top of page

De kunst om een ander werkelijk te zien

11 okt
8 minuten om te lezen
Een ander werkelijk zien vraagt dat we voorbij onszelf leren kijken. (Foto © Unsplash) 
Een ander werkelijk zien vraagt dat we voorbij onszelf leren kijken. (Foto © Unsplash) 

Er zijn mensen van wie we na jaren denken dat we ze kennen. We weten hoe ze reageren, wat ze zullen zeggen, waar ze gevoelig voor zijn. We kennen hun kleine hebbelijkheden, hun zwakke plekken, hun gewoonten. Zonder het goed te beseffen hebben we een portret van hen in ons hoofd geprent. En naarmate de jaren verstrijken, wordt dat portret steeds overtuigender. We denken: hij is nu eenmaal zo, zij doet altijd hetzelfde, zo iemand verandert niet meer.


Tot er op een dag iets gebeurt waardoor we die persoon plotseling anders zien. Hij zegt iets wat we niet van hem verwachten. Misschien ontdekken we dat achter een ogenschijnlijk onverschillige houding een diepe angst schuilgaat. Misschien blijkt de vrouw die we arrogant vonden juist heel verlegen te zijn. Of we merken, tot onze lichte schaamte, dat iemand die we jarenlang lastig vonden eenvoudigweg een leven leidt waar we nauwelijks iets van afweten.


Is die ander veranderd? Of is vooral onze kijk veranderd? Die tweede mogelijkheid voert ons naar de wereld van Iris Murdoch.



Murdoch, de Britse romanschrijfster en filosofe die in 1999 overleed, ontwikkelde een filosofie die op het eerste gezicht over grote, verheven zaken gaat: goed en kwaad, vrijheid, waarheid, liefde, God en Plato. Maar onder die grote woorden schuilt iets heel eenvoudigs en heel menselijks. Haar fundamentele vraag is hoe we kunnen leren de werkelijkheid beter te zien.


Dat klinkt bescheiden. Maar het is een radicale gedachte. 


Volgens Murdoch is onze blik lang niet zo onbevangen als we denken. We lopen rond met onszelf als een onzichtbare bril. We kijken naar anderen door de lens van onze verlangens, irritaties, verwachtingen, angsten en kwetsuren. We zien de ander niet alleen zoals hij is, maar vooral zoals hij zich tot ons verhoudt. Een collega wordt degene die ons irriteert, een partner degene van wie we verlangen dat hij ons begrijpt, een kind het kind dat we hopen dat het zal worden. Soms krijgt het kind daardoor niet eens de ruimte om eenvoudig zichzelf te zijn.


We maken van andere mensen personages in ons eigen verhaal.


Murdoch noemt dat de macht van het ego. Daarmee bedoelt ze niet alleen ijdelheid, maar iets veel subtielers: onze voortdurende neiging om de wereld vanuit onszelf – en ons eigen denkkader – te interpreteren. We zijn verhalenmakers. We leggen onze eigen betekenissen over de werkelijkheid heen en zien vervolgens die betekenissen aan voor de werkelijkheid zelf.


Daarom is een van haar belangrijkste begrippen aandacht.


Aandacht klinkt als een vriendelijk, bijna huiselijk woord, maar bij Murdoch krijgt het een diepere betekenis. Het is de inspanning om de werkelijkheid te zien zoals ze is, niet alleen zoals we haar graag zouden zien. Aandacht vraagt dat we onze eerste indruk niet voor de waarheid houden, dat we onze vooroordelen leren herkennen en dat we bereid zijn onze blik te corrigeren. Zo wordt aandacht een morele daad, misschien zelfs de eerste voorwaarde voor een moreel leven.


Stel je een moeder voor die zich ergert aan haar zoon. Ze vindt hem lui, ondankbaar en egoïstisch. In haar hoofd heeft zich een beeld van hem gevormd dat stilaan de status van een feit heeft gekregen. Maar op een bepaald moment probeert ze haar ergernis opzij te zetten. Ze kijkt opnieuw. Misschien ontdekt ze dat hij niet lui is, maar bang. Misschien begrijpt ze dat zijn zwijgen geen minachting uitdrukt, maar onzekerheid.


Er is niets spectaculairs gebeurd. Geen groot moreel besluit, geen heldendaad. En toch is er iets wezenlijks veranderd. De moeder heeft haar zoon niet veranderd, maar haar blik op hem. Ze ziet hem nauwkeuriger, met meer mededogen. In de ogen van Murdoch is dat al een vorm van morele vooruitgang.


Wanneer we aan moraal denken, denken we al snel aan handelen: eerlijk zijn, niet liegen, anderen helpen, onze plicht vervullen. Murdoch legt de nadruk op iets wat daaraan voorafgaat. Voor we handelen, hebben we immers al een beeld van de werkelijkheid gevormd. En als dat beeld vervormd is, kunnen zelfs onze beste bedoelingen verkeerd uitpakken. De vraag is dus niet alleen: wat moet ik doen? De vraag die daaraan voorafgaat, luidt: wat zie ik eigenlijk?


