top of page

Tussen denken en leven

We kijken steeds vaker naar onszelf terwijl we leven. (Foto © Unsplash)
We kijken steeds vaker naar onszelf terwijl we leven. (Foto © Unsplash)

Soms merk ik tijdens een gesprek dat een deel van mij niet helemaal deelneemt aan het gesprek zelf. Het observeert. Het interpreteert. Het probeert te begrijpen wat er gebeurt, nog terwijl het gebeurt. Alsof ik tegelijk acteur en commentator ben geworden in mijn eigen leven. Ik vermoed dat veel mensen dat herkennen.


Niet voortdurend, niet dramatisch, maar subtiel. Je zit ergens aan tafel, iemand vertelt iets, en tegelijk loopt er een tweede bewustzijn mee dat analyseert: wat bedoelt die precies, hoe kom ik over, wat gebeurt hier tussen ons? Nog voor een ervaring echt kan landen, verschijnt er al een laag betekenis bovenop.


Misschien is dat een van de vreemdste kenmerken van onze tijd: we beleven niet alleen ons leven, we begeleiden het permanent van commentaar. Allicht verklaart dit mee de drukte op de (a)sociale media. 


Dat besefte ik opnieuw toen ik een Facebookbericht las van iemand die bij de bakker meteen zijn bestelling doorgaf zonder eerst goeiedag te zeggen. De verkoopster reageerde ad rem: “Ik ben geen robot, hé.” De man excuseerde zich, gaf haar gelijk, en schreef er nadien een lange reflectie over. Over verbinding – o ironie! Over menselijke aanwezigheid. Over Heidegger, burgeractivisme en weerstand tegen de robotisering van de samenleving. 


Het vreemde was niet dat hij daarover nadacht. Het vreemde was de snelheid waarmee het concrete moment verdween onder interpretatie.


Nog voor die kleine botsing gewoon een menselijke gebeurtenis kon zijn – iemand die zich even ongezien voelde, iemand anders die zich daarop betrapt wist – werd ze opgenomen in een groot discours over bewustzijn, publieke ruimte en spirituele vaardigheden van de 21ste eeuw.


En plots vroeg ik me af of dat niet een diepere tijdsziekte is geworden: dat we onszelf almaar beter (denken te) begrijpen, maar almaar moeilijker rechtstreeks ervaren. 


Nu is het makkelijk om daar neerbuigend over te doen. De rationele mens. De intellectueel die alles conceptualiseert. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Ik herken het mechanisme namelijk ook in mezelf.


Vooral wanneer ik me niet helemaal veilig voel – die veiligheid blijft fundamenteel. 


Dan ga ik denken, begrijpen, structureren. Ik probeer de situatie mentaal vast te nemen nog voor ik ze werkelijk beleef. Niet omdat ik niets voel, maar vaak precies omdat ik veel voel. Denken creëert dan afstand, en afstand geeft controle.


Misschien doen veel mensen dat.


We leven in een cultuur die permanent bewustzijn produceert. Podcasts over trauma. Taal voor emoties. Eindeloze analyses van gedrag, patronen en relaties. Mensen kennen hun hechtingsstijl, hun triggers, hun copingmechanismen. We kunnen onszelf vaak indrukwekkend goed verklaren – althans, we denken te kennen of te kunnen. 


Maar uitleg is niet hetzelfde als nabijheid.


Iemand kan perfect begrijpen waarom hij afstand houdt en tegelijk niet in staat zijn werkelijk dichtbij iemand te komen. Je kunt eloquent spreken over verbinding en ondertussen nauwelijks voelen wat er gebeurt in de mens tegenover je.


Soms vermoed ik zelfs dat denken een subtiele vorm van bescherming is tegen de rauwheid van het leven zelf. Want echte verbinding vraagt iets waar analyse slecht tegen kan: kwetsbaarheid. Oncontroleerbaarheid. Niet-weten. Twijfel. De bereidheid om even geen interpretatie tussen jezelf en het moment te plaatsen.


Dat betekent niet dat denken vijandig is tegenover menselijkheid. Integendeel. Denken kan verdiepen, verhelderen, betekenis geven. Sommige mensen verbinden nu eenmaal meer via taal en ideeën dan via spontane warmte. Er bestaan verschillende vormen van nabijheid.


Maar misschien ontstaat er een probleem wanneer we reflectie beginnen te verwarren met aanwezigheid. Wanneer we denken dat bewustzijn hetzelfde is als leven.


Dat voel ik soms in gesprekken, maar ook in publieke discussies, op sociale media, zelfs in mezelf: mensen kijken voortdurend naar zichzelf terwijl ze leven. Alsof er een innerlijke commentator meeloopt die alles kadert, duidt en beoordeelt.


Misschien is dat uiteindelijk ook een vorm van zelfvervreemding.


Niet omdat we robots zijn geworden. Integendeel. Misschien omdat we kwetsbare mensen zijn die zoveel mogelijk grip proberen te krijgen op een werkelijkheid die ons voortdurend raakt en tegelijk ook ontglipt. 


Misschien verklaart dat ook waarom die simpele zin van de bakkerin zo bleef hangen: “Ik ben geen robot.”


Ze bedoelde waarschijnlijk gewoon dat ze graag eerst begroet wordt vóór iemand een bestelling afvuurt. Maar die opmerking klonk plots groter dan de bakkerij zelf. 


Alsof ze, zonder het te weten, iets benoemde waar veel mensen vandaag tegenaan lopen: dat we steeds vaker functioneren, analyseren en interpreteren, maar ondertussen verlangen naar iets veel eenvoudigers.


Niet nog meer uitleg.


Maar het gevoel werkelijk aanwezig te zijn in ons eigen leven.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page