top of page

Gent, eiland in de taalzee

Over eilandtalen, stroppendragers en contrastieve grammatica


Gent bij valavond. Een stad tussen bruggen en oevers – en met een dialect dat al eeuwen zijn eigen koers vaart. (Foto © Unsplash)
Gent bij valavond. Een stad tussen bruggen en oevers – en met een dialect dat al eeuwen zijn eigen koers vaart. (Foto © Unsplash)

Gentse Feesten. Daar zijn ze weer. Da ziede van hier.


Er zijn talen die bruggen bouwen en talen die hun eigen oever kiezen. Het Gents behoort tot die tweede soort. Geen bastion van geslotenheid, maar een vrolijk eiland van klanken dat zich weinig aantrekt van de standaardtaal. Een dialect dat tegen de stroom in zwemt en onderweg nog wat zwanen naloert.


Geen lofzang op nostalgie dus, maar een ode aan de taalscheefheid die ons doet glimlachen én denken.


Gent, stad van licht en liefde, zo luidt het cliché.

Licht, jawel: de straatlampen zijn er niet te tellen.

Liefde? Dat hangt ervan af of je in een bruin café zit of vastzit aan de dampuurte.


Romantisch klinkt het wel. Politici zijn dol op zulke slogans.

Alsof Parijs en Las Vegas hier samen een dochter hebben gekregen.

Licht? Zeker: de energierekening bewijst het.

Liefde? Ach, als een Gentenaar zegt: "Ik zie u graag", kan dat evengoed betekenen dat hij u straks vriendelijk uitlacht.


Dat Gent ook taalkundig een buitenbeentje is, wordt al veel langer verteld. Het Gents geldt al eeuwen als een eilandtaal. Wie een Gentenaar hoort spreken, voelt meteen dat er iets anders borrelt. Het dialect sluit niet netjes aan bij de buren. Het neemt een loopje met de regels en grinnikt ondertussen onder zijn snor. Of, zoals men in Gent zou zeggen: mo nie neuten...


Een paar proefjes.

Nederlands

Oost-Vlaams

West-Vlaams

Gents

schoon

schoan

schoane

sjoen

goedemorgen

goêmoirgen

goêmoorn

goeiemiergen

stoel

stoel

stoul

stoele

jongen

joengen

joengen

sjakosj

Stoele klinkt alsof je er meteen twee krijgt voor de prijs van één.

En sjakosj voor een jongen? Alsof er gratis nog een handtas wordt meegeleverd.

Typisch Gents: zelfs de klanken hebben gevoel voor humor.


Dat taaleiland is geen toeval. Eeuwenlang was Gent een trotse handelsstad met internationale contacten en een stevige eigen identiteit. Wat ooit een verzameling accentverschillen was, groeide uit tot een eigen klankuniversum.

De taal werd even eigenzinnig als haar inwoners.


En misschien zit daar wel de echte rijkdom.


Van thuis uit een dialect meekrijgen is een cadeau. Je leert al vroeg dat er meerdere manieren bestaan om dezelfde werkelijkheid te benoemen. Dat dialect en standaardtaal geen concurrenten zijn, maar twee systemen naast elkaar.


Precies daardoor ontwikkel je haast vanzelf een contrastieve grammatica: het vermogen om taalvarianten met elkaar te vergelijken en ertussen te schakelen. Dat is geen achterstand, maar een voorsprong.


Toch wordt dialect in het onderwijs nog te vaak als ballast gezien. Terwijl het juist een hefboom is. Een kind dat thuis goeiemiergen zegt en op school goedemorgen, leert ongemerkt hoe taal werkt. Datzelfde kind pikt later ook bonjour en good morning sneller op.


Misschien is Gent dus inderdaad een eiland. Zonder palmbomen, maar met meer fietsen dan schelpen. Een eiland waar taal vooral dient om te spelen, te relativeren en af en toe eens goed te lachen. Waar je niet van afdrijft, maar ontdekt dat de zee groter is dan je dacht.


En dat is, eerlijk gezegd, meer licht en liefde dan eender welke verkiezingsslogan.


Santé. En zet er gerust een stoele, een frisse dreupel en een welgemeend 't zal wel zijn, jong bij.


Misschien is dát wel het mooiste wat een eiland kan doen: je leren dat er altijd een overkant bestaat.

De auteur is taalkundige en levenslange bewonderaar van iedereen die sjoen zegt zonder te blozen.


EHBG-zakwoordenboek

Eerste Hulp Bij Gents


Wie de Gentse Feesten wil overleven, heeft drie dingen nodig: goede schoenen, een sterke lever en een beetje Gents. Dat laatste blijkt vaak het moeilijkst. Daarom: een klein zakwoordenboekje voor tien dagen feesten zonder kleerscheuren.


Amai, mijne frak!

Uitroep van verbazing. Onmisbaar wanneer je de prijs van een pint ziet.

Nie pleuje!

Niet plooien. Hou stand. Bruikbaar vanaf dag vier van de Gentse Feesten. En eigenlijk ook in het leven.

Ne zeveraar

Iemand die onzin verkoopt. Vooral opvallend aanwezig tijdens verkiezingscampagnes en tegenwoordig het hele jaar door. 

Een dreupel

Jenever. Uitsluitend voor medicinale doeleinden. Uiteraard.

Een strop

Een Gentenaar. Geuzennaam. Geen belediging.

Muile

Mond. Houd uwe muile klinkt minder vriendelijk dan het meestal bedoeld is. Gewoon uitspreken, niet uitvoeren: 'k Goa eu mee eu muile an de Dampuurte plakke!

Sloeber

Een deugniet. Liefkozend. Tenzij een politieagent het zegt.

't Es gelijk da'k zegge

Einde van de discussie. Vooral bruikbaar voor zatte nonkels die altijd gelijk hebben.

Neuten

Zeuren, zagen of klagen. Wie begint te neuten, krijgt steevast te horen: "Nie pleuje!"

't Zal wel zijn!

Uiteraard. Zeker en vast. Universele Gentse instemming.


Bonuslemma's

  • Contrastieve grammatica (zelfstandig naamwoord)

Het onzichtbare geschenk dat een dialectsprekend kind van thuis meekrijgt. Het vermogen om taalvarianten vanzelf met elkaar te vergelijken en ertussen te schakelen. Niet te koop op de Gentse Feesten, maar wellicht waardevoller dan alle eetkraampjes samen.

  • Licht en liefde (zelfstandig naamwoord)

Poëtische omschrijving van Gent. Vooral populair tijdens verkiezingscampagnes. In november gaat het weer gewoon over mobiliteit, parkeerproblemen en terrasvergunningen.

  • Eilandtaal (zelfstandig naamwoord)

Een dialect dat zich van niemand iets aantrekt. Zoals de Gentenaar zelf.

  • Stroppendrager (zelfstandig naamwoord)

Iemand die van een vernedering een eretitel maakt. Zie ook: Gentenaar.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page