Waarom moet complexiteit nog altijd “uit de kast komen”?
- Luc Van De Steene
- 12 aug
- 3 minuten om te lezen

Ik moest even blijven hangen bij een uitdrukking in Trouw: “uit de kast komen”. Niet omdat de uitdrukking zo vreemd is, maar omdat ze iets onthult wat we te weinig onder ogen zien. Anno 2026 blijkt er nog altijd een sociale drempel te bestaan om openlijk te zeggen: ik denk anders, ik denk complexer, ik voel intenser, ik leg verbanden die anderen niet onmiddellijk zien.
Waarom eigenlijk?
We leven in een samenleving die sterk op het gemiddelde is ingericht. Op begrijpelijkheid, snelheid, consensus, overzichtelijke categorieën en liefst een eenvoudige oorzaak met een eenvoudige oplossing. Wie daarvan afwijkt, wordt al snel als lastig, elitair, dramatisch, wereldvreemd of “te ingewikkeld” ervaren. Maar daar zit een merkwaardige paradox.
De werkelijkheid wordt steeds complexer, terwijl onze maatschappelijke omgang met die werkelijkheid steeds meer naar simplificatie neigt.
Klimaatverandering is geen losstaand milieuprobleem. Het raakt aan economie, geopolitiek, voedselvoorziening, migratie, gezondheid, energie, biodiversiteit en intergenerationele rechtvaardigheid. AI is niet alleen een technologisch vraagstuk. Het raakt aan arbeid, macht, onderwijs, waarheid, menselijke autonomie en de inrichting van onze samenleving. Je hebt voor zulke vraagstukken geen mensen nodig die overal een simpel antwoord op hebben.
We hebben mensen nodig die complexiteit kunnen verdragen. Mensen die meerdere oorzaken tegelijk kunnen zien. Die tegenstrijdigheden niet onmiddellijk hoeven weg te poetsen. Die de gevolgen op lange termijn kunnen overzien. Die niet meteen vragen: “Aan welke kant sta je?” maar eerst: “Wat gebeurt hier eigenlijk?” Juist daarom vraag ik me af of we mensen die zo denken niet te gemakkelijk als buitenissig wegzetten.
We zijn zelfs zo ver afgedwaald dat we kinderen (!) van een label voorzien alsof ze kleine producten zijn die je in het juiste winkelrek plaatst.
Kijk bijvoorbeeld naar de klimaatactivisten. Natuurlijk kun je hun methoden, acties of politieke keuzes bekritiseren. Dat moet kunnen. Maar het is opvallend hoe snel mensen die een fundamenteel en ongemakkelijk probleem onder onze aandacht brengen, worden gereduceerd tot “extremisten”, “lastpakken” of “wereldvreemde idealisten”. Misschien is een deel van die afwijzing minder inhoudelijk dan we denken.
Complexiteit is ongemakkelijk.
Wie zegt dat ons handelen vandaag gevolgen heeft die zich over decennia uitstrekken, vraagt ons immers om verder te kijken dan het onmiddellijke (eigen)belang. Wie verbanden legt tussen systemen die we liever afzonderlijk bekijken, verstoort het comfortabele verhaal dat alles ongeveer blijft zoals het is – of zoals het altijd is geweest.
Misschien is dat ook waarom mensen die anders denken zo vaak het gevoel krijgen dat zij zich moeten aanpassen. Zij moeten “uit de kast komen”. Misschien moeten we de vraag eens omdraaien.
Het is niet de taak van mensen die complex denken om zich begrijpelijker, eenvoudiger en gemiddelder te maken. Misschien is het de taak van de samenleving om meer ruimte te maken voor complexiteit.
Niet omdat complex denken per definitie beter is. Hoogbegaafdheid maakt niemand automatisch wijs, moreel of gelijkwaardig. Maar een samenleving die alleen datgene beloont wat gemiddeld, snel en gemakkelijk verteerbaar is, loopt het risico precies die mensen en ideeën te marginaliseren die haar kunnen helpen om ingewikkelde problemen werkelijk te begrijpen. En dat lijkt me vandaag geen luxeprobleem.
Een complexe wereld verdraagt geen simplistische cultuur.
Misschien is het daarom tijd om niet langer te vragen waarom sommige mensen “uit de kast” moeten komen, maar waarom onze samenleving zo hardnekkig probeert de werkelijkheid in een kast te krijgen.




Opmerkingen