top of page

De afstand tussen mensen

19 okt
6 minuten om te lezen
We kunnen dicht bij elkaar zijn en toch op afstand blijven. De vraag is wie bereid is die afstand te overbruggen. (Foto © Unsplash)
We kunnen dicht bij elkaar zijn en toch op afstand blijven. De vraag is wie bereid is die afstand te overbruggen. (Foto © Unsplash)

De samenleving staat of valt met afstand of nabijheid.


Het klinkt eenvoudig en toch schuilt er een hele wereld achter die twee woorden. Afstand kan ruimte geven, maar ook verwijdering betekenen. Nabijheid kan benauwen, maar evengoed troost bieden, vertrouwen wekken en mensen het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan.


We hebben ruimte nodig om onszelf te kunnen zijn, maar ook anderen om onszelf niet te verliezen. We zoeken autonomie en verlangen tegelijk naar verbondenheid. We willen onze eigen weg gaan, maar ook weten en voelen dat er iemand is die ons ziet, die luistert, die antwoordt wanneer we aankloppen.


Afstand en nabijheid zijn niet alleen begrippen. Ze bepalen mee hoe we samenleven.


De plaats waar we elkaar ontmoeten is daarbij niet zonder betekenis. Ruimte spreekt, soms luider dan woorden.


Denk aan een grote vergaderzaal. Een ruime zaal, met tafels die een hoekig vierkant vormen, mensen tegenover elkaar en meters tussen de ene stoel en de andere. Alles is aanwezig om samen te vergaderen en toch kan er iets ontbreken: de vanzelfsprekendheid van de ontmoeting, de nabijheid die een gesprek op gang brengt, de kleine signalen waarmee mensen elkaar aftasten en beter begrijpen, misschien zelfs met wat meer mildheid tegemoet treden.


Het lijkt een detail, een kwestie van inrichting, van praktisch comfort. Maar is dat wel zo?


Een ruimte is nooit helemaal neutraal. Elke architect kan je dat vertellen. Ze bepaalt niet alleen waar mensen zitten, maar beïnvloedt ook hoe ze zich tot elkaar verhouden. Ze kan uitnodigen tot ontmoeting of onbedoeld de afstand bevestigen. Ze kan openheid uitstralen, maar ook een zekere plechtstatigheid die mensen op hun plaats houdt.


De meters tussen mensen zijn zichtbaar. Wat ze betekenen, is minder zichtbaar.


Afstand laat zich immers niet alleen meten in meters. Ze kan zich nestelen in verhoudingen, in gewoonten, in de manier waarop we met elkaar omgaan. Ze groeit soms zonder dat iemand daar bewust voor kiest en wordt pas voelbaar wanneer iemand probeert haar te overbruggen.


Onlangs vertelde iemand over een verlies dat haar leven plots had veranderd. Haar man was onverwacht gestorven. In het verdriet en de verwarring die daarop volgden, had ze contact gezocht met een instantie waarvan ze hulp of op zijn minst een antwoord verwachtte. Er was haar beloofd dat ze zou worden teruggebeld.


Dat telefoontje kwam niet.


Tot op vandaag niet.


Ze bracht het ter sprake. In haar woorden klonken niet alleen ontgoocheling, maar ook de kwetsbaarheid van iemand die op een moeilijk moment een hand had uitgestoken en geen antwoord had gekregen. Het moet moed hebben gevraagd om dat te vertellen, om iets van haar persoonlijke pijn met anderen te delen.


Het was een pijnlijk moment. Niet omdat een gemiste oproep op zichzelf zo uitzonderlijk is. Overal kunnen fouten gebeuren. Mensen kunnen iets vergeten, diensten kunnen onder druk staan, communicatie kan mislopen. Maar juist daarom moeten we ons afvragen wat er op het spel staat wanneer iemand niet wordt teruggebeld.


Achter een gemiste oproep kan een mens schuilgaan die wacht. Achter een administratieve vraag kan verdriet zitten. Achter een naam op een scherm kan iemand zitten die niet goed weet waarheen, die steun zoekt of gewoon wil horen dat er iemand is die luistert.


Een telefoontje is soms veel meer dan een telefoontje. Het kan de afstand tussen een mens en zijn omgeving verkleinen of die afstand nog groter maken.


Daar ligt de spanning die me bezighoudt. We kunnen in dezelfde ruimte zitten en toch ver van elkaar verwijderd blijven. We kunnen spreken over zorg, solidariteit en verbondenheid, terwijl iemand buiten ons blikveld op een antwoord wacht. We kunnen perfect georganiseerd zijn en toch tekortschieten in iets wat zich moeilijk in procedures laat vatten: de aandacht voor de mens achter de vraag.


Verwijdering ontstaat niet altijd uit onverschilligheid. Soms groeit ze uit drukte, uit versnipperde verantwoordelijkheden, uit systemen waarin iedereen zijn taak vervult of een functie uitoefent, maar niemand zich nog werkelijk aangesproken voelt. Niemand heeft noodzakelijk de bedoeling iemand in de kou te laten staan. En toch kan precies dat gebeuren.


Misschien is dat de ongemakkelijkste vaststelling: afstand kan ontstaan zonder kwade wil, simpelweg doordat niemand de stap naar de ander zet.


