De mens wordt niet geboren
- Luc Van De Steene
- 4 aug
- 5 minuten om te lezen
ESSAY | Waarom een nieuw mensbeeld alleen niet volstaat

We horen alsmaar luider dat onze tijd nood heeft aan een nieuw mensbeeld. De klimaatcrisis, oorlogen, groeiende ongelijkheid en maatschappelijke polarisering laten zich immers niet oplossen met technologische innovatie of economische hervormingen alleen. Ze vragen om een andere manier van kijken naar onszelf, naar elkaar en naar de levende wereld waarvan wij allemaal deel uitmaken.
Het inzicht is juist, maar het blijft onvolledig.
Her en der wordt luidop nagedacht over beeldvorming en dat valt absoluut toe te juichen. De nodige dynamiek zou hierin wel eens van de ouderen kunnen komen – je weet wel, dat zijn die mensen die de prestatiemaatschappij hebben overleefd.

Dit pleidooi ben ik eveneens zeer genegen, afgezien van de blinde vlek.

Achter de oproep tot een nieuw mensbeeld schuilt een vraag die veel minder wordt gesteld: hoe ontstaat eigenlijk een mens die zo'n mensbeeld kan dragen?
Het is verleidelijk om te denken dat de mens van nature beschikt over een groot vermogen tot zelfreflectie en verantwoordelijkheid. Alsof het volstaat hem te wijzen op de ernst van de situatie om hem anders te doen handelen. De dagelijkse realiteit spreekt dat tegen.
Wie jarenlang mensen – onder vier ogen – ontmoet in een spreekkamer, leert vooral hoe moeilijk het is om zichzelf werkelijk te leren kennen. We beschikken onmiskenbaar over het vermogen tot zelfreflectie, maar dat vermogen ontwikkelt zich niet vanzelf. Vergelijk het met taalontwikkeling: dat gaat ook niet één twee drie en de ontwikkeling reikt tot waar ze kan reiken.
Velen blijven jarenlang gevangen in oude patronen, blinde vlekken, onverwerkte ervaringen en vanzelfsprekendheden waarvan men zich nauwelijks bewust is. Zelfs wanneer die patronen hun relaties, gezondheid of levensgeluk blijven ondermijnen.
Het is geen verwijt. Het is een menselijke werkelijkheid.
Misschien schuilt daarin wel de grootste paradox van onze tijd. We vragen om een fundamentele verandering van mensen die precies gevormd zijn door de cultuur die we willen veranderen. We verwachten dat dezelfde psychologische mechanismen die de crisis mee hebben veroorzaakt, spontaan ook de oplossing zullen voortbrengen. Dat is weinig waarschijnlijk.
Een samenleving verandert niet omdat ze een nieuw verhaal bedenkt. Ze verandert alleen wanneer voldoende mensen zich ontwikkelen om dat verhaal ook werkelijk te kunnen belichamen. Zo komen we bij een ander mensbeeld.
De mens is geen voltooid wezen. Hij is ook geen rationeel wezen dat slechts over voldoende informatie hoeft te beschikken om verstandige keuzes te maken. Hij is bovenal een ontwikkelingswezen. Hij wordt niet geboren als verantwoordelijk mens; hij leert verantwoordelijkheid te dragen. Hij wordt niet geboren als vrij mens; hij leert om te gaan met vrijheid. Hij wordt niet geboren als zelfreflectief wezen; hij ontwikkelt, als het goed gaat, het vermogen om zichzelf kritisch te onderzoeken, zijn eigen overtuigingen in vraag te stellen en zich open te stellen voor het perspectief van anderen. Verbondenheid komt niet uit de lucht vallen.
Maar waarin bestaat die ontwikkeling? Daarover bestaan hardnekkige misverstanden. We meten menselijke ontwikkeling graag af aan kennis, intelligentie of technisch vernuft. Onze beschaving heeft daarin indrukwekkende hoogten bereikt. Nooit eerder beschikten we over zoveel informatie, zoveel wetenschappelijke kennis en zoveel technologische macht. Maar kennis alleen maakt een mens niet wijzer, integendeel.
De geschiedenis toont hoe intellectuele vooruitgang en morele onvolwassenheid probleemloos naast elkaar kunnen bestaan. Dezelfde menselijke geest die antibiotica ontwikkelt, bouwt vernietigingskampen. Dezelfde creativiteit die de digitale revolutie mogelijk maakt, ontwerpt ook algoritmen die verslaving, polarisering en manipulatie versterken.
