top of page

De mens die zichzelf vertelt

27 sep
6 minuten om te lezen
Onderweg naar buiten, terwijl we onszelf proberen te verstaan. (Foto © Unsplash)
Onderweg naar buiten, terwijl we onszelf proberen te verstaan. (Foto © Unsplash)

Er zijn berichten die je leest en waarbij je na afloop denkt: mooi. Goed nieuws. Iemand heeft hard gewerkt, iets tot een goed einde gebracht en is daar terecht blij om. En er zijn berichten waarbij je na afloop iets anders denkt. Niet noodzakelijk: dit klopt niet. Eerder: waarom voelt dit alsof er nog iets anders wordt verteld?


Neem het bericht van iemand die een nieuw boek heeft geschreven. De uitgeefster heeft enthousiast gereageerd op het laatste hoofdstuk. Het manuscript gaat binnenkort naar de uitgeverij, daarna volgen eindredactie en lay-out en als alles volgens plan verloopt, kan het boek binnenkort naar de drukker. De schrijver is opgetogen. Er zijn uitroeptekens, emoji's, woorden als zotjes, keispannend en o zo leuk. En de lezer mag alvast een hoofdstuk lezen.


Niets vreemds aan. En toch zit er iets meer in zo'n bericht dan informatie alleen. Het vertelt niet alleen dat er een boek aankomt. Het vertelt ook iets over degene die het boek maakt: ze is iemand die hard werkt, iets bijzonders tot stand brengt, daarvoor erkenning krijgt en daar zichtbaar van geniet. Het bericht deelt niet alleen een gebeurtenis, maar ook een identiteit.


Misschien is dat wel een van de meest menselijke dingen die we doen: we vertellen elkaar voortdurend wie we zijn.


De mens als zichzelf vertellend wezen


We noemen onszelf graag sociale wezens. Rationele wezens. Spirituele wezens. Misschien is de mens daarnaast ook een zichzelf vertellend wezen. We vertellen verhalen over wat ons overkomt, maar ook over wie we zijn: iemand die altijd doorgaat, een mensenmens, onafhankelijk, iemand die anderen helpt, succesvol, bescheiden, een vechter.


Sommige van die verhalen worden ons door anderen aangereikt. Sommige ontstaan uit eigen ervaring. Andere construeren we gaandeweg zelf. En na verloop van tijd kunnen ze zo vertrouwd worden dat we nauwelijks nog merken dat het verhalen zijn. We ervaren ze eenvoudigweg als de waarheid over onszelf.


Dat is niet noodzakelijk iets slechts. Zonder enig verhaal over onszelf wordt het moeilijk om ons leven als een samenhangend geheel te ervaren. Een mens moet tenslotte niet alleen leven; we moeten ook kunnen begrijpen wat we aan het doen zijn. 


Daar begint iets interessants. Want een verhaal ordent de werkelijkheid. En wat geordend wordt, laat ook dingen buiten beeld.


Wie zichzelf ziet als een doorzetter, heeft misschien moeite met zijn eigen behoefte aan rust. Wie zichzelf ziet als zorgzaam, kan het moeilijk vinden om grenzen te stellen. Wie zichzelf als succesvol ervaart, kan falen niet alleen als een gebeurtenis maar als een bedreiging van zijn identiteit beleven.


Het verhaal dat ons helpt om onszelf te begrijpen, kan ons op de duur ook gaan vertellen wat we wel en niet mogen zijn.


We zijn minder één dan we denken


Dat is misschien wel de reden waarom het idee van de mens als een verdeeld wezen zo herkenbaar is. We willen tegelijk gezien worden en met rust gelaten worden. We verlangen naar vrijheid en naar bevestiging. We willen bijzonder zijn en toch ergens bij horen. We willen controle hebben en soms willen we dat iemand anders het even overneemt.


In ons leven spreken verschillende stemmen: de ambitieuze stem, de voorzichtige stem, de vermoeide stem, de stem die bewonderd wil worden, de stem die daar meteen weer van schrikt, de stem die zegt dat het allemaal wel meevalt, en die andere stem die allang weet dat het niet meevalt.


Dat hoeft helemaal geen pathologie te zijn. Misschien is enige innerlijke verdeeldheid eenvoudigweg onderdeel van mens-zijn. Toch is het opmerkelijk hoe vaak we doen alsof we één helder, consequent individu zijn. Ook daarin spelen onze verhalen een rol. Ze maken van een veelstemmig bestaan een hoofdpersoon: dit ben ik.


Dat klinkt eenvoudig. Maar wie is die ik eigenlijk?


De versie van onszelf die naar buiten mag


Op sociale media wordt dit allemaal nog zichtbaarder. Daar presenteren we ons voortdurend aan anderen. We tonen wat we maken, waar we zijn, wat we denken, wie we ontmoeten, wat ons raakt en waar we trots op zijn. Dat maakt ons niet noodzakelijk oppervlakkiger of oneerlijker dan vroeger. De behoefte om onszelf aan anderen te tonen is veel ouder dan Instagram.


Sociale media maken één ding bijna tastbaar: we kunnen onszelf bekijken door de ogen van anderen.


We leren niet alleen wie we zijn. We leren ook hoe het voelt om iemand te zijn die door anderen op een bepaalde manier wordt gezien. Dat kan verslavend worden. Niet noodzakelijk omdat we voortdurend complimenten willen. Soms omdat de bevestiging ons helpt om het verhaal over onszelf overeind te houden: zie je wel, dit ben ik.


