top of page

Anders zijn in een abnormale wereld

Geen boom groeit verkeerd. Elke boom groeit naar het licht. (Foto © Unsplash)
Geen boom groeit verkeerd. Elke boom groeit naar het licht. (Foto © Unsplash)

Van alle bomen in een bos groeit er geen enkele precies zoals de andere. De ene helt naar links, de andere buigt om een rots, een derde zoekt aarzelend een opening tussen de kruinen. Geen mens die op het idee komt om zo'n boom abnormaal te noemen. We begrijpen intuïtief dat hij zijn weg naar het licht heeft gezocht.


Waarom zijn we voor mensen zoveel minder mild?


Misschien is dat wel het grootste levenswerk: jezelf worden in een wereld die voortdurend lijkt te weten hoe je zou moeten zijn.


We leven in een tijd waarin bijna alles meetbaar is. We geven sterren aan sterren, punten aan leerlingen, likes aan meningen en etiketten aan mensen. Alsof de werkelijkheid pas geruststelt wanneer ze netjes in vakjes past.


Toch word ik steeds vaker wakker met een vraag die kinderlijk eenvoudig klinkt.


Wie is er eigenlijk normaal?


Waar ligt die norm? Bij de meerderheid? Bij het gemiddelde? Of gewoon bij wat we zo vaak hebben gezien dat we het niet langer in vraag durven te stellen?


Hoe ouder ik word, hoe minder zeker ik daarvan ben.


Als kind voelde ik me vaak anders. Niet omdat iemand dat hardop zei, maar omdat sommige blikken luider spreken dan woorden. Je voelt wanneer je net niet in het plaatje past. Vreemd genoeg eindigde ik telkens als eerste van de klas. Dat maakte me blijkbaar niet minder 'anders'.


Het blijft me verbazen hoe snel we afwijking denken te herkennen. Alsof ieder van ons een onzichtbare meetlat op zak heeft.


Kinderen kunnen hard zijn voor elkaar. Ze pesten, sluiten uit en zoeken hun plaats. Maar ze worden niet geboren met een idee van wat normaal is. Dat leren ze. Van volwassenen die zelf ooit geleerd hebben te vergelijken, te beoordelen en te benoemen. Volwassenen die zelf gekneed zijn als een gesneden brood. 


Misschien zijn kinderen daarom spiegels. Ze tonen wat ze meemaken, wat ze voelen en wat ze nog niet in woorden kunnen vatten. Alleen kijken wij vaak niet naar wat de spiegel weerspiegelt. We beoordelen liever de spiegel zelf. We geven een score, een diagnose of een etiket. Dat voelt veiliger dan blijven kijken. We zien slechts wat we zien. 


Ik moet dan vaak denken aan een boom.


Wanneer een boom scheef groeit omdat hij het licht zoekt, noemt niemand hem abnormaal. We begrijpen intuïtief dat hij zich aanpast aan zijn omgeving. Zijn kromming vertelt een verhaal. Niet over een fout in de boom, maar over de omstandigheden waarin hij moest groeien.


Waarom zouden mensen anders zijn?


Ook wij zoeken ons leven lang naar licht – en aandacht en liefde. Soms buigen we mee met de wind. Soms groeien we in een richting die niemand had verwacht. Soms dragen we littekens van stormen die anderen nooit hebben gezien, laat staan gevoeld. En toch lijken we elkaar voortdurend te beoordelen alsof iedereen in dezelfde bodem heeft gestaan en dezelfde hoeveelheid zonlicht heeft gekregen.


Misschien is dat onze grootste vergissing. 


Niet dat mensen verschillend zijn, maar dat we verwachten dat ze gelijk zouden moeten groeien.


Terwijl wij elkaar blijven meten aan een norm, lijkt de wereld zelf steeds minder normaal aan te voelen. We zien oorlogen, polarisatie, een groeiende eenzaamheid en een samenleving waarin presteren vaak belangrijker lijkt dan begrijpen. Toch noemen we dat zonder aarzelen 'het normale leven'.


Misschien is de echte vraag daarom niet wie afwijkt van de norm.


Misschien moeten we eindelijk durven onderzoeken wat we zelf zo hardnekkig normaal zijn blijven noemen.


Want stel dat een boom kon spreken.


Hij zou zich waarschijnlijk nooit afvragen waarom hij scheef groeide.


Hij zou zich alleen afvragen waarom mensen dachten dat alle bomen recht moesten zijn.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page