top of page

De gedeelde fantasie


In de mist tussen zelfbeeld en werkelijkheid ontstaat de gedeelde fantasie. (Foto Ā© Unsplash)
In de mist tussen zelfbeeld en werkelijkheid ontstaat de gedeelde fantasie. (Foto Ā© Unsplash)

Op regelmatige basis krijg ik post uit een of ander exotisch oord. Bali. Tulum. Kreta. Soms iets met palmbomen en innerlijk leiderschap. Het is telkens een uitnodiging om deel te nemen aan een gedeelde fantasie.

Niet gratis, verre van. Het kost je een arm en een been, maar als je snel beslist, krijg je een gigantische korting.

Cynisch van mij, natuurlijk. Maar ook: wakker.


Laat me eerst iets zeggen over die gedeelde fantasie (shared fantasy). De term komt van Sam Vaknin en klinkt onschuldig, bijna gezellig. Alsof we samen een kampvuur bouwen en lekkere worstjes roosteren in elkaars binnenwereld. In werkelijkheid gaat het om iets anders: een zorgvuldig opgebouwde illusie waarin meerdere mensen investeren, omdat niemand hardop durft te zeggen dat de keizer geen kleren draagt.


Enter Narcissus. Daar is hij weer. Volgens de mythe zag hij zichzelf weerspiegeld in het water en werd hij verliefd op wat hij zag. Maar Narcissus zag zichzelf niet. Hij zag een mentaal ideaalbeeld: een fantasie over wie hij wildeĀ zijn. Wat hij bewonderde, was niet de realiteit, maar zijn eigen grandioze zelfbegoocheling.


Dat is het kernprobleem: Narcissus heeft geen realistisch zelfbeeld. En dus ontwikkelt hij strategieƫn om dat fragiele ideaalbeeld koste wat het kost in stand te houden. Hier wordt het subtiel, gewiekst subtiel, en bovenal gevaarlijk. Narcisten zoeken geen relatie, ze zoeken zelfbevestiging. Ze zoeken iemand die hun illusie niet alleen bevestigt, maar actief mee onderhoudt.


Er is een verschil tussen bevestigingĀ en zelfbevestiging. De Nederlandse psychiater Anna Terruwe beschreef dat al in de vorige eeuw. Volgens haar heeft ieder mens een fundamentele behoefte aan bevestiging; niet om gelijk te krijgen, maar om gezien te worden als mens. Wie zich niet bevestigd voelt in zijn bestaan, gaat zichzelf overmatig zelfĀ bevestigen. Dan wordt het eigen gelijk een schild tegen afwijzing. En dat zie je vandaag overal: in debatten, in sociale media, in politiek. We schreeuwen om gehoord te worden, maar luisteren nauwelijks nog.

Zo ontstaat de gedeelde fantasie. Jij wordt de perfecte partner, leerling, vriend, collega, volger. Jij voelt je speciaal, uniek, eindelijk gezien. En ondertussen stap je een constructie binnen die niet over jou gaat, maar over hun verhaal.


šŸ’” De cruciale vraag die zelden wordt gesteld: Is dit wie ik werkelijk ben, of speel ik een rol in andermans script? Ā 

Het risico is groot. Op lange termijn kan de partner zichzelf volledig verliezen. Dat gaat verder dan relationele uitputting: verslaving, slachtofferschap, zelfverloochening. Soms erger.

En nee, denk nog even niet aan bekende koppen of macho’s met podcasts. Dit fenomeen kent geen gender of klasse, en is vaak verrassend spiritueel verpakt.


Laat me daarom iets zeggen over zelfreflectie.


Zelfreflectie is niet ’s morgens je eigen gezicht zien in de badkamerspiegel en denken: Ƨa va nog. Het is het vermogen om jezelf van binnenuit te onderzoeken; zonder onmiddellijk te corrigeren, te vergoelijken of te vluchten. Introspectie is misschien een betere term, juist omdat spiegels zo verraderlijk zijn.


Zelfreflectie is geen luxe. Het is een voorwaarde om werkelijk in relatie te kunnen gaan. Het omgekeerde, een leven lang uit verbinding blijven, is langzaam zelfdestructief. En het gebeurt allemaal onder het maaiveld. Je ziet het niet op Instagram. Je voelt het pas wanneer het te laat is.


Niet iedereen beschikt over dat vermogen. Noem het geen onwil, maar menselijk onvermogen. Zelfonderzoek kan confronterend zijn. Het vraagt moed om kwetsbaarheid toe te laten. Sommigen hebben nooit geleerd woorden te geven aan wat ze voelen. Voor anderen was niet voelenĀ ooit een noodzakelijke overlevingsstrategie. In bepaalde contexten geldt introspectie zelfs als zwakte: presteren is belangrijker dan begrijpen.


Zelfreflectie toont zich zelden in grote woorden, maar bijna altijd in gedrag.


Aanwezig is ze bij wie echt luistert. Niet om te antwoorden, maar om te begrijpen. Bij wie vraagt: ā€œHoe kwam dat over bij jou?ā€Ā of ā€œWat deed dat met je?ā€Ā Bij wie empathie kan tonen zonder zichzelf te verliezen. Bij wie kwetsbaarheid durft te delen, en die van anderen kan verdragen.


Afwezig is ze bij wie vooral zelfbevestiging zoekt. Of controle. Bij wie kritiek ervaart als aanval. Bij wie emoties van anderen bagatelliseert of instrumentaliseert. Bij wie alles uiteindelijk draait om eigen gelijk, status of imago.


We beschermen allemaal ons zelfbeeld. Dat is menselijk. Dat zelfbeeld kan fragiel zijn, of overdreven groot. Laag of grandioos. Maar zodra het zelfbeeld belangrijker wordt dan de werkelijkheid, ontstaat er ruimte voor fantasie. En zodra die fantasie gedeeld moet worden om te blijven bestaan, wordt ze gevaarlijk.


Misschien is dat de ongemakkelijke conclusie: de gedeelde fantasie ontstaat niet alleen uit het onvermogen van wie haar creƫert om werkelijk lief te hebben of zich in een ander te verplaatsen, maar floreert juist dankzij de empathie van wie bereid is te luisteren, te begrijpen en mee te bewegen.

Zelfreflectie is geen garantie tegen misleiding, maar het is wel het enige antidotum dat we hebben.

En nee, dat krijg je niet in promotie. Zelfs niet met een gigantische korting.

  • De gedeelde fantasie is geen samenzwering, maar een overlevingsstrategie.

  • Ze is vaak onbewust.

  • Ze parasiteert op empathie.

  • Wie erin stapt, doet dat niet uit zwakte, maar uit menselijkheid.

  • Zelfreflectie beschermt niet volledig; soms is ze zelfs wat je eerst in de verleiding brengt.


Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page