Het gevaar begint niet zozeer wanneer we onszelf presenteren, maar wanneer we steeds moeilijker onderscheid kunnen maken tussen de persoon die we presenteren en de persoon die we zijn. En zelfs dan is het woord onecht misschien te hard.


Vaak is die publieke versie van onszelf óók echt. De enthousiaste schrijver is echt enthousiast. De succesvolle ondernemer heeft werkelijk iets bereikt. De behulpzame vriend is werkelijk behulpzaam. De opgewekte persoon is werkelijk opgewekt. Alleen is zij niet het hele verhaal. Dat is een belangrijk onderscheid.


Wanneer een deel het geheel wordt


In het werk van psychologe Janina Fisher krijgt die gedachte een bijzondere betekenis. Vanuit haar werk rond trauma beschrijft ze hoe mensen verschillende delen in zichzelf kunnen ontwikkelen die elk een bepaalde functie krijgen: een deel dat beschermt, een deel dat presteert, een deel dat zich aanpast, een deel dat gevaar probeert te vermijden.


Het biedt een interessante manier om naar onszelf te kijken, ook buiten het terrein van trauma. Het probleem is niet dat we verschillende kanten hebben. Het probleem ontstaat wanneer één kant zich voor het geheel gaat uitgeven.


De harde werker zegt: zo ben ik nu eenmaal. De pleaser zegt: ik vind het helemaal niet erg. De perfectionist zegt: nog even, dan is het goed – uiteindelijk zal het nooit goed genoeg zijn. De sterke zegt: dit kan ik best aan.


Misschien is er ergens een veel zachtere stem die nauwelijks nog gehoord wordt. Niet omdat iemand bewust liegt. Maar omdat sommige delen van ons gemakkelijker applaus krijgen dan andere.


Onze cultuur helpt daaraan mee. We bewonderen degene die doorgaat. We bewonderen productiviteit, ambitie, zichtbaarheid, veerkracht en succes. Zelfs rust moet tegenwoordig bijna een prestatie worden: goed slapen, bewust leven, wandelen, mediteren, grenzen stellen. Ook ontspanning kan een project worden.


Wie voortdurend succesvol is in het verhaal van zijn eigen leven, kan vergeten dat een mens soms ook gewoon moe mag zijn zonder daar meteen iets van te moeten maken.


De verleiding van het mooie verhaal


We kunnen dus maar beter voorzichtig zijn met het woord authenticiteit. We gebruiken het alsof er ergens diep in ons een ware versie van onszelf verborgen zit die we alleen nog moeten ontdekken. Alsof authenticiteit betekent dat we uiteindelijk precies samenvallen met één echte identiteit. Maar zo werkt het niet.


We zijn nooit helemaal één. Misschien bestaat volwassenheid er minder in dat we alle tegenstrijdigheden oplossen dan in het verdragen ervan. Dat ik ambitieus kan zijn en tegelijk moe. Dat ik graag bewonderd word en dat ik dat zelf soms gênant vind. Dat ik anderen wil helpen en daar soms ook erkenning voor wil. Dat ik een sterk mens kan zijn en me toch hulpeloos kan voelen. Dat ik trots kan zijn op wat ik heb gemaakt en tegelijk bang kan zijn dat het niet goed genoeg is.


De vraag is dan niet meer: welke van deze stemmen is de echte ik? Maar eerder: kan ik ze allemaal horen zonder dat één ervan de baas wordt over het geheel?


Zelfkennis is vooral ruimte maken


Daarin zit voor mij ook iets milds. We hoeven onszelf niet voortdurend te ontmaskeren. We hoeven niet bij iedere enthousiaste boodschap te denken dat er een verborgen behoefte aan erkenning achter zit. We hoeven ook niet iedere productieve periode te interpreteren als een voorbode van een burn-out.


Dat zou opnieuw een manier zijn om de mens tot één verklaring te reduceren. De interessantste houding heet nieuwsgierigheid. Wat probeert deze persoon aan zichzelf hier te vertellen? Welke versie van zichzelf krijgt op dit moment de meeste ruimte? En, misschien nog belangrijker: wat blijft buiten beeld?


Die vragen kunnen we ook aan onszelf stellen.


Niet alleen wanneer er iets misgaat. Misschien juist wanneer alles goed lijkt te gaan. Want soms zegt het verhaal dat we over onszelf vertellen iets waars. En soms zegt het iets wat we heel graag waar willen laten zijn. Meestal is het waarschijnlijk allebei. Dat maakt ons niet vals. Het maakt ons menselijk.


We zijn sociale wezens, omdat we anderen nodig hebben. We zijn misschien spirituele wezens, omdat we ons afvragen waarom en waartoe we hier zijn. Maar we zijn ook vertellende wezens. We maken van de losse gebeurtenissen van een leven een verhaal dat we kunnen bewonen.


Zelfkennis begint niet wanneer we eindelijk het juiste verhaal over onszelf hebben gevonden. Misschien begint zelfkennis wanneer we bereid zijn te luisteren naar wat ons verhaal niet vertelt: de vermoeidheid onder de gedrevenheid, de onzekerheid onder het zelfvertrouwen, het verlangen naar erkenning onder de onafhankelijkheid, de behoefte aan rust onder het succes, en misschien zelfs naar het deel van ons dat, heel stil, zegt: ik weet niet meer of dit eigenlijk nog wel is wat ik wil.


Dat hoeft niet het einde van het verhaal te zijn. Misschien is het juist het moment waarop het verhaal groter mag beginnen te worden.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page