineren. De vraag is hoe we mens kunnen blijven in het aangezicht ervan. (Foto © Pixabay)

Er is een grens waar zorg ophoudt zorg te zijn. Iedere mens die ooit geworsteld heeft, weet hoe kwetsbaar die grens is.


Er is een plaats waar de mens die lijdt wordt teruggebracht tot stilte. Niet de stilte van troost of nabijheid, maar de stilte van opsluiting. Een ruimte zonder relatie, zonder blik, zonder antwoord. Het is het uiterste symbool van een zorgsysteem dat zijn eigen onmacht heeft geïnstitutionaliseerd: wanneer we niet meer weten hoe met lijden om te gaan, sluiten we het op.


Dat zou ons moeten verontrusten. Het zou een alarmsignaal moeten zijn dat we collectief horen. Maar we horen het niet. Of we willen het niet horen.


We noemen het zorg. We noemen het veiligheid. In werkelijkheid is het het failliet van onze menselijkheid.


Het verkeerde mensbeeld


De tragedie begint bij een dwaling die eeuwen geleden is ingesleten: de mens opsplitsen in lichaam en geest. Wat ooit een filosofische hypothese was, is een praktijk geworden — een blind dogma dat onze gezondheidszorg stuurt. Het gevolg is een reductionisme dat de mens herleidt tot een storend brein dat gecorrigeerd moet worden, een systeemfout die opgespoord en hersteld moet worden.


Maar een mens is geen brein op benen.


Lijden is geen storing van een machine. Het is een uitdrukking van een bestaan dat onder druk staat, een verlangen dat botst, een roep die gehoord wil worden. Toch wordt lijden vandaag vaak behandeld alsof het een technisch probleem is dat men kan dempen, wegduwen, fixeren.


Zo ontstaat kennis die slechts halve kennis is: exact, maar blind; technisch, maar betekenisloos; wetenschappelijk, maar zonder inzicht in het wezenlijke.


Waar de mens wordt gereduceerd, verdwijnt de menselijkheid. En wat men niet meer ziet, kan men ook niet meer ontmoeten.


De vlucht in medicalisering


Wanneer men de mens niet meer begrijpt, grijpt men naar beheersbaarheid. Het onbekende wordt teruggebracht tot chemie, tot meetbare parameters en protocollen. Dat geeft houvast aan wie machteloos is, maar het geeft geen steun aan wie lijdt.


Medicalisering is geen teken van vooruitgang, maar vaak een symptoom van epistemische armoede: het niet-weten dat zich vermomt als almacht. Het comfort van de meetlat vervangt het ongemak van de ontmoeting. Het label vervangt de vraag. De pil vervangt het gesprek. De methode vervangt de mens — met alle beschikbare methodieken kun je tegenwoordig de straat plaveien. 


Zo ontstaat een systeem dat niet geneest, maar dempt. Niet bevraagt, maar controleert. Niet luistert, maar verklaart. En elke stap verder in die logica maakt empathie overbodig. Waar controle regeert, wordt nabijheid een risico.


Maar een mens die lijdt, wil niet gecontroleerd worden. Een mens die lijdt, wil gehoord worden, en gedragen.


 Wanneer de context spreekt

👉 Een van de meest aangrijpende signalen die ik in mijn praktijk ooit zag, was een jonge man die zijn spraak verloren was. Minuten verstreken voor hij twee zinnen kon vormen. Het was geen taalstoornis. Het was ontreddering in zijn zuiverste vorm.

👉 Ik vraag me soms af wat er met hem zou zijn gebeurd als hij had aangeklopt bij een zorgcircuit waar het luisteren is vervangen door protocollen en waar onmacht wordt gemaskeerd als kennis. Ik vrees dat hij zou zijn vastgelopen in een systeem dat geen tijd heeft voor betekenis, enkel voor beheersing.

