De gezonde mens in een zieke samenleving
- Luc Van De Steene
- 13 jul
- 2 minuten om te lezen

Soms komen boeken precies op het juiste moment. Onlangs kreeg ik een tiental werken van Erich Fromm cadeau. Ze waren van de moeder van een goede vriend, die kennelijk haar leven lang met Fromm heeft meegereisd. Ik sloeg een willekeurige pagina open en voelde onmiddellijk waarom.
"Dat miljoenen mensen dezelfde vormen van psychische ontsporing delen, betekent nog niet dat zij gezond van geest zijn." – Fromm, E. (1958). De gezonde samenleving.
Die zin is bijna zeventig jaar oud. En toch klinkt het alsof hij gisteren werd geschreven.
We leven in een tijd waarin uitputting bijna een medaille is geworden – weliswaar met een keerzijde. We vullen onze agenda. We scrollen ons een punthoofd. We tellen onze stappen. We meten onze slaap. We lopen continu op eieren. We beantwoorden berichten op zondagavond en noemen dat allemaal 'normaal'. Wie zich aanpast aan het ritme van de tijd geldt als succesvol. Maar Fromm zou een ongemakkelijke vraag stellen: wat als dat ritme zelf ziek is?
Volgens hem is geestelijke gezondheid niet hetzelfde als goed functioneren binnen een systeem. Integendeel. Een mens kan perfect aangepast zijn aan een samenleving die angst, vervreemding en eindeloze prestatiedrang produceert. Dat maakt deze mens nog niet gezond. Misschien maakt het de samenleving juist des te problematischer.
Dat is een radicale gedachte. Zeker vandaag. We zoeken oplossingen voor burn-out in mindfulness, coaching of een extra dag thuiswerken. Allemaal waardevol, maar zelden stellen we de vraag of de manier waarop we werken, consumeren en onszelf beoordelen wel gezond is. We behandelen de symptomen, terwijl de cultuur ongemoeid blijft.
Fromm zag die cultuur al lang aankomen. Hij waarschuwde voor een wereld waarin bezit belangrijker wordt dan zijn, waarin mensen zichzelf verkopen als producten op een markt, en waarin vrijheid paradoxaal genoeg leidt tot nieuwe afhankelijkheden. Zijn analyse leest vandaag bijna als een beschrijving van het algoritmische tijdperk.
Misschien is dat zijn grootste verdienste. Hij leert ons dat de maatstaf voor een goed leven niet ligt in aanpassen, maar in mens worden. Niet in steeds efficiënter functioneren, maar in het vermogen om lief te hebben, creatief te zijn, kritisch te denken en werkelijk aanwezig te zijn.
Misschien is de vraag dus niet waarom zoveel mensen zich uitgeput voelen.
Misschien is de echte vraag waarom we een samenleving hebben gebouwd waarin uitputting zo normaal is geworden.

De vaak geciteerde ene zin is eigenlijk het slot van een langere redenering. Fromm schrijft eerst dat we ten onrechte aannemen dat ideeën of gevoelens waar moeten zijn omdat de meerderheid ze deelt. Hij noemt dat consensual validation. Vervolgens trekt hij de parallel:
"The fact that millions of people share the same vices does not make these vices virtues; the fact that they share so many errors does not make the errors truths; and the fact that millions of people share the same forms of mental pathology does not make these people sane." – Fromm, E. (1955). The Sane Society. 


Opmerkingen