Kennelijk hebben we onze technische knowhow sneller ontwikkeld dan onze menselijke vermogens. Werkelijke menselijke ontwikkeling voltrekt zich op een ander niveau. Het betekent dat men geleidelijk leert om te gaan met de fundamentele spanningen van het menselijk bestaan. Het betekent dat we leren leven met onzekerheid zonder naar simplismen te grijpen. Dat we onze eigen overtuigingen leren onderzoeken zonder onze identiteit te verliezen. Dat we het eigenbelang kunnen overstijgen zonder onszelf weg te cijferen. Dat we macht leren verbinden met verantwoordelijkheid. Dat we leren begrijpen dat vrijheid meer is dan de afwezigheid van beperkingen. Dat we ontdekken dat verbondenheid geen bedreiging vormt voor autonomie, maar haar juist mogelijk maakt.
Zelfreflectie vormt daarbij geen eindpunt, maar een begin. Het opent de mogelijkheid om afstand te nemen van onmiddellijke impulsen, emoties en overtuigingen waarmee we ons spontaan zijn gaan identificeren. Pas vanuit die innerlijke ruimte kan verantwoordelijkheid ontstaan. Misschien is precies dát wat wij onder volwassenheid moeten verstaan: niet de afwezigheid van kwetsbaarheid, maar het groeiende vermogen om bewust om te gaan met de spanningen die bij het mens-zijn horen.
Zelfreflectie ontstaat niet in een vacuüm. Ze groeit in de ontmoeting met anderen: in de opvoeding, het onderwijs, de kunsten, de zorg, de dialoog en soms ook in het lijden – en het afscheid nemen. Vaak is de ander nodig om ons te helpen zien wat wij alleen niet kunnen zien.
Dat heeft vérstrekkende gevolgen.
Wanneer menselijke ontwikkeling de sleutel vormt, verschuift ook de maatschappelijke opdracht. Dan volstaat het niet om andere economische modellen te ontwerpen of nieuwe wetgeving uit te dokteren. Natuurlijk zijn instituties belangrijk. Maar zelfs de beste instellingen blijven afhankelijk van mensen die verantwoordelijkheid kunnen opnemen. De fundamentele vraag luidt daarom niet alleen welke economie wij willen bouwen, maar ook welk soort mensen onze samenleving helpt voortbrengen.
Bevorderen onze scholen nieuwsgierigheid of conformisme?
Leren onze media onderscheidingsvermogen of permanente verontwaardiging?
Schept onze economie ruimte voor menselijke rijping of beloont ze vooral snelheid, competitie en onmiddellijke behoeftebevrediging?
Helpen onze sociale media ons om na te denken of vooral om onmiddellijk te reageren? Respons of reactie: een groot verschil.
Dat zijn geen randvragen. Ze raken de kern van onze toekomst. Misschien hebben we ons te lang blindgestaard op structuren en systemen, alsof een betere samenleving vanzelf betere mensen zou voortbrengen. De omgekeerde veronderstelling is even eenzijdig: alsof betere mensen spontaan een betere samenleving creëren.
Beide beïnvloeden elkaar voortdurend.
Juist daarom moeten we menselijke ontwikkeling opnieuw centraal plaatsen. Niet als een luxeproject voor wie tijd over heeft, maar als de belangrijkste maatschappelijke opdracht van dit ogenblik.
Dat vraagt meer dan kennisoverdracht. Het vraagt vorming. Niet in de moraliserende betekenis van mensen vertellen hoe ze moeten leven, maar in de diepere betekenis van het woord: mensen helpen uitgroeien tot personen die zichzelf leren kennen, verantwoordelijkheid kunnen dragen, verschillen verdragen en verbondenheid ervaren zonder hun eigen innerlijke vrijheid te verliezen.
Misschien is dat uiteindelijk de diepste betekenis van herbronning. Niet dat we andere waarden moeten uitvinden. Verbondenheid, solidariteit en zorg zijn zo oud als de mensheid zelf. Wat ontbreekt, zijn niet de waarden, maar de mensen die geleerd hebben ze consequent en bezield te leven.
De grootste crisis van onze tijd is daarom misschien niet in de eerste plaats ecologisch, economisch of politiek. Zij is ontologisch en antropologisch. We weten nog onvoldoende hoe een mens uitgroeit tot de persoon die onze tijd nodig heeft. Misschien hangt de toekomst uiteindelijk minder af van wat de mens al bezit dan van wie hij nog kan worden.
Menselijke ontwikkeling verloopt zelden in een rechte lijn. Ze lijkt eerder op een spiraal: we keren telkens terug naar dezelfde fundamentele vragen, maar hopelijk met meer inzicht, meer bescheidenheid en een groter vermogen tot verantwoordelijkheid.



Opmerkingen