We spreken graag over een warme samenleving, over zorgzame buurten, over aandacht voor ouderen en kwetsbare mensen. We schrijven nota's, formuleren aanbevelingen, organiseren vergaderingen. Dat is nodig. Het kan een eerste stap zijn. Maar nabijheid wordt niet bewezen door wat we op papier zetten. Ze blijkt uit wat we doen wanneer iemand ons nodig heeft.


Nabijheid zit in de bereidheid om te luisteren. In de moeite die we doen om iemand te bereiken. In een belofte die we nakomen. In het besef dat een vraag soms meer is dan een vraag en dat achter een ogenschijnlijk klein verzoek een wereld van verdriet, onzekerheid of hoop kan schuilgaan.


Een samenleving wordt niet warm door wat ze belooft, maar door wat ze voor mensen doet.


Maar er is nog iets. Toenadering vraagt niet alleen inspanning van degene die de afstand wil overbruggen. Ze vraagt ook dat die inspanning ergens aankomt. Dat een uitgestoken hand niet in het luchtledige blijft hangen. Dat de bereidheid om het gesprek aan te gaan niet op een koude steen valt.


Weinig is zo ontmoedigend als de ervaring dat woorden en daden elkaar tegenspreken. Er wordt begrip uitgesproken, erkenning gegeven, er klinken vriendelijke woorden, maar het handelen zendt vervolgens een heel andere boodschap uit. Alsof men de deur even op een kier zet om ze daarna toch weer te sluiten.


Dat is meer dan een teleurstelling. Het kan verwarren, frustreren en zelfs pijn doen. Wie toenadering zoekt, stelt zich kwetsbaar op. Wie een probleem aankaart, een vraag stelt of iets persoonlijks deelt, loopt het risico niet gehoord te worden. Wanneer daar welwillende woorden op volgen, maar geen overeenkomstige daden, blijft niet alleen de afstand bestaan. Ook het vertrouwen krijgt een deuk.


Vertrouwen laat zich niet herstellen met woorden alleen.


Nabijheid vraagt iets van beide kanten. Van degene die de stap zet, maar ook van degene die daarop wordt aangesproken. Niet dat elk verzoek onmiddellijk moet worden ingewilligd of elk probleem meteen een oplossing moet krijgen. Wel dat woorden ernstig worden genomen, toezeggingen betekenis houden en er eerlijkheid is wanneer iets niet lukt.


Wie de moed opbrengt om een afstand te overbruggen, zou niet telkens opnieuw aan diezelfde afstand mogen worden overgeleverd.


Dat geldt voor instellingen, maar evenzeer voor verenigingen, buurten, families en voor onszelf. Ook wij laten soms mensen wachten. We stellen een gesprek uit, vergeten terug te bellen, denken dat iemand anders wel zal reageren. We lopen elkaar voorbij zonder werkelijk te zien wat er bij de ander leeft.


Misschien moeten we daarom anders leren kijken naar de plaatsen waar we elkaar ontmoeten. Niet alleen naar hun functie, hun omvang of hun praktische bruikbaarheid, maar vooral naar wat ze mogelijk maken. Brengen ze mensen dichter bij elkaar? Nodigen ze uit tot een gesprek? Is er ruimte voor aarzeling, voor verdriet, voor iets wat niet op de agenda staat?


Een kleinere zaal maakt mensen niet vanzelf warmer. Een andere tafelopstelling garandeert geen betrokkenheid. Fysieke afstand is niet hetzelfde als menselijke afstand. Maar de plaats waar we elkaar ontmoeten, kan wel iets zichtbaar maken van de verhouding die we tot elkaar aannemen. Ze kan toenadering bevorderen of verwijdering bestendigen.


De ruimte is dus niet zomaar decor. Ze maakt deel uit van het verhaal.


Nabijheid betekent overigens niet dat afstand helemaal moet verdwijnen. We kunnen niet altijd aanwezig zijn, niet elke vraag onmiddellijk beantwoorden, niet elk verdriet wegnemen. Afstand kan ook gezond zijn: het geeft vrijheid, beschermt grenzen en laat ruimte voor verschil.


Er is echter een wezenlijk onderscheid tussen afstand die ruimte geeft en afstand die mensen aan hun lot overlaat.


Nabijheid betekent niet dat we altijd beschikbaar moeten zijn. Ze betekent dat we de ander niet uit het oog verliezen. Dat we bereid zijn ons te laten aanspreken. Dat we niet alleen bereikbaar willen zijn, maar ook werkelijk proberen te antwoorden.


Misschien moeten we minder vaak vragen hoe we de samenleving warmer kunnen maken en vaker kijken naar de kleine afstanden die we zelf laten bestaan. Afstand is soms onvermijdelijk. Nabijheid vraagt inspanning. En echte toenadering vraagt bovendien wederkerigheid: niet noodzakelijk een oplossing voor alles, maar wel oprechte aandacht en handelen dat de uitgesproken woorden geloofwaardig maakt.


Een zorgzame samenleving begint precies daar. Niet bij de grote woorden, niet bij de zoveelste aanbeveling, maar bij het besef dat er achter iedere vraag een mens kan zitten.


Een mens die wacht.


Een mens die verdriet heeft.


Een mens die hoopt dat iemand antwoordt.


De vraag is uiteindelijk niet hoeveel afstand er tussen mensen bestaat, maar wie bereid is die afstand te overbruggen. En of er aan de overkant iemand is die de uitgestoken hand ook werkelijk aanneemt.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page