top of page

De kracht en het gevaar van morele taal


Woorden dragen waarden en betekenis. Taal doet ertoe. Taalgebruik is onthullend. (Foto © Pixabay)
Woorden dragen waarden en betekenis. Taal doet ertoe. Taalgebruik is onthullend. (Foto © Pixabay)

In verhitte tijden verliest taal snel haar precisie. Wie morele woorden inzet als wapens, maakt het denken zelf tot slachtoffer.


Voor alle duidelijkheid, ik ben geen arts of psycholoog. Mijn werkterrein is de taal en de mens die ze gebruikt: in woorden, in zinnen, in de zegging en in wat er niet wordt gezegd. De manier waarop we spreken onthult vaak meer dan de feiten zelf. Zeker in tijden van oorlog en morele paniek wordt taal een wapen, geladen met gevoelens, overtuigingen en identiteit. Woorden dragen waarden en betekenis. Onze taal doet ertoe. Taalgebruik is onthullend. 


De morele taal is tegenwoordig zelden uit de ether: ze vult onze schermen, gesprekken en nieuwsberichten. En precies daar, in dat wervelende morele stof, dreigt de betekenis te vervagen.


Van feiten naar verontwaardiging


In het publieke debat over oorlog en massaal geweld duikt een herkenbaar patroon op: zodra iemand het woord genocide gebruikt, verschuift het gesprek van feiten naar verontwaardiging. Niet zelden wordt de beschuldiging zelf dan als moreel verwerpelijk bestempeld; een vorm van demonisering of zelfs een lastercampagne. Het gebeurt in de beste intellectuele en ministeriële kringen. 


Die reflex lijkt op het eerste gezicht rationeel: genocide is immers het zwaarste morele en juridische verwijt dat men kan maken. Toch verraadt het iets diepers. Wie zo’n term meteen wegzet als kwaadaardige overdrijving, verplaatst het gesprek van analyse naar morele positionering. De vraag wordt niet langer wat er feitelijk gebeurt, maar wie hier de moreel zuivere partij is.


Taal met juridische lading


Het verschil is belangrijk. De term genocide heeft een juridische betekenis, niet enkel een emotionele. Ze verwijst naar intentie: de bedoeling om een groep als zodanig geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Die intentie kan zich uiten in daden, maar ook in beleidskeuzes die het voortbestaan van een bevolking onmogelijk maken. Of een concreet conflict daaraan beantwoordt, is geen kwestie van morele smaak, maar van toetsbare feiten en interpretatie binnen het internationaal recht.


De retorische sprong


“The application of the word genocide to refer to tens of thousands of war deaths is, I mean, I think it is a kind of blood libel.” — Steven Pinker 


Wie de beschuldiging van genocide meteen vergelijkt met oude, kwaadaardige mythes, zoals de middeleeuwse “bloedlaster” (blood libel) tegen Joden, maakt een retorische sprong die de discussie verlamt. Daarmee wordt niet enkel de claim verworpen, maar ook de legitimiteit van wie ze uitspreekt. Het resultaat is een moreel cordon sanitaire rond de waarheid zelf. Het maakt de waarheid onzichtbaar. 


De dunne lijn tussen moreel en moralistisch


Morele taal is krachtig, maar ook gevaarlijk. Ze kan mobiliseren, maar ook verdoezelen. Zodra ze gebruikt wordt om denken te vervangen door verontwaardiging, verliezen we de mogelijkheid om onderscheid te maken tussen kwaadwillige propaganda en terechte aanklacht.


Een volwassen publiek debat zou dus niet moeten beginnen met de vraag wie er “de slechterik” is, maar met de bereidheid om woorden precies te hanteren. Alleen dan kunnen we geweld benoemen zonder het gesprek zelf tot wapen te maken. Dat laatste gebeurt al te vaak — andermaal een teken aan de wand. 

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page