Daarmee verschuift Murdoch onze vertrouwde opvatting van moraal. Een mens is niet alleen iemand die af en toe voor een morele keuze staat. Hij is ook iemand die voortdurend bezig is de werkelijkheid te interpreteren. Moreel leven betekent daarom leren waarnemen. Murdoch noemt dat unselfing: het loskomen uit de beklemming van het eigen ik. Niet dat we onszelf moeten verloochenen, verre van, maar we hoeven onszelf niet langer als het middelpunt van alles te beschouwen. We moeten leren plaats te maken voor wat buiten ons ligt.


Dat brengt ons bij de liefde. Ook dat woord gebruikt Murdoch op een bijzondere manier. Liefde is voor haar niet in de eerste plaats een romantisch gevoel, een hevige hartstocht of warme genegenheid. Liefde is het vermogen om de werkelijkheid van de ander te erkennen, zonder die te vervangen door onze fantasie over die ander.


Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe vaak vragen we ons niet af: wat betekent dit voor mij? Wat vindt de ander van mij? Waarom heeft hij dat gezegd? Waarom waardeert zij mij niet? Zelfs wanneer we naar iemand luisteren, zijn we al bezig ons antwoord te formuleren. Het ligt klaar nog voor de ander is uitgesproken. We horen hem, maar zijn niet werkelijk bij hem aanwezig.


De ander is nochtans een werkelijkheid op zich. Dat klinkt bijna banaal, totdat we bedenken hoe vaak we het vergeten. De ander is niet alleen degene die we nodig hebben, maar ook de persoon die ons gelukkig of ongelukkig maakt, de moeilijke schoonzus, de lastige buurman, de collega die ons teleurstelt. Hij heeft een eigen binnenwereld, herinneringen die we niet kennen, angsten die hij misschien verborgen houdt, verlangens waarvan we niets weten. De ander heeft een geschiedenis die niet om ons draait.


Liefde betekent dan: ruimte laten voor die werkelijkheid.


Het is een opmerkelijk veeleisende opvatting over liefde. Ze vraagt of we bereid zijn ons beeld van iemand te corrigeren. Zelfs dat we erkennen dat onze liefde soms minder op de ander gericht is dan op de voorstelling die we van hem hebben gemaakt. Misschien is dat wel een van Murdochs ongemakkelijkste inzichten: we kunnen iemand graag zien en hem of haar toch niet werkelijk zien. 


Daarom zijn haar romans zo belangrijk om haar filosofie te begrijpen. Tussen 1954 en 1995 schreef Murdoch zesentwintig romans waarin mensen zich voortdurend in elkaar vergissen. Ze verlangen, bedriegen, projecteren, fantaseren, idealiseren en miskennen. Haar personages zijn zelden eenvoudig goed of slecht. Ze zitten gevangen in hun eigen verhalen, zoals wij allemaal. Voor The Sea, The Sea ontving ze in 1978 de Booker Prize.


Literatuur kan iets wat het dagelijks leven ons niet altijd gunt: ons langdurig laten verblijven in het bewustzijn van iemand anders. We beginnen misschien met een oordeel over een personage, maar gaandeweg wordt dat oordeel ingewikkelder. We ontdekken waarom iemand doet wat hij doet. We betreden een wereld die ons aanvankelijk vreemd is en we worden gedwongen onze eerste indruk bij te stellen. Dat is wat literatuur op haar best vermag: ze oefent onze aandacht. Een goede roman zegt niet alleen: kijk naar deze persoon. Hij zegt: je dacht dat je wist wie deze persoon was. Kijk nog eens.


Het is bijna een morele oefening.


Op dat punt is Murdochs filosofie opvallend actueel. We leven in een tijd waarin we voortdurend oordelen over mensen die we nauwelijks kennen. Een foto, een uitspraak, een bericht, een paar seconden video volstaan om iemand in een hokje te duwen. Op sociale media worden mensen gereduceerd tot standpunten, incidenten of karikaturen. We kunnen miljoenen mensen bekijken zonder ook maar één van hen werkelijk te zien. Er is overvloed aan informatie, maar aandacht laat zich niet zo gemakkelijk vermenigvuldigen.


Misschien hebben we daarom juist nu behoefte aan Murdochs aansporing: kijk, en kijk nog eens. Niet om elk oordeel op te schorten of alle verschillen uit te wissen, maar om te voorkomen dat ons oordeel de plaats inneemt van de werkelijkheid. Wie aandachtig kijkt, ontdekt niet noodzakelijk dat de ander gelijk heeft. Wel dat hij meer is dan het beeld dat we van hem hebben gemaakt.


Maar waarheen moeten we kijken? Hier komt Murdochs moeilijkste begrip in beeld: het Goede.


