De mens loopt op vier poten
- Luc Van De Steene
- 30 jun
- 2 minuten om te lezen

De mens is een rechtoplopend wezen.
Dat denken we tenminste.
Van buiten klopt dat. We lopen op twee benen, houden ons hoofd recht en kijken vooruit – en soms lopen we al denkend voorovergebogen. Maar vanbinnen beweegt de mens nog altijd als een dier. Niet op twee, maar op vier poten.
Die vier poten heten Fight, Flight, Freeze en Fawn.
Samen vormen ze geen verzameling losse overlevingsreacties. Ze vormen één bewegend organisme.
De achterpoten – Fight en Flight – leveren de stuwkracht. Zij mobiliseren de enorme kracht die nodig is wanneer gevaar dreigt. Soms betekent dat vechten. Soms vluchten. In beide gevallen komt hetzelfde biologische systeem in beweging: het organisme maakt zich klaar om te overleven.
De voorpoten – Freeze en Fawn – vervullen een andere rol. Ze vertragen, vangen op, zoeken veiligheid, houden contact of kiezen voor stilstand wanneer bewegen te gevaarlijk wordt. Ook zij dienen hetzelfde doel: het leven beschermen.
Geen van de vier is goed of slecht. Ze zijn allemaal intelligent. Ze zijn allemaal ontstaan omdat ze ooit het verschil maakten tussen leven en dood.
Een gezond organisme gebruikt ze allemaal.
Zoals een dier niet voortdurend op zijn achterpoten springt, maar ook rust, tast, stuurt en corrigeert, zo beweegt ook een mens voortdurend tussen activering en verstilling, tussen afstand nemen en verbinding zoeken. Veerkracht is niet de afwezigheid van stress. Veerkracht is het vermogen om te blijven bewegen.
Daar wringt het soms.
Niet omdat één van die vier poten verkeerd is, maar omdat één ervan het hele lichaam begint te dragen.
Sommigen blijven rennen terwijl het gevaar al lang verdwenen is. Anderen blijven vechten tegen een vijand die nergens meer te vinden is. Weer anderen raken bevroren in een toestand die ooit bescherming bood, maar stilaan een gevangenis wordt. Of ze verliezen zichzelf in het voortdurend afstemmen op de verwachtingen van anderen.
We lopen dan niet meer. We strompelen.
Vaak zonder het zelf te beseffen.
Misschien is dat wel een van de vriendelijkste manieren om naar mensen te kijken: niet vragen wat er mis is met iemand, maar welke poot overbelast is geraakt. Welke al jaren het gewicht draagt. Welke nauwelijks nog de grond raakt.
Dieren lijken na een schrikreactie vaak moeiteloos terug te keren naar hun evenwicht. Hun lichaam schudt, trilt, rent of ademt de spanning als het ware uit. Bij mensen verloopt dat herstel minder vanzelfsprekend. We houden vast aan wat ooit bedoeld was om voorbij te gaan. We dragen spanning verder, soms jarenlang. Niet omdat we zwakker zijn dan andere dieren, maar omdat ons brein kan blijven leven in een gevaar dat allang voorbij is.
Toch schuilt daarin ook iets hoopvols.
Wat ooit vastliep, kan opnieuw leren bewegen.
Misschien is dat uiteindelijk gezondheid: niet dat we nooit meer vechten, vluchten, bevriezen of behagen, maar dat alle vier weer deel mogen worden van hetzelfde organisme. Dat geen enkele poot het alleen hoeft te doen.
De mens is een rechtoplopend wezen.
Maar misschien loopt hij vanbinnen nog altijd op vier poten en misschien is precies dát geen teken van zwakte, maar van een indrukwekkende overlevingskracht.




Opmerkingen