Angst en liefde zijn als eb en vloed
- Luc Van De Steene
- 16 dec 2025
- 3 minuten om te lezen

Angst en liefde zijn geen vijanden. Ze zijn elkaars keerzijde, uitersten van hetzelfde spectrum. Ze wonen in hetzelfde lichaam, maar ze spreken zelden tegelijk. Waar de ene verschijnt, trekt de andere zich terug. Het is nacht of het is dag. Eb of vloed.
Angst vernauwt. Ze trekt de wereld naar binnen, maakt haar kleiner, hanteerbaar. Ze spant de spieren aan, fluistert dat waakzaamheid nodig is, dat loslaten gevaarlijk is. Angst denkt vooruit, telt, weegt, herhaalt. Ze wil zekerheid, liefst nu meteen. Ze wil vasthouden wat dreigt te verdwijnen.
Liefde doet het tegenovergestelde. Liefde opent. Ze verruimt de wereld zonder haar te willen beheersen. Ze ademt uit waar angst de adem inhoudt. Liefde vertrouwt waar niets te bewijzen valt. Ze is niet roekeloos, maar ontvankelijk. Niet blind, maar aanwezig.
Meestal zijn ze niet samen. Het is angst of het is liefde. En misschien is dat al een vorm van wijsheid: leren herkennen wie er aan het woord is. Leren voelen wanneer het lichaam zich sluit, wanneer de stem harder wordt, wanneer controle aantrekkelijker lijkt dan verbinding.
De weg van angst naar liefde is geen sprong, maar een beweging. Soms nauwelijks zichtbaar. Een fractie van een seconde waarin je niet meteen reageert. Waarin je wacht. Waarin je blijft. Verbeelding helpt daarbij. Je kunt je voorstellen hoe liefde zou klinken waar angst nu spreekt. Zachter. Trager. Ruimer.
Zoals eb en vloed elkaar afwisselen, zo beweegt ook het innerlijk. Er zijn momenten waarop angst de kust leeg trekt, alles blootlegt, scherp en kwetsbaar. En er zijn momenten waarop liefde terugkeert, zonder belofte, zonder verklaring, maar met een stille overvloed. Niet omdat de zee beslist heeft, maar omdat dit haar aard is.
Niet iedereen kent die vloed. Er zijn mensen die zijn opgegroeid met een zee die zelden terugkwam. Voor wie liefde geen herinnering is, maar een abstractie. Iets waarover gesproken wordt, iets wat anderen lijken te bezitten. Voor hen blijft liefde vaak een benadering, een streven, een eeuwig oefenen zonder rustpunt.
Dat is geen falen. Het is een onvermogen. En het verdient zachtheid, geen oordeel. Want wie nooit werkelijk gedragen werd, zal moeite hebben om zichzelf of anderen te dragen. Niet uit onwil, maar uit onbekendheid.
En toch, hoe fragmentarisch ook, blijft liefde de richting. Niet als garantie, maar als levenshouding. Liefde overwint niet door kracht, maar door trouw. Ze blijft terugkomen. In kleine gebaren. In momenten van wachten. In het weigeren om angst en controle het laatste woord te geven.
Het gevoel zit vanbinnen, ja. Maar het wordt gewekt tussen mensen. In blikken die blijven. In handen die niet wegtrekken. In stemmen die zeggen: ik ben er, en ik luister.Ā
Misschien is dat genoeg. Misschien is dat alles. Dat we leren leven met de getijden, dat we angst niet bestrijden maar doorlaten, en dat we ā telkens wanneer het kan ā ruimte maken voor de liefde. Omdat het leven kort is. En omdat uiteindelijk niets anders blijft.
Mark Twain schreef het al in 1886:
āThere isnāt time, so brief is life, for bickerings, apologies, heartburnings, callings to account. There is only time for loving, and but an instant, so to speak, for that.āĀ
Of vrij vertaald: āEr is geen tijd, zo kort is het leven, voor geruzie, verontschuldigingen, wrok of verantwoording. Er is alleen tijd voor liefde, en dat ook nog maar heel even.ā



Opmerkingen