👉 Dat is niet gebeurd. Een alerte psychologe, die voelde dat hier geen standaardtraject paste, nam de enige juiste beslissing: doorverwijzen in plaats van volharden. Zij respecteerde haar grenzen, en daarmee ook de zijne. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister, schreef Goethe. Ware professionaliteit is niet almacht, maar begrenzing.

👉 De context bracht uiteindelijk helderheid. De man bleek jarenlang verstrikt in narcistisch partnergeweld. Zijn identiteit was stelselmatig uitgegomd, en zijn verstomde stem was daar de belichaming van. Spraakverlies als zielentaal: geen symptoom dat bestreden moest worden, maar een verhaal dat gehoord moest worden.

👉 Het is goed gekomen — niet door dwang, niet door medicalisering, maar door geduld, steun en tijd. Precies datgene waar de huidige zorg vaak te weinig van heeft.

Hulp zonder steun


Er wordt vaak gesproken over hulp. Maar hulp zonder steun is leeg. Ondersteuning is geen procedure, geen discipline en geen techniek. Ze veronderstelt aanwezigheid. Aanraking, a touch of voice, desnoods in stilte. Gelijkwaardigheid, desnoods in het niet-weten.


Toch overheerst vandaag een houding die niet gericht is op ontmoeten, maar op beheersen. Het is de houding van bovenaf: wij weten, jij ondergaat. Daarin zit de kiem van ontmenselijking. Waar geen gelijkwaardigheid is, kan geen echte steun ontstaan. Waar geen steun is, kan hulp nooit meer zijn dan een poging tot ordehandhaving.


Het resultaat is een zorg die zichzelf competent acht, maar de kern van zorg uitbesteedt aan medicatie en protocol. Morele verantwoordelijkheid verschuift naar technische handelingen. Men “helpt”, zonder werkelijk naast de mens te gaan staan.


De morele grens


Wanneer zorg het contact verliest, volgt onvermijdelijk de grensoverschrijding. Niet uit kwaadwilligheid, maar uit onvermogen. Wat men niet kan dragen, sluit men buiten. En wie buiten wordt gesloten, wordt opgesloten. Dat is het morele nulpunt.


Daar, waar de deur sluit en het kijken stopt, wordt zichtbaar wat we liever niet willen weten: dat we als samenleving niet hebben geleerd nabij te zijn bij het lijden van de ander. We hebben geleerd te controleren, te beheersen, te dempen, maar niet te ontmoeten.


Het is niet het lijden dat ondraaglijk is. Het is de verlatenheid die erop volgt.


Wat menselijkheid wél vereist


Zorg kan pas opnieuw zorg zijn als ze terugkeert naar haar oorsprong: de ontmoeting tussen twee kwetsbare mensen. Dat vraagt geen heroïek, wel moed. Geen almacht, maar nederigheid. Geen beheersing, maar bereidheid tot nabijheid.


Menselijkheid betekent: het lijden zien als een uitdrukking, niet als een defect; luisteren vóór we verklaren; nabij zijn vóór we ingrijpen; ondersteunen vóór we behandelen. 


We hebben geen nieuwe protocollen nodig, maar een nieuw mensbeeld, of liever: een oud mensbeeld dat we vergeten zijn. De mens is geen machine. De mens is relatie.


Wie lijdt, moet niet hersteld worden tot functionaliteit, maar erkend worden in zijn bestaan.


Quo vadis?


De vraag is niet hoe we lijden kunnen elimineren. De vraag is hoe we mens kunnen blijven in het aangezicht ervan. Willen we een samenleving die lijden opsluit, of een samenleving die het draagt? Willen we controle, of verbondenheid? Veiligheid, of menselijkheid?


Onze beschaving toont haar ware gelaat niet in hoe ze functioneert, maar in hoe ze nabij is wanneer iemand breekt. Zolang we lijden blijven behandelen als een technisch defect, zullen we blijven falen. Pas wanneer we het ontmoeten als een menselijke waarheid, kan zorg opnieuw menselijk worden.


Quo vadis?

Dat is geen vraag aan het systeem. Dat is een vraag aan ons.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page