Stormbestendig
- Luc Van De Steene
- 23 okt 2025
- 4 minuten om te lezen

Er zijn ochtenden waarop de aarde lijkt te fluisteren dat niets blijft zoals het is. Mist hangt laag over het land, alsof het landschap weigert om snel duidelijkheid te verschaffen. Ergens verderop ruist de zee, onverstoorbaar, in haar eindeloze beweging van eb en vloed. Geen golf die vraagt waarom zij terug moet, geen branding die zichzelf op de borst slaat omdat ze weer uiteenspat. De natuur kent ritme, schommeling, seizoenen. Wij daarentegen eisen lijn, controle, herstel.
En precies daar wringt het.
We staan in een tijd waarin het psychisch lijden toeneemt, terwijl de geestelijke gezondheidszorg in haar voegen kraakt. Wachttijden van maanden, soms jaren. Mensen die te laat of helemaal niet geholpen worden. Behandelingen die protocollen volgen in plaats van mensen. Het systeem dat ooit bedoeld was om te dragen, is zelf gaan wankelen. De storm woedt, maar we hebben een paraplu ontworpen in plaats van een schuilplaats.
Het is een vreemd contrast: de natuur laat ons zien hoe we kunnen overleven, maar we zijn haar gaan negeren. We kozen voor modellen, diagnoses, efficiĆ«ntie. Alsof angst een storing is. Alsof rouw een aandoening is. Alsof eenzaamheid een fout in de software is. Terwijl iedereen die ooit ās nachts wakker lag, weet: het leven is geen rechte lijn, maar een getijdenbeweging.Ā
Eb en vloed als les ƩƩn.Ā Angst stijgt, angst zakt. Wie zich verzet tegen de golf, raakt uitgeput. Wie leert drijven, houdt het uit ā Fluctuat nec mergitur (*). Maar in de GGZ spreken we liever over stappenplannen, behandelmodules en meetbare resultaten. Golven worden grafieken. De zee wordt data. Het lijden raakt losgezongen van de mens die het voelt.
Donder en bliksem als les twee.Ā Soms barst er iets los. Trauma, woede, paniek, verdriet. De lucht moet open, anders stikt ze. Stormen komen nooit netjes volgens afspraak. Toch verwachten we in therapieland voorspelbaarheid en behandelplannen met tijdspaden. Alsof een donderbui zich iets aantrekt van ons rooster.
Zonsopgang als les drie.Ā Zelfs na de zwartste nacht kleurt ooit de horizon. Niet door prestatie, niet door wilskracht, maar door kosmische zekerheid: licht keert terug. Maar wie depressief is, moet tegenwoordig eerst het diagnosecircus door, wachten op indicatie, wachten op plaats, wachten op zorg. Alsof het leven pauzeert totdat het systeem er klaar voor is ā de kunst van het wachten zijn we intussen wel kwijt.Ā
Het is niet dat therapie waardeloos is. Integendeel: goede therapie kan levens redden, draagkracht herstellen, lucht terugbrengen waar verstikking zat. Het probleem is dat therapie een industrie is geworden. Een markt. Een systeem dat mensen wil repareren, omdat het het ritme van het leven niet meer begrijpt. We behandelen symptomen, niet de menselijke conditie. We medicaliseren existentiĆ«le pijn, terwijl een deel van die pijn vraagt om erkenning, bedding, cultuur, gemeenschap, ritueel ā dingen die buiten de spreekkamer liggen.
Het meest pijnlijke in de geestelijke gezondheidszorg is de ontkenning ā een systeem van goedbedoelde controle die te vaak ontaardt in een subtiele vorm van victim blaming. De mens achter het lijden wordt niet gezien, niet gehoord. Wat āzorgā heet, is soms vooral beheersing: het systeem beschermen in plaats van de zoekende mens dragen. Dat kan dodelijk uitpakken, en toch noemen we het autonomie en zelfbeschikking. Sommige psychiaters spreken het hardop uit. Veel te weinig.We zijn het idee kwijtgeraakt dat een mens, net als een landschap, stormen móét doorstaan. Dat groei soms winters nodig heeft. Dat isolement niet altijd een ziekte is, maar soms een fase. Dat bestaan geen project is, maar een proces. De natuur weet dat. Wij zijn het vergeten.
Begrijp me goed: niemand met zware psychische pijn moet afgescheept worden met een wandeling in het bos ā waar je dixit een minister de bomen kunt knuffelen. Wie lijdt, heeft recht op hulp, nabijheid en deskundigheid. Maar het wordt gevaarlijk als we ons volledig uitbesteden aan een systeem dat zelf uit het lood staat. We hebben de gezondheidszorg boven de natuur geplaatst, terwijl we misschien eerst weer naastĀ de natuur moeten leren staan. Want de natuur oordeelt niet. Ze diagnosticeert niet. Ze draagt, schommelt, doorstaat en herbegint.
Kijk naar regen en mist. Je ziet geen twee meter voor je, maar je kunt wƩl gaan. Stap voor stap. Zonder dat iemand vraagt naar je GAF- of WHO-score, je DSM-classificatie of je wachttijd-status. Dat is misschien wel de hardste waarheid van dit moment: de natuur is milder dan ons zorgsysteem.
Wat we nodig hebben, is een mentaliteit die stormbestendig is. Met structuren die helpen, maar ook met wijsheid die ouder is dan elke behandelrichtlijn. Want ja, de geestelijke gezondheidszorg is aan het imploderen. Maar de mens niet. De mens is gebouwd op seizoenen. Op licht dat terugkomt. Op vloed na eb. Op adem na verstikking.
Misschien moeten we weer leren wat de zee al eeuwen zegt: golven genezen niet, maar ze dragen.Ā En dat is soms al genoeg om te blijven drijven.



Opmerkingen