Politiek is retoriek — wat je niet leest in de krant
- Luc Van De Steene
- 25 aug 2025
- 3 minuten om te lezen

Politiek is in de eerste plaats retoriek. Het gaat niet langer om waarheid, maar om woorden die zorgvuldig worden ingezet om te overtuigen, te neutraliseren, te verhullen. De krant kan dit zelden doorgronden, want ze beschrijft vooral de oppervlakte, de incidenten. Psycholinguïstiek kan ons wél helpen: die laat zien hoe taal bewust wordt ingezet, waar de inconsistenties zitten, en welke denkfouten we als luisteraar telkens opnieuw maken.
Waarom we voelen dat er iets niet klopt
Een hoogbegaafd kind merkt sneller op wanneer woorden en daden niet stroken. Het voelt de inconsistentie en kan die vaak ook benoemen. Volwassenen hebben dat gevoel nog wel, maar missen vaak de taal om het scherp te maken. Precies daar kan psycholinguïstiek een instrument zijn: het geeft woorden aan dat onderhuidse ongemak.
In het politieke discours zien we voortdurend botsingen tussen wat gezegd wordt en wat gedaan wordt. Toch trappen we er telkens opnieuw in, omdat het spel van framing, emotie en schijnbare logica ons overtuigt.
Neem een editoriaal dat schreef dat het voor de federale regering “een uitdaging wordt om rationeel te blijven over Gaza”. Maar is dat wel de kern? Zijn mensen überhaupt rationele wezens? Misschien is dat het echte probleem: dat we irrationele, emotionele wezens zijn die graag geloven dat we rationeel zijn. Het irrationele blijft intussen onzichtbaar woekeren en de geschiedenis herhaalt zich, precies daardoor.
Hoe retoriek werkt: een casus Demir
Minister Demir koppelt haar standpunt aan haar Koerdische afkomst én aan Vlaams-nationalisme. Psycholinguïstisch is dat een ethos appeal (gezagsargument): ze versterkt haar autoriteit door haar identiteit als “volk zonder staat” te spiegelen aan de Palestijnse situatie. Maar dit is een valse analogie: de Koerdische en Palestijnse contexten verschillen fundamenteel.
Wanneer ze zegt: “Dit is geen erkenning van Hamas, maar van een volk”, past ze een klassieke reframing toe. Ze neutraliseert kritiek nog voor die geuit kan worden. Want wie haar betwist, lijkt meteen verdacht: alsof je Hamas zou willen erkennen.
Ook haar gebruik van cijfers en beelden — “20.000 vermoorde kinderen” — is meer dan alleen empathie. Het is een pathos appeal (emotioneel appèl): ze wekt emotie op en positioneert de lezer moreel. Psycholinguïstisch werkt dit via availability bias (beschikbaarheidsbias): schokkende beelden overtuigen sneller dan abstracte diplomatieke argumenten. Tegelijk schuift ze rationelere instrumenten (economische sancties) opzij en kiest ze voor een symbool — erkenning. Dat is framing: de eenvoud van een emotioneel bevredigende daad verkoopt beter.
Binnen de N-VA zien we een dubbele strategie. Een realpolitieke vleugel (BDW) blijft stil, een meer moreel-retorische vleugel (Demir) spreekt luid. Samen vormen ze een good cop / bad cop-dynamiek (twee-gezichtenstrategie): beide stemmen circuleren, zodat elke kiezer ergens aansluiting vindt. Voor de toeschouwer lijkt dat een keuze tussen twee posities, maar dat is een false dilemma (vals dilemma). In werkelijkheid gaat het om electorale spreiding.
Cognitieve valkuilen en inconsistenties
Wat opvalt, is dat Demirs morele taal haar argumenten automatisch meer gewicht geeft. Dat is het halo effect: één sterk moreel element straalt af op haar hele betoog.
Wanneer Diependaele zegt: “wie is nu de grotere smeerlap?” zien we een moral equivalence fallacy (morele equivalentie): alsof je gruweldaden simpelweg tegen elkaar kan afwegen en daarmee verantwoordelijkheid gelijk kan verdelen.
En wanneer Demir zich internationaal positioneert (met Macron, VN) maar tegelijk Vlaams-nationalistische gevoeligheden aanspreekt (“bestaansrecht van een volk”), schakelt ze soepel tussen frames. Psycholinguïstisch heet dat code switching: spreken in verschillende talen tegelijk, zodat elk publiek zich aangesproken voelt.
Wat dit laat zien
Wie het politieke discours analyseert met psycholinguïstiek, ziet de gelaagdheid achter de woorden:
Pathos: beelden van kinderen, cijfers, emotie om urgentie te scheppen.
Ethos: identiteit en afkomst als legitimiteit.
Logos: erkenning als ogenschijnlijk rationele oplossing, maar sterk versimpeld.
En bovenop dat alles: framing die meerdere lezingen tegelijk toelaat, zodat de partij maximaal electoraal kan oogsten.
Mensen voelen intuïtief dat er iets niet klopt. De inconsistentie in woorden en daden knaagt. Maar zonder de taal om die patronen te benoemen, blijven we gevangen in het spel. Psycholinguïstiek geeft dat vocabulaire terug. Het maakt zichtbaar wat verborgen wordt.
Want achter elke grote geopolitieke uitspraak schuilt dezelfde strategie die we ook lokaal zien — bij de bomenkap in Antwerpen, waar bewoners zich machteloos tegen bulldozers zien staan. Het frame is telkens hetzelfde: een rationeel beleid verkopen, terwijl in werkelijkheid emoties, electorale belangen en macht de doorslag geven.
Wat blijft hangen, is dat taal niet zomaar woorden zijn maar instrumenten van macht. Politici weten hoe ze frames, emoties en denkfouten kunnen inzetten. Mensen voelen dat er iets niet klopt, maar missen vaak de woorden om het bloot te leggen. Psycholinguïstiek kan die taal teruggeven — een manier om door de retoriek heen te kijken. Want steeds meer burgers ervaren dezelfde spanning: grote woorden tegenover kleine daden. Mensen voelen zich meer en meer met de rug tegen de muur gezet. Het lijkt eigen aan deze tijd.


Opmerkingen