top of page

Als angst de touwtjes in handen neemt

Soms proberen we onze angst te bezweren door de ander korter aan te lijnen. (Foto © Unsplash)
Soms proberen we onze angst te bezweren door de ander korter aan te lijnen. (Foto © Unsplash)

We houden graag de touwtjes in handen. Dat klinkt meestal verstandig. We plannen, organiseren, bereiden ons voor. We willen weten waar we aan toe zijn. Controle geeft overzicht en overzicht geeft rust. Ik vraag me soms af of controle niet ook iets anders kan zijn: een manier om angst te reguleren.


Aan angst zit immers iets ongemakkelijks. Angst gaat vaak niet over wat er is, maar over wat er zou kunnen gebeuren. We lopen vooruit op de werkelijkheid en proberen ons voor te stellen wat ons te wachten staat. In een gesprek met filosoof en psychiater Damiaan Denys trof mij zijn gedachte dat angst samenhangt met onze mogelijkheid om te anticiperen. We stellen ons een toekomst voor die er nog niet is. Dat vermogen helpt ons om ons voor te bereiden, maar het kan ons ook opjagen.


Wat doen we wanneer we niet kunnen verdragen wat er mogelijk zou kunnen gebeuren? We proberen het onder controle te krijgen.


Op zichzelf is daar weinig mis mee. Een mens die bang is voor een sollicitatie bereidt zich voor. Iemand die onzeker is over een reis maakt een planning. Wie zich zorgen maakt over zijn gezondheid gaat misschien naar de dokter. Controle kan ons helpen om met onzekerheid om te gaan. Maar ergens ligt een kantelpunt.


Controle kan verschuiven van ‘ik probeer mezelf houvast te geven’ naar ‘ik moet ervoor zorgen dat de werkelijkheid zich zo gedraagt dat ik me veilig kan voelen’ en daar wordt het interessant.


De werkelijkheid bestaat niet alleen uit mijn eigen handelen. Ze bestaat ook uit andere mensen. Mensen die anders kunnen denken, anders kunnen voelen, andere keuzes kunnen maken. Mensen die nee kunnen zeggen. Mensen die zich terugtrekken. Mensen die veranderen. Mensen die zich niet laten voorspellen. De ander is, kortom, niet volledig controleerbaar.


Misschien is dat wel een van de moeilijkste dingen aan intimiteit.


We willen nabijheid, maar nabijheid maakt ons ook kwetsbaar. Wie van iemand houdt, kan niet helemaal bepalen of die ander blijft. Wie zich werkelijk opent, kan gekwetst worden. Wie een ander vertrouwt, geeft een stukje controle uit handen – en soms lukt dat niet.


Dan kan de behoefte aan veiligheid omslaan in de behoefte om de ander te beheersen. Niet noodzakelijk omdat iemand bewust macht wil uitoefenen, maar omdat de eigen angst ergens heen moet. De ander moet bereikbaar blijven. Antwoorden. Rekening houden met mijn gevoelens. Geen dingen doen die mij onzeker maken. Geen grenzen stellen die ik niet kan verdragen.


Wat begon als behoefte aan veiligheid, wordt zo een inperking van de vrijheid van de ander. Daar zit voor mij iets wezenlijks: waar zelfregulatie tekortschiet, kan de ander tot regulatie-object worden gemaakt. Mijn angst wordt dan niet meer uitsluitend iets waar ik zelf mee moet leren omgaan. Ik probeer de angst weg te krijgen door het gedrag van de ander te veranderen.


Soms werkt dat ook nog – voor eventjes. 


Je controleert je partner en die past zich aan. De spanning zakt. Je voelt opluchting. Je hebt als het ware geleerd: mijn controle heeft gewerkt. Dus wanneer de angst later opnieuw opkomt, ligt dezelfde oplossing voor de hand. Nog wat meer controle. Nog wat meer zekerheid. Nog wat meer toezicht.


Zo kan controle dwangmatig worden. 


Angst roept controle op. Controle geeft tijdelijk rust. Die rust bevestigt dat controle werkt. En bij de volgende angst is er dus een nog grotere behoefte aan controle. Het is een merkwaardige paradox: wat bedoeld is om de angst te verminderen, kan haar uiteindelijk juist groter maken. Dan begint de grens te verschuiven.


Dat zien we misschien het duidelijkst in intieme relaties, waar controle soms bijna ongemerkt onderdeel wordt van de liefde. Eerst lijkt het misschien op betrokkenheid. Waar ben je? Met wie? Wanneer kom je thuis? Waarom antwoord je niet? Maar onder de vragen kan een steeds dringender boodschap schuilgaan: zorg ervoor dat ik mij niet onzeker hoef te voelen. De vrijheid van de ander wordt dan de prijs die betaald moet worden voor de eigen gemoedsrust. 


Ik denk dat hetzelfde mechanisme op subtielere manieren kan opduiken. Ook in omgevingen waarin mensen elkaar willen helpen, kunnen we moeite krijgen met het niet-weten. Dat geldt bijvoorbeeld voor lichaamswerk, coaching en allerlei vormen van begeleiding. Daar kan een oprechte wens om iets voor een ander te betekenen samengaan met een grote overtuiging dat er iets moet gebeuren: iets moet worden losgemaakt, doorvoeld, doorbroken of geheeld. Maar een lichaam is geen machine die zich naar onze interventies moet voegen – een innerlijk leven al helemaal niet.


Wie onvoldoende kan verdragen niet precies te weten wat er bij een ander gebeurt, kan de neiging krijgen om te gaan duiden, sturen of ingrijpen. Soms wordt daarbij een ervaring van de ander ingevuld voordat die persoon zichzelf heeft kunnen begrijpen. Soms wordt een grens gezien als weerstand die moet worden overwonnen. Soms wordt de interventie – of methodiek of methode – belangrijker dan de vraag of de ander die werkelijk wil of aankan. Dan kan ook hier iets verschuiven: van helpen naar beheersen.


Des te belangrijker is het om een onderscheid te maken tussen zorg en controle. Zorg laat ruimte. Controle verdraagt de ruimte steeds minder goed. 


Misschien is dat uiteindelijk de vraag die onder dit alles ligt: hoe goed kunnen we verdragen dat we iets niet weten? Dat onze partner anders denkt dan wij. Dat iemand kan weggaan. Dat een lichaam zich niet onmiddellijk laat begrijpen. Dat een ander niet door ons kan worden gered. Dat een proces zich niet laat forceren. Dat de toekomst open is.


Dat klinkt misschien als weinig, maar het is nogal wat. 


We zijn geneigd te denken dat we sterker worden door steeds meer grip te krijgen. Misschien ligt er ook een andere vorm van kracht in: kunnen blijven staan wanneer de grip ontbreekt. Niet alles wat we kunnen controleren, hoeven we te controleren – en niet elke angst vraagt om een ingreep.


Soms vraagt angst om iets veel moeilijkers: dat we haar verdragen zonder de wereld om ons heen kleiner te maken. Zodra de eigen behoefte aan veiligheid betekent dat de ander minder vrij mag zijn, zijn we niet langer alleen de eigen angst aan het reguleren. Dan is de ander het kind van de rekening – en het kind mag je soms ook letterlijk nemen. 

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page