Wanneer de nacht begint te spreken
- Luc Van De Steene
- 6 okt 2025
- 2 minuten om te lezen

De laatste tijd merk ik dat de nacht mij niet meer volledig toebehoort. Mijn lichaam ligt stil, mijn hoofd rust op het kussen, maar ergens, dieper, blijft iets wakker. Alsof een onbekende binnenruimte het overneemt zodra ik mijn ogen sluit.
En dan komen ze: de dromen. Niet zacht of troostend, maar geladen, als echo’s van iets wat ik overdag niet heb willen horen of zien.
Soms schrik ik wakker met een vreemd gevoel van schuld, zonder dat ik weet waarom. Of ik droom dat ik te laat kom op een plaats waar niemand meer is — alsof de tijd me iets verwijt. Andere nachten hoor ik oude stemmen, mensen die al jaren uit mijn leven verdwenen zijn.
Pas later begrijp ik dat het niet de buitenwereld is die mij onrustig maakt, maar de wereld ín mij.
Mijn onderbewuste is aan het werk, druk bezig signalen te zenden, terwijl ik denk te slapen. Wat ik ervaar als slapeloosheid, is misschien wel een vorm van innerlijke activiteit; een nachtelijke conferentie van gevoelens die geen daglicht verdragen.
Freud zou hebben gezegd dat mijn droom een verkapte wens was, vermomd in symbolen en scènes.
Jung zou misschien fluisteren dat mijn psyche mij iets probeert te vertellen, iets dat alleen in beelden gezegd kan worden.
Zelfs Hamlet wist het al: “I have that within which passeth show.” (I, 2, 85)
Er leeft iets in ons dat zich niet laat zien, maar wel laat voelen; vooral wanneer de nacht de façade van de dag heeft weggehaald.
We spreken vaak over rusteloosheid alsof het een fout is in het systeem, een storing die verholpen moet worden.
Maar wat als het een vorm van communicatie is? Wat als de slapeloze nacht niet onze vijand is, maar een boodschapper?
Misschien wil ze zeggen: er leeft iets in jou dat gehoord wil worden.
Ik probeer tegenwoordig niet meer te vechten met de nacht.Ik luister … naar het suizen van mijn gedachten, naar de beelden die komen en gaan.
Soms, heel even, lijkt het alsof het onderbewuste zijn hand uitstrekt naar het wakkere ik.
Dan voel ik een soort vrede, niet omdat alles begrepen is, maar omdat ik durf te erkennen dat er meer in mij leeft dan ik overdag kan bevatten.
Misschien is dat wel wat slapen eigenlijk is:niet het uitzetten van het bewustzijn, maar het toelaten van de diepte daaronder.
En wie weet, misschien is elk slapeloos moment niets anders dan een uitnodiging om te luisteren, heel even, naar wat in ons nog niet tot rust is gekomen.
Herkenbaar? Wil je de wijsheid van je onderbewuste leren ontdekken?



Opmerkingen