Het hoofd naast het lichaam
- Luc Van De Steene
- 22 mei
- 5 minuten om te lezen
Over migraine, acupunctuur en de muur tussen lichaam en geest

René Magritte schilderde ooit een man in een donker pak. Correct gekleed. Stijf bijna. Het lichaam staat rechtop, verzorgd, maatschappelijk aanvaardbaar. Maar het hoofd ontbreekt. Dat zweeft ernaast. Zelfs de bolhoed lijkt niet te weten bij wie hij hoort.
The Pilgrim is surrealisme, uiteraard. Maar tegelijk voelt het schilderij ongemakkelijk herkenbaar aan. Alsof Magritte iets zichtbaar maakte dat wij intussen normaal zijn gaan vinden: de mens als opgesplitst wezen. Het lichaam hier. De geest daar.
Misschien heeft de moderne gezondheidszorg zichzelf nooit treffender laten portretteren.

De recente beslissing om de tegemoetkoming voor acupunctuur te schrappen bracht die oude breuklijn opnieuw naar boven. Het debat ging meteen over wetenschappelijkheid, bewijsvoering, efficiëntie en meetbaarheid. Begrijpelijk. Maar onder dat debat ligt een diepere vraag verscholen: wat verstaan wij eigenlijk nog onder een mens?
Want zolang lichaam en geest in aparte kamers blijven wonen, zullen we in de gezondheidszorg tegen dezelfde muur blijven botsen.
Het succes van het medisch model
Laat daar geen misverstand over bestaan: de moderne geneeskunde is een van de grootste verwezenlijkingen van onze beschaving. Antibiotica, chirurgie, spoedgeneeskunde, oncologische behandelingen, vaccins – miljoenen mensen leven langer en beter dankzij de wetenschap.
Dat succes is reëel.
Maar precies dat succes heeft ook een gevaarlijke verleiding gecreëerd: de overtuiging dat wat werkt voor het lichaam automatisch voldoende is voor de volledige mens.
Het medische model is briljant in het analyseren van onderdelen. Het lokaliseert, meet, categoriseert, behandelt. Dat is zijn kracht. Maar een mens laat zich niet volledig reduceren tot afzonderlijke systemen, organen of chemische processen.
De wetenschap móét vereenvoudigen om te kunnen begrijpen. Ze is genoodzaakt de werkelijkheid op te delen in meetbare stukken. Alleen ontstaat er een probleem wanneer die methode stilaan ook een mensbeeld wordt.
Dan begint de mens te verdwijnen achter zijn parameters.
Dan wordt migraine een neurologisch probleem, stress een chemische ontregeling, verdriet een serotoninetekort en uitputting een dossiernummer.
Terwijl het leven zich niet in afzonderlijke vakjes afspeelt.
Wat niet meetbaar is, verdwijnt niet
Opvallend is dat net bij chronische klachten de grenzen van dat model zichtbaar worden – en vooral voelbaar! Migraine. Vermoeidheid. Fibromyalgie. Burn-out. Chronische pijn. Darmproblemen. Slaapproblemen. Aanhoudende spanningsklachten.
Mensen lopen van specialist naar specialist en krijgen vaak correcte onderzoeken, correcte scans en correcte medicatie; maar voelen zich intussen steeds minder begrepen.
Niet omdat artsen onkundig zouden zijn. Integendeel. Maar omdat het systeem vooral geleerd heeft te kijken naar wat zichtbaar, objectief en meetbaar is.
Alleen: wat niet meetbaar is, verdwijnt daarom nog niet uit de werkelijkheid.
Stress laat zich niet altijd op een scan fotograferen. Innerlijke spanning evenmin. Zelfkritiek niet. Verdriet niet. Existentiële druk niet. En toch huizen al die dingen ergens in het lichaam.
Misschien ligt daar zelfs een van de grootste paradoxen van onze tijd: veel mensen leven bijna uitsluitend in hun hoofd. Denken voortdurend, analyseren voortdurend, controleren voortdurend – maar voelen nauwelijks nog wat er in hun lichaam gebeurt. Alsof het lichaam gereduceerd werd tot een voertuig voor het brein. Tot het lichaam zich op een bepaald moment toch meldt. Met uitputting. Met pijn. Met migraine.
Dat weten mensen intuïtief al lang.
