top of page

Wat we stilaan onder ogen moeten zien in het onderwijs


1 + 1 = 3 — zolang het maar in het rapport past. (Foto © Pixabay)
1 + 1 = 3 — zolang het maar in het rapport past. (Foto © Pixabay)

Wie geen empathie kent, beseft meestal niet van zichzelf dat hij of zij ze mist. Empathie betekent: de ander kunnen voelen, en dus ook het effect van je handelen op die ander. Ze werkt in twee richtingen: naar buiten én naar binnen. Wie die beweging niet (meer) maakt, verliest gaandeweg ook het contact met zichzelf. Dat is zelden kwaadwilligheid. Het is vaker een beschermingsmechanisme, vaak vroegkinderlijk van oorsprong.


Wanneer empathie structureel ontbreekt, raakt ook het spreken ontregeld. Denken en voelen vallen uiteen. Het brein moet steeds harder werken om een discours overeind te houden dat niet meer gegrond is in ervaring. Dat hoor je: in holle retoriek, in slogans die elkaar tegenspreken, in taal die niet landt. Macht zonder empathie produceert uiteindelijk geen helderheid, maar ruis. Ze ondergraaft haar eigen geloofwaardigheid.


In het onderwijs heeft dit verregaande gevolgen. De toekomst ervan zal in belangrijke mate bepaald worden door de positie die directies innemen. Zij bevinden zich op een scharnierpunt. Ofwel kiezen zij expliciet de kant van leerkrachten en leerlingen, en verdedigen zij professionele ruimte, kritisch denken en menselijkheid. Ofwel zwijgen zij, uit angst of uit loyaliteit naar boven toe. Maar zwijgen is geen neutrale positie meer. Zwijgen ís kiezen. Waar ook op directieniveau empathie verdwijnt, wordt implosie een logisch gevolg.


Onderwijs onder permanent angstregime


Nergens wordt zo zichtbaar hoe angst zich vertaalt in structuren als in het onderwijs vandaag. Wat bedoeld was als een ruimte voor groei, oefening en menswording, staat onder een druk die steeds minder pedagogisch en steeds meer existentieel aanvoelt. Leerkrachten worden tot het uiterste gedreven — niet figuurlijk, maar concreet — door oplopende zorgvragen, een nijpend lerarentekort, voortdurende hervormingen en een administratie die kafkaiaans blijft aangroeien.


Beleid spreekt over kwaliteit, efficiëntie en meetbaarheid, maar vertrekt steeds vaker vanuit wantrouwen. Toetsen, inspecties, leerplannen, eindtermen en evaluatie-instrumenten stapelen zich op alsof ze een dam moeten vormen tegen falen. Angst infiltreert hier niet via harde woorden, maar via procedures. Ze nestelt zich in verantwoordingslogica en permanente bijsturing. Wat als leerlingen niet presteren? Wat als scholen tekortschieten? Wat als we de controle verliezen?


In die context raken leerkrachten klem. Ze worden geacht tegelijk opvoeder, zorgverlener en crisismanager te zijn. De professionele ruimte slinkt. Vertrouwen wordt vervangen door verantwoording, autonomie door controle. Velen ervaren dat ze nergens nog heen kunnen: wie vertraagt, faalt; wie versnelt, brandt op.


Waarom ik dit schrijf? 

Omdat ik in de praktijk leerkrachten zie die er volledig onderdoor zijn gegaan. Mensen die zich leeg hebben gegeven; niet uit zwakte, maar uit betrokkenheid. Je kunt nog zo veerkrachtig zijn, op een bepaald moment breekt de veer; en uitval is meestal multifactorieel. Ons ingebouwd stress-responssysteem is niet oneindig rekbaar. Het is biologisch begrensd. Wie die grenzen langdurig overschrijdt, betaalt een prijs. 

Het lichaam houdt de rekening bij. Soms tijdelijk, soms blijvend. Op een bepaald punt is herstel niet langer vanzelfsprekend. Dat punt heeft namen: burn-out, chronische uitputting, CVS. Wat we graag psychologisch framen, is in werkelijkheid vaak een lichamelijk noodsignaal. Burn-out is geen gebrek aan inzet. Het is het ultieme alarmsignaal. Het lichaam dat zegt: stop. En het zegt dat meestal pas wanneer niemand anders nog luistert.

Het mensbeeld verschuift mee. Leerlingen worden herleid tot meetbare output, leerkrachten tot uitvoerders van beleid — tot ze breken, en zelden de tijd of ruimte krijgen om te herstellen. Relatie, nochtans de kern van leren, dreigt te verdwijnen. Liefde — in de betekenis van aandacht, nabijheid, geduld en vertrouwen — laat zich moeilijk vangen in indicatoren en verdwijnt daardoor naar de marge.


Dat chronische stress het brein beschadigt en cognitieve functies ondermijnt, zeker bij jonge mensen, is al lang geen hypothese meer. Het is goed gedocumenteerde kennis. Dat dit inzicht nauwelijks doorwerkt in beleidskeuzes, is geen onwetendheid, maar een pijnlijke vorm van ontkenning. 


We weten dit nochtans al decennia: kinderen leren niet beter onder druk, maar onder veiligheid. Niet door controle, maar door verbinding. Onderwijs dat vanuit angst wordt aangestuurd, kweekt geen nieuwsgierigheid maar conformisme, geen veerkracht maar vermijding. Het vraagt van leerkrachten precies datgene wat het hen tegelijk onmogelijk maakt: menselijkheid. 


De huidige crisis in het onderwijs is daarom niet louter een kwestie van middelen of organisatie. Ze is een symptoom van een dieper probleem: een systeem dat gestuurd wordt door angst in plaats van door vertrouwen. Zolang beleid blijft vertrekken vanuit beheersdrang, zal het onderwijs mensen blijven verliezen; niet alleen leerkrachten, maar ook leerlingen die afhaken, innerlijk en steeds vaker ook letterlijk.


Wie het onderwijs hervormt vanuit angst, oogst uitputting en leegloop. Wie het durft hervormen vanuit liefde — vanuit relationele veiligheid, professionele autonomie en wederkerigheid — investeert in volwassenheid, op lange termijn. Dat is geen zachte droom, maar een harde keuze. En misschien wel een van de meest urgente keuzes van deze tijd. 


 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page