Het harnas dat ademt — of niet
- Luc Van De Steene
- 3 jan
- 3 minuten om te lezen

Er zijn cijfers die niet meteen schreeuwen, maar blijven hangen.
Eén komma vier miljoen.
Zoveel mensen die elke dag een pil nemen om het leven draaglijk te houden.
Dat cijfer wordt vaak gepresenteerd als een maatschappelijk probleem, of als een medische noodzaak. Maar zelden als een existentieel signaal. Alsof het lichaam zelf zegt: zo, op deze manier, zonder bescherming, lukt het niet meer.
Misschien slikken we geen antidepressiva.
Misschien slikken we harnassen.
Niet alleen chemische. Ook verhalende. Relationele. Esthetische.
We verdoven ons niet noodzakelijk om te verdwijnen, maar om te kunnen blijven functioneren in een wereld die steeds minder resoneert.
Gisteren hadden we het over de gedeelde fantasie. Over hoe mensen samen een verhaal construeren om het leven bewoonbaar te maken. Dat is op zich niets nieuws. Religies deden dat. Families doen dat. Liefdes doen dat. Kunst doet dat.
Het wordt pas problematisch wanneer de fantasie anderen meesleurt die niet hebben ingestemd, of wanneer het verhaal zo strak wordt dat niemand er nog ademruimte vindt — lees De gedeelde fantasie.
Wat me opvalt — en dit zeg ik voorzichtig, zonder namen — is hoe sommige publieke figuren hun leven lijken te bewonen als een rol. Niet gespeeld, maar gedragen. De kleding, de lichaamstaal, het zelfverhaal: alles klopt, alles is coherent. Te coherent misschien. Alsof het personage een noodzakelijke huid is geworden.
Niet uit ijdelheid.
Uit noodzaak.
Wie lang genoeg gevoelig blijft in een wereld die te hard versnelt, leert zichzelf te omhullen. De kunstenaar wordt een icoon. De schrijver een figuur. De fotograaf een stijl. Niet omdat ze dat willen, maar omdat het houvast biedt. Zoals mythologische figuren ooit maskers droegen om de goden te kunnen ontmoeten zonder te verbranden.
Ook ik ontsnap hier niet aan. Ik trek me terug in taal. In denken. In schrijven. In naast mensen zitten. Dat is mijn manier om recht te blijven. Niet omdat de mensenwereld me niet interesseert, maar omdat hij me te veel interesseert. Creativiteit is geen luxe; het is een copingmechanisme voor een brein dat anders registreert, anders overprikkeld raakt, anders verbanden ziet.

Neurodiversiteit is geen modewoord. Het is een beschrijving van variatie. En sommige varianten hebben meer bescherming nodig dan andere. Vroeger heette dat contemplatie, klooster, atelier, roeping. Nu heet het therapie, medicatie, burn-out.
Misschien leven we in een tijd waarin de collectieve verbeelding verarmt, en mensen daarom hun eigen mini-mythen moeten bouwen. Kleine kosmologieën waarin ze nog betekenis ervaren. De sater en de nimf. De schrijver en zijn stem. De geliefden in hun zorgvuldig onderhouden universum.
Dat is niet belachelijk. Dat is ontroerend.
Wat gevaarlijk wordt, is wanneer we doen alsof die harnassen de waarheid zijn. Alsof er geen kwetsbaar lichaam onder zit. Alsof het masker niet ooit afgelegd moet kunnen worden. Een harnas dat vastzit, dat niet meer af kan, wordt een gevangenis.
Misschien is dat wat die cijfers ons vertellen. Niet dat we zwakker zijn geworden, maar dat we collectief meer bescherming nodig hebben. Omdat de wereld luider is, te luid. Sneller, te snel. Onverbiddelijker, op het meedogenloze af. Minder ritueel, minder rust vindend.
“Ochtendharnas” was ooit een mooie gedachte: elke dag bewust iets aantrekken om de dag tegemoet te treden. Maar ook: het ’s avonds weer mogen afleggen. Dat onderscheid zijn we kwijtgeraakt — lees Ochtendharnas.
Soms gaat het harnas zo knellen dat het overal pijn begint te doen.
Een duidelijk signaal; waarvoor dank aan het o zo intelligente lichaam.
Een goede samenleving laat ruimte voor harnassen én voor ontbloting.
Voor fantasie én voor waarheid.
Voor pillen én voor stilte, niet als equivalenten,
maar als tekens van twee heel verschillende pogingen
om het ondraaglijke te hanteren.
Voor pillen, die het voelen tijdelijk stiller maken,
en voor stilte, die het voelen juist terug durft toe te laten.
Voor noodoplossingen én voor het risico van voelen.
Misschien is kritisch denken vandaag niet het ontmaskeren van illusies, maar het herkennen van hun functie. En mildheid is zien dat achter elk personage, elk persona, iemand schuilt die probeert te overleven; soms elegant, soms wankel, soms — en liefst tijdelijk — met chemische hulp.
De vraag is niet: waarom doen ze dat?
De vraag is: waar kunnen we weer even zonder?
Niet elke pijn vraagt om verdoving.
Sommige vragen om aanwezigheid
en menselijke ondersteuning.



Opmerkingen