De ruimte voorbij het ego
- Luc Van De Steene
- 21 okt 2025
- 2 minuten om te lezen

Je ziet het steeds opnieuw langskomen: mensen die smalend doen over “het ego” en iedereen die het probeert te doorzien. “Het ego dat over het ego spreekt — hoe ironisch!” Of nog zo’n dooddoener: “Wie denkt dat hij boven zijn ego staat, is juist egoïstisch bezig.” Het klinkt lekker slim, maar het klopt maar half.
Ja, natuurlijk komt al ons denken uit hetzelfde brein. Ja, het ego kan zichzelf eindeloos voor de gek houden. En ja: wie roept dat hij “boven het ego staat”, creëert vaak gewoon een nieuw, spiritueel ego-met-aureool — en daar staat de goeroe te blinken. Maar om daaruit te concluderen dat zelfreflectie niets voorstelt, is veel te kort door de bocht.
Want er is wél iets in ons dat naar het ego kan kijken. De psychologie noemt het metacognitie — het vermogen om te denken over je denken, om afstand te nemen van wat je voelt of vindt. Het is dat stille, observerende bewustzijn dat kan opmerken: “Ah … kijk eens aan. Hier wil ik mezelf beschermen. Hier reageer ik uit angst. Hier maak ik mezelf groter of kleiner.”
En juist in die innerlijke ruimte ontstaat vrijheid. Of zoals Viktor Frankl, psychiater en overlever van Auschwitz, het verwoordde:
"Between stimulus and response there is a space. In that space is our power to choose our response. In our response lies our growth and our freedom."
Dat is precies die plek waar je niet hoeft samen te vallen met je eerste reactie. Het ego reageert reflexmatig — bijten, blokkeren, aanvallen, verdedigen — maar bewustzijn kan kijken en kiezen. Dáár begint volwassenheid.
Het ego ís dus niet het probleem. Het ongeziene ego wél.
Wanneer je kunt glimlachen om je impulsen, en even later óók om de stem die denkt dat hij alles doorheeft, ontstaat lucht, ademruimte. Dan ervaar je: ik bén niet mijn ego; ik héb een ego. En daarmee kun je werken, in plaats van eraan onderworpen te zijn.
Viktor Frankl en de betekenis van die ruimte
Viktor Frankl (1905–1997) was een Oostenrijkse neuroloog en psychiater die vier concentratiekampen overleefde. In die onmenselijke situatie ontdekte hij iets radicaals: zelfs wanneer alles van een mens wordt afgenomen, blijft er één vrijheid over, de vrijheid om te kiezen hoe je innerlijk antwoordt.
In Man’s Search for Meaning beschrijft hij hoe sommige medegevangenen hun laatste stukje brood deelden. Niet omdat ze minder leden, maar omdat ze een ander antwoord kozen dan hun impuls tot wanhoop, woede of wraak. Daar zag Frankl het bewijs: menselijkheid woont niet in omstandigheden, maar in de ruimte tussen prikkel en respons.
Precies die ontdekking maakt zijn inzicht vandaag nog urgenter. In een wereld vol triggers, snel oordeel en korte lontjes herinnert Frankl ons aan innerlijk leiderschap: pauze, bewustzijn, keuze. Niet het ego opblazen, niet het ego vernietigen, maar ruimte creëren. Daar groeit betekenis. Daar begint vrijheid.
Dat is bewustzijnsgroei, eerwaarde psychologen en psychiaters.
"Ik ben God niet" zong Raymond ooit. Niemand is dat. En dat is precies waarom we wél kunnen leren kijken.



Opmerkingen