Wat we niet zien, maar wel meedragen
- Luc Van De Steene
- 29 dec 2025
- 4 minuten om te lezen

Wat we niet zien, maar wel meedragen, is zelden onschuldig. Het blijft werken, schuiven, drukken, en vaak op de achtergrond. Soms jarenlang. We functioneren intussen prima. We werken, zorgen, presteren, leggen het uit. Tot het op een moment niet meer gaat, en we verrast zijn door onszelf. Door de vermoeidheid, de leegte, de prikkelbaarheid, de burn-out die ‘plots’ opduikt.
We spreken graag over veerkracht, werkdruk, mentale gezondheid. Over systemen die moeten veranderen, over individuen die beter moeten leren doseren. Dat gesprek is nodig. Maar het raakt vaak niet aan iets fundamentelers: hoe weinig ruimte we maken om te zien wat ons innerlijk stuurt, zolang het nog stil is. Om te zien hoe bedreven we zijn geworden in het dragen van dingen zonder ze echt te dragen.
Misschien zit daar geen klassieke blindheid, maar wel een merkwaardig soort kijken, en denken. We zien veel. We kunnen uitleggen, duiden, verklaren. We zijn slim geworden in het maken van verhalen over onszelf — ons brein werkt daar vlotjes aan mee. Toch blijft er vaak iets buiten beeld. Niet omdat het er niet is, maar omdat het kijken ernaartoe ons zou vertragen, onzeker maken, misschien zelfs doen wankelen.
Functionele blindheid is een blindheid die ons helpt te functioneren. Niet zien om te kunnen doorgaan. Niet voelen om keuzes vol te houden. Niet twijfelen om identiteit stabiel te houden.
Wat we niet zien, is zelden onbelangrijk. Het is meestal precies datgene wat ons stuurt.
Neem een interview dat ik onlangs las. Een man spreekt helder en rationeel over zijn vader. Over wie die man was, niet was, wat hij (niet) betekend heeft, welke plaats hij (niet) inneemt in zijn levensverhaal. Alles klopt. De woorden zijn zorgvuldig gekozen, de analyse is scherp, het verhaal sluit mooi. Je voelt: hier is nagedacht, hier is verwerkt, rationeel.
Er blijft iets hangen. Niet omdat er iets verkeerd wordt gezegd, maar omdat er iets niet wordt aangeraakt. De vader is benoemd, verklaard, gekaderd, maar net daardoor ook op afstand gehouden. Hij is een figuur geworden in een verhaal, een element in een redenering. Terwijl een vader, zelfs lang na zijn dood, zelden alleen een hoofdstuk is. De vader is misschien overleden, maar de vaderfiguur leeft voort als innerlijke maatstaf, als spiegel, als stille gesprekspartner, als iemand die meespreekt wanneer we keuzes maken, wanneer we falen, wanneer we slagen.
Hoe sterk bepaalt een vader (ook een afwezige of moeilijke) onze houding tegenover autoriteit, prestatie, erkenning? Hoe vaak denken we “ik heb dit verwerkt” terwijl we eigenlijk vooral hebben leren uitleggen?
Dat hoeft geen probleem te zijn. Het wordt pas interessant wanneer we denken dat het geen rol meer speelt. Rationaliteit kan dan een vorm van helderheid zijn, maar ook een dak waaronder iets schuilgaat dat nog niet droog is. Rationaliteit is soms geen inzicht, maar een dak boven iets wat nog regent.
Het tweede voorbeeld is veel eenvoudiger. Een korte post op sociale media. Een leerkracht, zijinstromer, schrijft: “I love my job.” Daarbij een foto van een tafel vol papieren, rapporten, notities, stapels die weinig ruimte laten voor leegte. Alles ziet er herkenbaar uit. En opnieuw: niets is fout. Er is inzet, betrokkenheid, fierheid.
Toch wringt er iets. Niet omdat iemand hard werkt. Niet omdat iemand van zijn job houdt. Maar omdat de zin I love my job zo nadrukkelijk naast dat beeld staat. Alsof hij niet alleen iets deelt, maar ook iets bevestigt. Voor wie is die boodschap bedoeld? Voor ons? Voor het systeem? Of vooral voor zichzelf?
Ons brein is er heel goed in: het verzint verhalen om spanning draaglijk te maken. Als iets zwaar is, maken we het betekenisvol. Als iets te veel wordt, noemen we het passie. Dat is geen leugen, het is een bescherming. Liefde kan soms ook een pleister zijn. Niet cynisch maar menselijk.
We maken betekenis om niet te moeten voelen wat wringt. Waarom voelen we de nood om liefde te verklaren bij overbelasting? Ons brein verzint verhalen om spanning te dempen.
Wat deze twee voorbeelden verbindt, is niet de inhoud, maar het mechanisme. In het ene geval beschermt rationaliteit, in het andere doet enthousiasme dat. Twee verschillende strategieën om hetzelfde te doen: verder kunnen, doordoen, overeind blijven, niet hoeven stilvallen bij wat onder de oppervlakte beweegt.
Dat is geen aanklacht. Het is menselijk. We hebben die beschermingsmechanismen nodig. De meeste zijn vroeg ontstaan, in een tijd waarin ze ons hielpen overeind te blijven. Ze waren slim, zelfs noodzakelijk. Alleen: ze blijven vaak aanstaan. Wat ooit bescherming was, wordt later afscherming. Dat kost energie. Veel energie. Want wie voortdurend op afstand houdt, moet voortdurend bewaken. Wie alles verklaart, moet blijven redeneren. Wie zichzelf overtuigt, moet dat telkens opnieuw doen. Inzicht daarin is geen luxe, maar essentieel. Niet om oude strategieën af te breken, wel om ze eindelijk rust te gunnen.
Wat ons beschermde toen we klein waren, vraagt later bewustzijn om niet uitputtend te worden. Maar helemaal zonder die bescherming zouden we vastlopen, overspoeld raken, verlamd worden door twijfel. De blindheid die we ontwikkelen, is vaak functioneel. Ze laat ons toe een leven te leiden, een job te doen, relaties aan te gaan.
Misschien kijken we precies ver genoeg om verder te kunnen.
Er zit ook iets bevrijdend in het besef dat dit zo werkt. Als we begrijpen dat mensen niet altijd handelen vanuit volledige helderheid, maar vanuit bescherming, dan wordt oordelen minder interessant. Dan ontstaat er ruimte voor mildheid. Niet als excuus, maar als inzicht.
We hoeven elkaar niet te ontmaskeren. We hoeven niet te zeggen: “Zie je wel, dit klopt niet.” We kunnen ook zeggen: “Dit is hoe iemand het draaglijk maakt.” En misschien, heel voorzichtig, kunnen we leren af en toe iets langer te kijken. Niet om alles open te breken, maar om te merken wat we automatisch overslaan.
Bewustzijn begint zelden met grote inzichten. Het begint vaak met kleine vertraging. Met het durven laten staan van een ongemakkelijk gevoel, zonder het meteen te verklaren of glad te strijken.
Niet om harder te worden voor onszelf of voor anderen.
Maar juist om zachter te kunnen kijken.



Opmerkingen