Vernietigingsdrift of hoop?
- Luc Van De Steene
- 6 aug 2025
- 3 minuten om te lezen
Vandaag 6 augustus herdenken we opnieuw Hiroshima. Exact tachtig jaar geleden dropten de Verenigde Staten de eerste atoombom op een bewoonde stad. In één klap stierven tachtigduizend mensen. Drie dagen later volgde Nagasaki.

Het markeerde niet het einde van een oorlog, maar het begin van een tijdperk waarin de mens zichzelf structureel bedreigt. Nooit eerder was onze vernietigingskracht zo tastbaar. Nooit eerder was de vraag zo urgent: kiezen we voor leven, of voor vernietiging?
Geen natuurwet, wel een keuze
Erich Fromm, humanistisch psycholoog en filosoof, wijdde zijn leven aan precies die vraag. Hij waarschuwde voor de menselijke vernietigingsdrift, maar benadrukte ook dat het geen kerneigenschap is. Niet het instinct, maar de omstandigheden maken van mensen soms vernietigers. Wreedheid is geen natuurwet, het is een keuze. En dat maakt ons verantwoordelijk.
De littekens van trauma en ongelijkheid
Toch zijn die omstandigheden vaak vernietigend genoeg. Trauma, armoede, onveiligheid, geweld: ze kunnen mensen vervormen, verbitteren, verlagen. Zoals Gabor Maté beschrijft, vormen vroegkinderlijke kwetsuren een voedingsbodem voor wantrouwen, agressie en zelfdestructie. En die zelfdestructie kan collectief worden. Kijk om je heen. Oorlogen woeden in Oekraïne, Gaza en tal van andere brandhaarden. Nationalisme, polarisatie, economische ongelijkheid, ze drijven samenlevingen steeds verder uiteen.
De roep om wraak overschreeuwt de stem van de rede.
Is liefde een luxe?
En dan komt de existentiële vraag: zijn we naïef als we toch voor liefde kiezen?
Want wat moeten we denken van een staat als Israël, waar zoveel nazaten van de Holocaust leven, die nu lijkt te kiezen voor de vernietiging van een ander volk? Hoe is dat mogelijk? Hoe ver reikt het menselijk geheugen, en hoe kort is de morele les?
Vrijheid van binnenuit
Viktor Frankl, die Auschwitz overleefde, wees erop dat zelfs in de meest mensonterende omstandigheden een innerlijke vrijheid blijft bestaan: de vrijheid om niet te haten, maar lief te hebben. Zijn leerling Edith Eger zegt het nog explicieter: "Vrijheid zit in onze geest. We zijn altijd vrij om te kiezen, ook voor liefde, vergeving en verbinding."
Maar dat roept een volgende, ongemakkelijke vraag op: heb je macht nodig om voor liefde te kunnen kiezen? Kun je je liefdevol opstellen als je onderdrukt wordt, als je moet vechten om te overleven? Of is liefde dan een luxe van wie veilig zit, met een volle maag en vredige grens?
Liefde als kracht
Het zijn geen makkelijke vragen. Maar misschien is precies dat het punt. Liefde is geen zwakte, maar een kracht. En als ze al naïef lijkt, dan alleen omdat de wereld zélf zo cynisch is geworden.
Fromm zou zeggen: de mens is tot destructie in staat — ja. Maar evenzeer tot liefde, verbeelding en solidariteit. Wat ontbreekt is niet technologie of middelen, maar verbeeldingskracht en wilskracht. De moed om een andere wereld te denken, en ernaar te handelen.
De maakbaarheid van omstandigheden
De omstandigheden zijn maakbaar, en de omstandigheden maken de mens. Armoede is geen natuurwet. Ongelijkheid is geen noodlot. Oorlog is geen gevolg van "de menselijke aard", maar van menselijke keuzes, en dus ook omkeerbaar.
Tachtig jaar na Hiroshima is dit onze uitdaging: niet geloven in onschuld of naïviteit, maar in verantwoordelijkheid. Niet kiezen tussen macht of liefde, maar macht inzetten ten dienste van het leven.
De breuklijn
Er is een breuklijn die steeds zichtbaarder wordt: moreel besef, of geen moreel besef. Daar loopt de grens. Niet tussen naties, niet tussen culturen, niet tussen links of rechts, maar tussen mensen die verantwoordelijkheid durven nemen, en mensen die zich verschuilen achter het zogenaamde onvermijdelijke.
De geschiedenis kijkt ons aan. De toekomst wacht op een antwoord.
📌 Kun je moreel besef aanleren?
We vragen ons soms wanhopig af: Waarom lijkt moreel besef bij zoveel mensen simpelweg te ontbreken? Of nog scherper: Wat als iemand daar gewoon niet toe in staat is?
Moreel besef is geen reflex, maar een leerproces
Mensen worden niet moreel geboren. Ze hebben wel het vermogen tot empathie, schuld en verantwoordelijkheid, maar dat moet ontwikkeld worden, via opvoeding, veiligheid, voorbeelden, grenzen. Zonder die basis groeit geen moreel kompas.
Psychopathie is reëler dan we denken
Ongeveer 1% van de mensen voldoet aan het klinisch profiel van psychopathie: gebrek aan empathie, geweten en berouw. In machtsstructuren kan dat aandeel hoger liggen. Psychopaten zijn vaak slim, charmant — en gevaarlijk.
Niet alles is maakbaar, maar grenzen zijn nodig
Sommigen zijn nauwelijks vatbaar voor morele groei. Dan blijft er één optie over: begrenzen. Liefde betekent niet dat alles moet kunnen. Moreel besef vereist ook structurele bescherming van wie kwetsbaar is.
De context maakt het verschil
We kunnen moreel besef niet afdwingen, maar wél bevorderen. In gezinnen, scholen, media en beleid. Als empathie, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid lonen, dan groeien ze. Als kille efficiëntie en egoïsme beloond worden, winnen die.


Opmerkingen