Sterk beïnvloed door Plato beschouwt Murdoch het Goede als meer dan een verzameling regels of afspraken over gewenst gedrag. Het is geen lijstje met voorschriften, maar een werkelijkheid waarop we ons kunnen richten, zoals een kompas naar het noorden wijst. We kunnen het Goede nooit volledig bezitten of definitief vastleggen. Toch kan het ons aantrekken en ons helpen onze eigen denkbeelden te toetsen. Het vraagt dat we onszelf corrigeren, telkens opnieuw.


Daarin schuilt ook de spirituele dimensie van haar filosofie. In een tijd waarin het traditionele geloof voor velen problematisch was geworden, wilde Murdoch de gedachte aan een morele werkelijkheid die ons overstijgt niet zomaar opgeven. Het goede staat niet eenvoudigweg gelijk aan wat we zelf goed vinden. Het stelt juist onze vanzelfsprekendheden ter discussie. Het ligt als het ware buiten ons, maar doet een beroep op ons. Het nodigt ons uit verder te kijken dan ons eigen verlangen, onze eigen angst en ons eigenbelang.


Misschien verklaart dat ook waarom Murdoch zo weinig vertrouwen had in de mens als volkomen autonome, rationele beslisser. We denken graag dat we vrije mensen zijn die na enig nadenken hun keuzes maken. Maar veel is al in ons bewustzijn aanwezig voordat we beslissen: verlangens, gewoonten, fantasieën, angsten, trots en vooroordelen. We kiezen niet vanuit een lege ruimte. Vaak worden onze keuzes voorbereid door de manier waarop we de wereld al hebben leren zien.


In Murdochs optiek begint vrijheid daarom al vóór de keuze. Ze kan beginnen op het ogenblik dat we ontdekken dat onze blik niet de enige mogelijke is. We kunnen leren anders te kijken en daardoor ook anders te handelen. Niemand kan ons eenvoudigweg dwingen de werkelijkheid van een ander te erkennen. Maar we kunnen wel oefenen in het loslaten van onze eerste vertrouwde interpretatie. Wanneer we de ander anders leren zien, verandert ook de wereld waarin we handelen.


Dat is voor mij een van de meest menselijke kanten van Murdochs filosofie, en precies daarom wilde ik erover schrijven. Ze vraagt niet dat we volmaakte mensen worden. Ze weet hoe egocentrisch we kunnen zijn, hoe gemakkelijk we ons vergissen, hoe vaak we anderen verkeerd begrijpen en onszelf in het middelpunt plaatsen. Maar ze gelooft dat we kunnen oefenen. We kunnen aandachtiger worden, ons oordeel even opschorten, ontdekken dat iemand ingewikkelder is dan we dachten. We kunnen onszelf, al is het maar voor een ogenblik, uit het centrum halen. Misschien begint daar wel de goedheid.


Er zit ook troost in die gedachte. Goed zijn betekent niet dat we nooit meer egoïstisch, jaloers, boos of onredelijk zijn. Het betekent niet dat we altijd de juiste beslissing nemen. Het betekent dat we bereid blijven opnieuw te kijken: naar de partner die we dachten te kennen, naar het kind dat ons zorgen baart, naar de vriend die ons teleurstelde, naar de vreemde over wie we meteen een oordeel klaar hadden. En misschien ook naar onszelf.


Want ook onszelf zien we niet altijd zoals we zijn. We leven met verhalen over wie we zijn, over wat ons is aangedaan, over wat we verdienen en waartoe we in staat zijn. Soms houden die verhalen ons gevangen. Ook tegenover onszelf vraagt Murdochs filosofie daarom om afstand: de bereidheid te erkennen dat we niet samenvallen met het beeld dat we van onszelf hebben gemaakt.


Uiteindelijk schrijft Murdoch over iets wat eenvoudig klinkt en misschien een leven lang oefening vraagt: werkelijk aanwezig zijn bij de werkelijkheid. Niet bij onze voorstelling ervan, niet bij het verhaal dat we erover hebben gemaakt, niet alleen bij de vraag wat die werkelijkheid met óns doet, maar bij de werkelijkheid zelf en bij de ander die onafhankelijk van ons bestaat.


Misschien is liefde, in de diepste zin van Murdochs filosofie, niet in de eerste plaats het gevoel dat iemand ons geeft. Misschien is liefde de moed om de ander te laten bestaan buiten het beeld dat we van hem hebben gevormd. Hem niet op te sluiten in onze verwachtingen, onze teleurstellingen of onze verlangens, maar hem de ruimte te geven om iemand anders te zijn dan we dachten.


Kijken, nog eens kijken en dan proberen werkelijk te zien. Het lijkt een kleine opdracht. Misschien is het wel een levenskunst.


De lezing door filosofe Katrien Schaubroeck in het Geuzenhuis zette me aan om Iris Murdoch opnieuw uit de boekenkast te halen. 
 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page