De staat van de weg
- Luc Van De Steene
- 28 jun
- 2 minuten om te lezen

Onder fervente motorrijders doet al jaren een mopje de ronde. Er zijn twee soorten motorrijders: zij die al eens gevallen zijn en zij die nog zullen vallen. Er is misschien nog een derde categorie: zij die er de brui aan geven. Niet omdat ze hun passie verloren zijn, maar omdat de wegen hen daartoe dwingen.
Wie met de motor rijdt, kent het wel: putten waarin je wiel verdwijnt, spekgladde wegmarkeringen, richels die je rug in twee doen breken, smeltend asfalt in de zomer, verraderlijke bochten waar je geen vat op krijgt. In de winter is het te koud en te nat. In de zomer te heet. Motorrijden is al lang niet meer gewoon motorrijden. Je bent voortdurend bezig met overleven.
Steeds vaker doet dat me denken aan het onderwijs.
Ook daar lijken drie categorieën te bestaan: leerkrachten die al zijn uitgevallen met een burn-out, leerkrachten die vroeg of laat zullen uitvallen en leerkrachten die beslissen dat het genoeg is geweest. Niet omdat ze hun leerlingen niet meer graag zien, maar omdat de weg waarop ze elke dag moeten rijden onberijdbaar is geworden.
Wie ooit een burn-out van dichtbij heeft meegemaakt, weet dat herstel geen kwestie is van enkele weken rust. Een brein en een lichaam die opgebrand zijn – of beter: opgebruikt – veren niet zomaar terug. Soms duurt het maanden. Soms jaren. En sommigen keren nooit meer terug naar het beroep waarvoor ze ooit met zoveel overtuiging kozen.
De wegen in het onderwijs verkeren in een lamentabele toestand.
De putten heten bureaucratie. De gladde wegmarkeringen zijn de steeds wisselende regels en verwachtingen. Het smeltende asfalt is de voortdurende druk om méér te doen, méér te registreren, méér te verantwoorden. De gevaarlijke bochten zijn hervormingen die elkaar in sneltempo opvolgen. En de vangrails? Die lijken op veel plaatsen verdwenen.
Zelfs de sterkste rijders gaan vroeg of laat schuiven als de weg blijft verslechteren.
Chronische stress laat bovendien niet alleen sporen na in ons hoofd, maar ook in ons lichaam. Ze tast onze veerkracht aan, verstoort het herstelvermogen en maakt mensen kwetsbaarder voor uiteenlopende gezondheidsproblemen. Dat zien we elke dag opnieuw, al praten we er opvallend weinig over.
Het probleem is dus niet dat er af en toe iemand onderuitgaat.
Het probleem is dat we blijven doen alsof de weg in orde is.
We sturen elk jaar nieuwe leerkrachten op pad, wensen hen veel succes en kijken vervolgens verbaasd op wanneer ook zij beginnen te slippen. Alsof het aan de bestuurder ligt en niet aan het wegdek.
Misschien moeten we daarom stoppen met te vragen waarom zoveel leerkrachten uitvallen.
Misschien moeten we eindelijk de moed hebben om de staat van de weg onder ogen te zien.



Opmerkingen