Opluchting is geen vooruitgang
- Luc Van De Steene
- 23 jun
- 2 minuten om te lezen

Er werd recentelijk een probleem opgelost.
Dat klinkt als goed nieuws.
Alleen was het probleem er enkele dagen eerder nog niet.
Een minister bedacht een maatregel, ouders van kwetsbare kinderen schoten terecht in paniek, het parlement ontplofte en een dag later werd de beslissing alweer ingetrokken.
Er volgde zelfs een mea culpa. Geen teken van moed, maar crisiscommunicatie.
Opluchting alom.
Maar wat vieren we hier eigenlijk?
Dat een probleem werd opgelost?
Of dat een probleem van eigen makelij weer werd opgeborgen?
Misschien is dat wel een van de merkwaardigste evoluties van onze tijd. We verwarren opluchting steeds vaker met vooruitgang.
Vooruitgang betekent dat iets beter wordt.
Opluchting betekent dat het niet erger wordt.
Dat is niet hetzelfde.
Toch lijken politiek, media en beleid steeds vaker te draaien rond dat ene gevoel: de collectieve zucht wanneer een crisis wordt afgewend die enkele uren, dagen of weken eerder nog niet bestond.
Hetzelfde mechanisme zag je – eveneens recentelijk – toen een minister van Justitie, geconfronteerd met vragen over de overvolle gevangenissen, een journaliste – gepokt en gemazeld in de stiel – vroeg: "Hoe zou jij het dan oplossen?"
Een fascinerend moment.
Want de journaliste hoeft het niet op te lossen.
De minister wel.
Dat is ongeveer het verschil tussen een journalist en een minister.
Even leek het alsof niemand nog wist wie van beiden minister van Justitie was.
Het leverde televisie op.
Maar ook hier zit een diepere waarheid onder. Overvolle gevangenissen zijn geen onverwachte ramp. Niemand werd er vorige week plots door verrast. We weten het al jaren. Rapporten weten het. Cipiers weten het. Rechters weten het. Ministers weten het. De mensen die op de grond slapen voelen het tweeëntwintig uur per dag.
Juist daarom is het geen aantrekkelijk probleem.
Het laat zich niet oplossen met één persbericht.
Er bestaat geen triomfantelijke persconferentie waarop men kan aankondigen dat de structurele oorzaken eindelijk verdwenen zijn.
Preventie haalt zelden het nieuws.
Onderhoud haalt zelden het nieuws.
Langetermijnbeleid haalt zelden het nieuws.
Een crisis daarentegen levert spanning op, conflict, camera's en uiteindelijk de mogelijkheid om opluchting te verkopen. Opluchting doet denken aan gebakken lucht.
Misschien is dat precies het probleem.
We vieren steeds vaker dat het ergste niet gebeurt, terwijl we vergeten te vragen waarom het überhaupt zo dichtbij kon komen.
We halen opgelucht adem wanneer een maatregel wordt ingetrokken, wanneer een escalatie uitblijft, wanneer een crisis wordt afgeblazen.
Maar opluchting is geen beleidsdoel.
Het is hoogstens de emotionele naschok van een vermeden ramp.
Ondertussen blijven de echte problemen netjes wachten. Daar hebben we ten slotte wachtlijsten voor.
De wachtlijsten. De druk op de zorg. De betaalbaarheid van wonen. De vereenzaming. De gevangenissen. De onzekerheid van mensen die elke maand opnieuw moeten rekenen om rond te komen.
Geen van die problemen verdwijnt omdat een politieke uitschuiver wordt teruggedraaid.
Ze verdwijnen alleen even uit beeld.
Misschien is dat de grootste kunst van onze tijd: niet het oplossen van problemen, maar het organiseren van opluchting.
Want een samenleving die opluchting voor vooruitgang begint te houden, merkt vaak te laat dat haar ambities stilletjes zijn gekrompen.
Misschien verklaart dat waarom zoveel mensen het gevoel hebben dat er voortdurend van alles gebeurt, terwijl er tegelijk zo weinig verandert.



Opmerkingen