Van lapwerk naar langetermijnvisie — tijd voor een nieuw maatschappelijk kompas
- Luc Van De Steene
- 5 jun 2025
- 2 minuten om te lezen
De headlines wisselen elkaar af aan een tempo dat alleen nog door onverschilligheid te volgen is. Gisteren ging het over het afbouwen van loopbaancheques. Vandaag over het terugschroeven van het volwassenenonderwijs. En tussendoor glijdt het gevangeniswezen verder weg in de vergetelheid.

De rode draad? Een beleid dat brandjes blust waar het structureel moet herbouwen. Visieloos, richtingloos, vermoeid. Justitie is “uitgeput”, zo klinkt het, maar dat geldt evengoed voor de samenleving die zich als een patiënt in de wachtkamer bevindt.
Dit zijn geen losstaande beslissingen. Ze zijn het gevolg van een systemisch tekort aan visie. Beleidsmakers en ministers slagen er zelden in om een doordacht verhaal te brengen. Vaak wordt er gewerkt met valse argumentatie, haastige beslissingen, slogans die de complexiteit verdoezelen. Het schrijnende is dat dit vaak zonder serieuze tegenspraak gebeurt. Te weinig kritische pers. Te weinig diepgaande parlementaire reflectie. En in de samenleving zelf: te weinig tijd, te veel ruis, te weinig ruimte voor onafhankelijk denken.
Wat verdwijnt, is niet alleen beleid, maar betekenis. Want hoe leg je uit dat net het volwassenenonderwijs, een sector die kansen biedt aan wie is uitgevallen, nu stelselmatig wordt afgebouwd? Terwijl we roepen om ‘levenslang leren’, ‘mobiliteit op de arbeidsmarkt’ en ‘sociale integratie’? Wat vandaag gebeurt is geen beleidsfout, het is een symptoom van de bredere malaise: we zijn het denken in samenhang kwijt.
Alles hangt met alles samen. Wie vandaag geen kansen krijgt in het onderwijs, duikt morgen op in de werkloosheidscijfers of in het gevangenissysteem. Een samenleving die niet investeert in taal, in burgerschap, in ontmoeting en ontwikkeling, is er een die haar toekomst afbouwt, zoals een slang die in haar eigen staart bijt. Telkens zijn het de meest kwetsbaren die de klappen opvangen. Niet toevallig vind je hen vaak terug in de klaslokalen van het volwassenenonderwijs, als laatste kans op herstel, op verbinding, op een andere toekomst.
Wat we nodig hebben, is niet nog meer optimalisering, maar een radicale koerswijziging. Eentje die vertrekt vanuit een holistisch besef: dat mensen geen beleidsdomeinen zijn, maar levens. Dat wie menswaardig wil straffen, ook menswaardig moet onderwijzen. Dat wie veiligheid predikt, moet beginnen bij kansen geven. En dat preventie begint in de kinderjaren, maar nooit eindigt.
De vraag blijft: hoe keren we dit om? In een tijd waarin het politieke denken gevangen zit in korte cycli, in imago, in zelfbehoud? Misschien ligt de hoop niet bovenaan, maar onderaan. Bij mensen die wakker worden. Die elkaar opzoeken, hun bewustzijn aanscherpen, opnieuw vragen durven te stellen. Die beseffen dat de wereld te groot is voor cynisme en te klein voor onverschilligheid.
Het zal niet morgen zijn. Maar hoop is een werkwoord. En zolang er mensen zijn die de draad opnieuw willen opnemen, in een klaslokaal, in een buurthuis, aan de keukentafel, is het nog niet te laat.



Opmerkingen