We zijn niet zwakker, we zijn preciezer geworden
- Luc Van De Steene
- 4 nov 2025
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 nov 2025
We benoemen niet te veel, we leren eindelijk beter zien.
Problematiseren is geen zwakte, maar een teken van volwassenwording in een complexe samenleving.

De recente column “Generatie problematisatie – f*ck de balans” stelt dat we van gewone menselijke fricties ziektebeelden maken, en dat een samenleving die alles benoemt als trauma of burn-out haar veerkracht verliest. Het is een vlot geschreven betoog, maar ook een exemplarisch voorbeeld van hoe intellectuele elegantie soms de plaats inneemt van empirisch inzicht.
De kern van het stuk is verleidelijk: we zouden te veel analyseren, te weinig verdragen. Twijfel is plots identiteit, verdriet een trauma, vermoeidheid een burn-out. Die diagnose lijkt intuïtief juist, tot je kijkt naar de onderliggende cijfers. Mentale aandoeningen nemen niet toe omdat we gevoeliger geworden zijn, maar omdat de maatschappelijke condities waarin mensen leven fundamenteel veranderd zijn. Hogere prestatiedruk, flexibilisering van werk, digitale permanentie en sociaal isolement hebben meetbare gevolgen voor stressniveaus en gezondheid. De toename van taal rond kwetsbaarheid is geen teken van overgevoeligheid, maar van bewustwording.
Wie dat “problematiseren” noemt, verwart beschrijving met slachtofferschap. De ontwikkeling van een taal om psychische belasting te benoemen is een van de grootste vooruitgangen van de laatste decennia. Dankzij die taal hebben burn-out, depressie of trauma hun taboe-status verloren. Ze zijn niet uitgevonden door een overgevoelige generatie, maar zichtbaar geworden door betere diagnostiek, openheid en onderzoek. Dat is geen zwaktebod, maar een teken van volwassenwording.
Het idee dat we “veerkracht ingeruild hebben voor comfort” gaat voorbij aan de realiteit. In veel sectoren werken mensen meer uren dan ooit, vaak in precaire omstandigheden, en met een donkere triade (narcisme, machiavellisme, psychopathie) als dominante onderstroom — top-down. De combinatie van flexibiliteit en onvoorspelbaarheid vraagt niet minder, maar méér veerkracht. De echte vraag is dus niet of we te weinig verdragen, maar of we te veel moeten verdragen zonder erkenning.
De reflex om elk maatschappelijk ongemak te verklaren als gevolg van individuele overgevoeligheid is oud. In de negentiende eeuw werd hysterie als modeziekte beschouwd; in de twintigste eeuw waren depressie en burn-out “luxeproblemen”. Telkens opnieuw blijkt die scepsis vooral een vorm van cultureel verzet tegen verandering. Wat men eerst overdrijving noemt, wordt later erkend als inzicht.
Dat neemt niet weg dat overmedicalisering bestaat. Niet elk moment van somberte vraagt therapie. Maar de grens tussen pathologiseren en erkennen ligt niet in de taal, wel in de context. Het is de taak van wetenschap en beleid om daar precies te blijven, niet van columnisten om met morele slogans de klok terug te draaien.
Een samenleving zonder frictie is even onwenselijk als een samenleving die pijn niet mag benoemen. Echte veerkracht veronderstelt immers (h)erkenning van kwetsbaarheid. Wie alles wegzet als “overreactie” ontneemt mensen de mogelijkheid om te leren omgaan met wat schuurt. Problematiseren is niet vermijden, het is begrijpen, en begrip maakt volharding mogelijk.
De culturele verschuiving die we meemaken is dus geen teken van verval, maar van evolutie. We zijn niet zwakker geworden, we zijn preciezer geworden. Waar vroegere generaties zwegen uit noodzaak, spreken wij uit overtuiging. Dat verdient geen spot, maar respect.
___
De auteur is publicist, coach en mentor met een scherp en gevoelig oor en oog voor mens en context. Tevens oud-redacteur DM.



Opmerkingen