Daarom gaan velen zelf zoeken wanneer klassieke trajecten onvoldoende verlichting brengen. Niet noodzakelijk uit irrationaliteit, maar uit noodzaak. Een ouder met een kind dat vijftien migraineaanvallen per maand heeft, vertrekt niet vanuit ideologie. Die vertrekt vanuit wanhoop.
En dus zoeken mensen verder.
Sommigen komen terecht bij mindfulness. Anderen bij lichaamswerk, ademhaling, yoga, osteopathie of acupunctuur. Niet omdat ze plots antiwetenschappelijk worden, maar omdat ze ergens voelen dat hun klacht méér is dan een technisch defect.
Dat is geen verwerping van de wetenschap.
Dat is een zoektocht naar samenhang.
De mens is geen optelsom van onderdelen
De oosterse geneeskunde vertrekt veel sterker vanuit verbondenheid. Lichaam en geest worden daar niet als afzonderlijke werelden gezien, maar als aspecten van één geheel.
Waarom ervaren zoveel mensen daar iets wat ze elders missen?
Het Westen kijkt traditioneel naar de mens zoals een ingenieur naar een machine kijkt: uiterst precies, analytisch en technisch. Dat heeft enorme voordelen opgeleverd.
Maar een mens is geen wagen waarvan je simpelweg een defect onderdeel vervangt.
Wie langdurig onder spanning leeft, draagt dat niet alleen in gedachten, maar ook in spieren, ademhaling, hormonen, slaap, immuniteit en pijngevoeligheid. De grens tussen lichaam en geest blijkt in werkelijkheid veel poreuzer dan ons zorgmodel lang heeft aangenomen.
Ironisch genoeg begint de wetenschap dat vandaag zelf steeds meer te ontdekken. Neuroplasticiteit, stressfysiologie, psychosomatiek, traumaonderzoek en de invloed van emoties op het immuunsysteem wijzen allemaal in dezelfde richting: de mens functioneert niet in losse compartimenten.
Alleen lopen onze systemen vaak achter op dat inzicht.
Een migraine die misschien geen toeval was
Ooit kwam een jonge vrouw bij me langs. Ze had gemiddeld zeventien migraineaanvallen per maand. Haar leven werd volledig beheerst door de angst voor de volgende aanval.
Tijdens onze gesprekken werd vrij snel duidelijk hoe hard ze voortdurend voor zichzelf was. Alles moest perfect zijn. Ze controleerde zichzelf permanent. Geen rust. Geen zachtheid. Geen ademruimte.
Perfectionisme klinkt in onze samenleving vaak bijna bewonderenswaardig, maar in werkelijkheid is het dikwijls een overlevingsmechanisme. Een vorm van voortdurende innerlijke paraatheid.
Dat creëert een enorme druk(te) in het hoofd en uiteindelijk ook in het lichaam.
We hebben toen niet gewerkt vanuit symptoombestrijding, maar vanuit de samenhang tussen lichaam en geest. Ze moest opnieuw leren voelen wanneer ze zichzelf verloor in spanning, controle en zelfkritiek. Niet enkel begrijpen, maar werkelijk voelen.
Toen ze veertien dagen later terugkwam, had ze nog één migraineaanval gehad.
Eén.
Natuurlijk bewijst zo’n ervaring geen universele wetmatigheid. Zo eenvoudig is het niet. Maar het toont wel iets wezenlijks: het lichaam spreekt soms een taal die we in onze gezondheidszorg verleerd zijn te beluisteren.
De muur moet weg
De wetenschap evolueert voortdurend. Dat is net haar kracht. Wat gisteren onmogelijk leek, wordt vandaag evident. Wat vandaag vaststaat, wordt morgen bijgestuurd.
Daarom is het gevaarlijk wanneer de wetenschap voorgesteld wordt alsof ze reeds het volledige menselijke mysterie in kaart heeft gebracht. We weten immens veel en tegelijk nog verbazend weinig. Het is zelfs mogelijk om te weten dat je niets weet – maar dat geheel terzijde.
Vooral over bewustzijn, emotie, innerlijke spanning en de subtiele wisselwerking tussen lichaam en geest staan we nog maar aan het begin.
Misschien moeten we daarom stoppen met gezondheidszorg te organiseren alsof de mens uit aparte verdiepingen bestaat.
Want zolang het hoofd van het lichaam blijft zweven, zoals bij Magritte, zullen patiënten blijven voelen dat er iets ontbreekt.
Niet méér technologie zal die kloof dichten.
Wel een ruimer mensbeeld.



Opmerkingen