top of page

De geest voorbij de scanner — over IFS, polyvagaaltheorie en het ongemak van de wetenschap

Bijgewerkt op: 5 jun 2025

Er is de laatste tijd veel kritiek op Internal Family Systems-therapie, kortweg IFS. Vanuit streng-wetenschappelijke hoek worden de wenkbrauwen gefronst. En ja, dat is begrijpelijk. Het zou zelfs verbazen mocht het níét gebeuren. Want IFS, dat is niet makkelijk te vatten in meetbare parameters of neurobiologische modellen. En wetenschap, of tenminste wat daar doorgaans onder wordt verstaan, is nu eenmaal cognitief van aard: gericht op het waarneembare, het bewijsbare, het controleerbare.


De menselijke psyche is veel complexer dan onze cognitie kan bevatten. (Foto © Pixabay)
De menselijke psyche is veel complexer dan onze cognitie kan bevatten. (Foto © Pixabay)

Maar de menselijke geest is geen formule. Het brein is geen spreadsheet. Wat ons beweegt, verwondt en geneest, speelt zich grotendeels af in het onbewuste. In dat kluwen van gevoelens, herinneringen, en overlevingsmechanismen die zich aan het rationele denken onttrekken. En precies daar probeert IFS vat op te krijgen. Het is geen theorie, het is een manier om zicht te krijgen op het onzichtbare. De menselijke psyche is veel complexer dan onze cognitie kan bevatten. 


IFS stelt dat onze psyche bestaat uit verschillende ‘delen’ — subpersoonlijkheden die elk hun eigen stem, rol en emotionele kleur hebben. Het is een vorm van parts work. Sommige delen dragen trauma, andere nemen een beschermende rol op zich. Sommige zijn afgesplitst uit het bewustzijn, en kunnen de therapeutische relatie beïnvloeden en zelfs blokkeren. Dat klinkt voor sommigen allicht vaag, of zelfs gevaarlijk esoterisch. Maar wie écht luistert naar wat deze benadering probeert te doen, hoort iets diep menselijks: erkenning geven aan de innerlijke complexiteit waar we allemaal mee worstelen.


De kritiek op IFS, en bij uitbreiding op zij die het gebruiken of steunen, lijkt dan ook minder over inhoud te gaan, en meer over een ongemak met het onmeetbare. Dat werd pijnlijk duidelijk in de publieke reactie op Griet op de Beeck. Omdat ze haar eigen ervaringen met IFS benoemde, en nu wordt genoemd als volgende Zomergasten-presentator, barst het debat opnieuw los. Alleen is het debat zelden eerlijk. Het is vaak geen gesprek, maar een afrekening. Alsof kwetsbaarheid en subjectieve ervaring geen plaats mogen hebben in de publieke ruimte — tenzij ze netjes wetenschappelijk gecertificeerd zijn.


Tegelijk blijven ook de zogenaamde ‘evidence based’-therapieën niet vrij van kritiek. Cognitieve gedragstherapieën, hoe goed onderbouwd ook, leveren lang niet altijd het gewenste resultaat. En ik druk me zacht uit. Toch lijkt alles, ook psychische zorg, steeds vaker door dat ene raster te moeten: meetbaar, controleerbaar, herhaalbaar. Maar wat als de mens zelf, over wie het uiteindelijk zou moeten gaan, in dat proces naar de achtergrond verdwijnt?


Ook de polyvagaaltheorie, die het autonome zenuwstelsel en onze aangeboren stressreacties in kaart brengt, wordt met argwaan bekeken door dezelfde streng-wetenschappelijke poortwachters. Nochtans lijkt het intussen zo klaar als pompwater: de mens vertoont primaire, instinctieve reacties op gevaar — vechten (fight), vluchten (flight), bevriezen (freeze), pleasen (fawn) — die niet door de vrije wil gestuurd worden. Die reacties ontsnappen aan de cognitie, maar zijn daarom niet minder waar of minder relevant. De afkeer voor dergelijke modellen is niet louter methodologisch; het wijst op iets diepers: een vorm van collectieve ontkenning. Een weigering om onder ogen te zien hoe complex, niet-lineair en ongrijpbaar het menselijk functioneren werkelijk is.


Er groeit een cultuur waarin wetenschappelijke autoriteit soms wordt ingezet als sluipschutter: scherp, afstandelijk, onkwetsbaar. Men schiet op zogenaamd ‘pseudowetenschappelijke’ methoden, vaak zonder werkelijk contact te maken met de ervaringen van mensen die daar wél baat bij hebben gevonden. De hulpbehoevende mens wordt niet aangesproken, laat staan gehoord.


Wetenschap moet kritisch zijn, ja. Maar kritisch zijn betekent niet: alles wat buiten het gangbare model valt, meteen diskwalificeren. Het betekent: open blijven voor het onbekende, het voorlopig onbewezen, het intuïtieve — zolang het de mens dient.


In een tijd waarin zoveel mensen zoeken naar zin en heling, hebben we nood aan benaderingen die niet alleen het brein aanspreken, maar ook het hart en de ziel. Laat ons dus voorzichtig zijn met het veroordelen van wat we nog niet helemaal begrijpen. Soms heeft de waarheid geen data, maar wel diepgang.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page