top of page

Een ode aan het wachten

(voor Dirk De Wachter)


Het wachten – James Ensor (1879)
Het wachten – James Ensor (1879)

Men zegt soms dat wachten verloren tijd is.

Maar dat zijn dan mensen

die nog nooit een gesprek met u hebben gevoerd;

gesprekken die zo traag en aandachtig zijn

dat zelfs de tijd beleefd een stap opzij doet

en zegt: “Ga gerust voor, ik volg wel.”


U hebt ons geleerd

dat er in elke stilte een zetel staat,

een oude, zachte zetel waarin men kan gaan zitten

om het bestaan beter te horen ademen.


En zo wordt wachten plots iets anders:

geen hinder, geen oponthoud,

maar een soort gymnastiek van de ziel.

Niet de heroïek van de marathon,

of andere belangrijkheid,

maar de veel verfijndere kunst

van even niet-lopen,

even blijven zitten in dat kleine

“Nog niet, nog niet, wacht maar …”

Het leven zoals het ook is, 


Het wachten van de mens lijkt soms op eb:

een terugdeinzen, een verlies misschien.

Maar u hebt ons vaak verteld

dat er onder elk verlies een beweging zit

die we zelden meteen begrijpen.

Zoals de zee, die in haar terugtrekken

al bezig is aan de voorbereiding van haar terugkeer.


En het lijkt soms ook op regen:

dat druppelende geduld dat we als kind nog konden verdragen

(we sprongen erin, we werden er beter van)

maar dat we als volwassene zijn gaan zien

als een mislukking van de dag.

U zou waarschijnlijk zachtjes glimlachen

en zeggen dat regen ook maar een vorm

van universele troost is;

water dat ons eraan herinnert

dat alles nat mag worden

zonder dat het stukgaat.


In het wachten zit zo’n diepe zachtheid verscholen.

Een zachtheid die u vaak aanraakt,

als een arts die weet

dat de meeste wonden niet verdwijnen door haast,

maar door aandacht,

en medeleven, en troost.


En daardoor is uw wachten

geen inactiviteit maar een uitnodiging.

Een uitnodiging aan de wereld

om ook eens te komen zitten,

om het gejaagde hoofd in de handen te leggen,

even naar binnen te luisteren

en te merken dat het leven daar

nog steeds klopt.


Misschien is dat waarom wij,

wanneer we u zien spreken,

even zelf beginnen te wachten.

Op uw pauze, uw stilte,

dat kleine tikje van de melancholie

waarin uw woorden zich verzamelen

zoals vogels op een draad.


En we weten dan:

wachten is geen leegte.

Het is een warm nest.


En zelfs Godot, mocht hij ooit passeren,

zal waarschijnlijk voor uw deur blijven staan,

stilletjes, respectvol,

omdat het wachten daar voor het eerst voelt

als thuiskomen.


Dus wachten we maar verder 

– met u, voor u, door u geïnspireerd –

in de hoop dat het bestaan ons in zijn eigen ritme

zachtjes weer meeneemt.

Zoals de vloed dat doet,

zoals de zon dat doet na regen,

zoals u dat doet

wanneer u zegt:

“Het is goed.

We hebben tijd.”

En intussen draait de wereld maar door. 

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page