top of page

Over angst, liefde en de zachte wetmatigheden van de natuur


Foto © Unsplash
Foto © Unsplash

Angst komt zelden zacht. Ze overvalt, zwelt aan, trekt ons mee in een innerlijke storm waarin denken vernauwt en voelen overweldigend wordt. Wie midden in zo’n storm zit, zoekt vaak naar controle: hoe stop ik dit, hoe maak ik dat het ophoudt? Maar misschien stellen we dan precies de verkeerde vraag.


De natuur leert ons iets anders. Een storm is een natuurfenomeen. We kunnen haar niet tegenhouden, niet temmen, niet wegredeneren. Wat we wél kunnen leren, is hoe we ons erdoorheen bewegen. Hoe we blijven staan of zelfs blijven ademen terwijl het waait, en de stress ons rond de oren vliegt.


Die gedachte bracht me opnieuw bij wat ik eerder schreef over angst en liefde

Niet als tegenpolen die elkaar uitsluiten, maar als krachten die elkaar afwisselen, beïnvloeden, en samen een beweging vormen. Een slingerbeweging.


Een slinger zwaait heen en weer. In het begin groot, wijd, extreem. Maar wanneer er rust, aandacht en herhaling komt, wordt de (uit)slag kleiner. De slinger komt dichter bij het midden. Er ontstaat balans, niet door stilstand, maar door beweging.


Dat is essentieel. Angst verdwijnt niet door haar weg te duwen. Integendeel: wat onderdrukt wordt, groeit. Angstremmers, hoe begrijpelijk en soms noodzakelijk ook, doen vaak precies dat: ze dempen de ervaring, maar lossen haar niet op. De angst blijft onderhuids aanwezig, wachtend op een volgend moment om zich te tonen.


Alleen wanneer we angst durven voelen — in een toestand van rust, veiligheid en zelfregulatie — kan ze afnemen. Niet door strijd, maar door aanwezigheid. En precies vanuit diezelfde veilige bedding kunnen we iets anders uitnodigen: liefde.


Niet als groot, romantisch ideaal, maar als gevoelde ervaring. Warmte. Zachtheid. Verbondenheid. Liefde voor een mens, een dier, een herinnering, een plek. Wanneer dat gevoel bewust wordt opgeroepen en doorleefd, gebeurt er iets opmerkelijks: de angst verliest opnieuw wat van haar grip.


Zo ontstaat een zachte, ritmische beweging:

van angst naar liefde,

en weer terug,

steeds opnieuw.


Elke keer een beetje minder extreem.

Elke keer iets dichter bij het midden.


Het beeld van die slinger bracht me bij een ander natuurfenomeen: de vortex.

In de natuur duikt dit patroon overal op — in water, luchtstromen, schelpen, planten, sterrenstelsels. Vaak volgt het de wiskundige elegantie van de Fibonacci-reeks en de gulden snede: een ordening die niet statisch is, maar zich via herhaling en groei ontvouwt.


Leermeester Peter Levine spreekt over een dubbele vortex: een heen-en-weer bewegen tussen activatie en rust, tussen spanning en ontlading. Geen lineair proces, geen snelle oplossing, maar een iteratieve beweging. Elke cyclus brengt iets meer regulatie, iets meer draagkracht.


Wat als we dat principe toepassen op angst en liefde?


Wat als angst geen draaikolk is die ons opslokt, maar een storm waarin we kunnen leren navigeren; door telkens opnieuw te pendelen tussen voelen en verzachten, tussen spanning en verbinding? Wat als liefde geen eindbestemming is, maar een kracht die we actief met onze verbeelding kunnen oproepen, oefenen, verdiepen?


Dan wordt zelfregulatie geen trucje, maar een kunst.

Oefening baart kunst. En kunst vraagt tijd, herhaling, mildheid.


Misschien ligt hier wel de kiem van een methode, een zuiver menselijke, milde benadering. Een manier om jezelf door de storm te loodsen, zonder haar te ontkennen. Een manier om angst niet te bestrijden, niet te onderdrukken, maar te begeleiden, en liefde niet te idealiseren of te consumeren, maar te belichamen.


Fibonacci, gulden snede en vortex 

De Fibonacci-reeks is een eenvoudige getallenreeks waarin elk getal ontstaat uit de som van de twee voorgaande. Wat begint als herhaling, groeit uit tot een verfijnde orde. Wanneer je de verhoudingen tussen opeenvolgende Fibonacci-getallen volgt, nader je steeds meer de gulden snede, een verhouding (1,618:1) die in de natuur opvallend vaak voorkomt, van bladeren en schelpen tot stormsystemen en sterrenstelsels. 

Wanneer deze verhouding zich ruimtelijk ontvouwt, ontstaat het beeld van de vortex: een spiraal die niet eindigt, maar zich via herhaling en schaalvergroting organiseert rond een centrum. De vortex toont hoe groei, beweging en stabiliteit kunnen samengaan. Niet door rechte lijnen, maar door terugkerende patronen die steeds dichter bij een dragend midden uitkomen. 


Deze materie boeit me al heel lang; sinds mijn architectuurstudies en later schreef ik een boekje over de toepassing ervan in de fotografie. Het voelt als iets dat nu verder wil groeien. Misschien in een webinar. Misschien in een workshop. Een ruimte waarin we deze beweging samen kunnen verkennen, ervaren, oefenen. Niet om de storm te doen verdwijnen, maar om haar draaglijk te maken. En wie weet zelfs betekenisvol.

Ik denk dat alle leeftijden er baat bij kunnen hebben. 


Soms is balans geen eindpunt, maar een ritme. En soms vinden we rust niet door stil te staan, maar door — net als de natuur — te blijven bewegen.

Het midden als vortex

Het idee van balans is niet nieuw. Aristoteles sprak al over het juiste midden (mesotès): de deugd bevindt zich niet in een uiterste, maar in de levende ruimte daartussen. Niet te veel, niet te weinig, maar precies dat wat in een concrete situatie passend is. 

Het juiste midden is geen stilstaand evenwicht, maar een dynamische orde. Het is geen punt waar je aankomt en blijft, maar een richting waarin je leert bewegen. Het ontstaat door oefening, door telkens opnieuw te voelen waar een uiterste zich aandient, en hoe je daarvan terugkeert. 

In dat opzicht lijkt het juiste midden op wat we in de natuur een vortex noemen. Een vortex is geen chaos, maar een georganiseerde beweging. Alles cirkelt, maar niet doelloos: er is een centrum dat richting geeft, zonder ooit volledig vast te liggen. Je nadert het centrum via herhaling, via spiralen, niet via een rechte lijn. 

Zo bekeken is de slingerbeweging tussen angst en liefde geen heen-en-weer zonder vooruitgang, maar een spiraalvormige beweging. Elke cyclus brengt je dichter bij dat midden, niet door angst te vermijden, noch door haar te overspoelen met liefde, maar door beide toe te laten in een veilige, gereguleerde ruimte. 

Het juiste midden is dan geen compromis tussen angst en liefde, maar een dragend centrum dat ontstaat door hun wisselwerking. Zoals bij de vortex wordt stabiliteit niet bereikt door stilstand, maar door een voortdurende, afgestemde beweging. 

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page