Er zijn van die momenten
- Luc Van De Steene
- 6 jun
- 3 minuten om te lezen
Over de spanning tussen oorsprong en betekenis

Veel mensen zoeken hun bestaansrecht alsof het ergens verborgen ligt, terwijl het evengoed mogelijk is dat het niet gevonden maar geleefd wordt.
Er zijn van die momenten dat ik zelf op zoek ga naar momenten. Ze dienen zich niet aan met tromgeroffel of grote inzichten. Ze komen op kousenvoeten, zoals herinneringen die nog geen naam hebben.
Soms wil ik terugkeren naar het allereerste moment. Naar de plek waar alles begon. Niet naar mijn geboorte, zelfs niet naar mijn conceptie, maar naar dat ene ogenblik daarvoor. Toen er nog niets was dat op mij zou lijken. Helemaal niets: geen zijn, geen lichaam, geen verlangen, geen herinnering, geen toekomst.
Wat was er toen er nog niets was?
Ik kan me voorstellen dat de vraag ouder is dan het geheugen van de mens zelf. Alsof ze al bestond voordat iemand haar kon uitspreken.
Was er een plan, een bedoeling, een noodzaak? Of was het bestaan eenvoudigweg een mogelijkheid die werkelijkheid werd? Bestaan is misschien zoals een taalvermogen: de mogelijkheid is er al voordat iemand het eerste woord spreekt.
Misschien schuilt daarin ook de bron van de onrust die soms ook de mijne is. Niet dat we niet bestaan, al kun je daar soms ook aan twijfelen, maar dat we willen weten waarom. Waarom besta ik? De vraag kan overweldigen – “gelijk een kuip mortel die van een stelling valt” zoals Boon schreef in De Kapellekensbaan.
We zoeken naar bestaansrecht alsof het een verloren voorwerp is. We graven in het verleden, in familieverhalen, in succes, liefde, diploma, geloof of erkenning. Alsof ergens een certificaat verborgen ligt dat bewijst dat we hier mogen zijn. Misschien verklaart dat ook waarom mensen zich zo gemakkelijk laten verleiden door systemen die beloven te vertellen wie ze werkelijk zijn.
Maar wat als bestaansrecht niet ontstaat op het moment dat we het denken te vinden? Wat als het er al is?
De conceptie geeft aan het bestaan een begin, maar niet noodzakelijk een betekenis. Die betekenis lijkt pas te ontstaan in de duizenden momenten die volgen: wanneer iemand ons aankijkt, wanneer we geraakt worden, wanneer we zelf iets of iemand aanraken. Misschien groeit bestaansrecht niet uit een reden, maar uit een relatie.
Bestaansrecht lijkt in wezen relationeel te zijn. Maar op relaties komt ruis te zitten. Ervaringen, kwetsuren, verwachtingen en teleurstellingen kunnen het zicht vertroebelen op wat er altijd al was.
Toch blijven we zoeken, soms tegen beter weten in. Omdat de vraag nooit helemaal verdwijnt. Omdat we willen weten of ons leven meer is dan een toevallige samenloop van omstandigheden.
Misschien is dat ook de oorsprong van onze honger naar aandacht. Geen ijdelheid, maar een verlangen om bevestigd te worden in onze ziel. Om in de ogen van een ander te mogen lezen: jij bent hier niet voor niets.
En toch vermoed ik dat het antwoord zich niet laat vinden aan het begin van het verhaal. Niet in dat eerste moment, maar in de vele momenten die erop volgen. Misschien ontstaat ons bestaansrecht niet één keer. Misschien ontstaat het telkens opnieuw, telkens wanneer een mens zich gezien weet, bemint, creëert, verliest en opnieuw begint.
___
“Jij mag zijn zoals je bent,
om te worden die je bent,
maar nog niet kunt zijn.
En je mag het worden
op jouw wijze en op jouw uur.”
– Anna Terruwe



Opmerkingen