Overdenken in een wereld die niet luistert
- Luc Van De Steene
- 20 okt 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 21 okt 2025

Sommige mensen denken omdat het moet. Anderen denken omdat het niet anders kan. Overdenkers — vaak hoogbegaafde, fijngevoelige geesten — hebben geen uitknop in hun hoofd. Hun bewustzijn is een stroom zonder oevers: altijd aan, altijd dieper, altijd verder. Voor hen is de wereld geen decor, maar een vraag, een opdracht, een voortdurend intens ervaren. En precies daarin ontstaat de eerste eenzaamheid: wie diep voelt en gelaagd denkt, merkt al vroeg dat de meeste gesprekken zich aan de oppervlakte afspelen.
Ik behoor tot die groep. Niet omdat ik brak onder een wereld die te luid en te oppervlakkig was, maar omdat ik er mentaal rechtop in heb leren staan. Ik ben sterker geworden door dat voortdurende botsen, maar onderweg raakte ik iets anders kwijt: een compagnon de route. Iemand die net zo intens voelt, net zo snel denkt, net zo veel ziet. Wat het vreemd maakt: sommige mensen om me heen zeiden achteraf dat het “altijd al duidelijk was” — terwijl ik het zelf pas recent begreep. Het is een eenzaamheid op twee niveaus: je draagt iets groots in stilte, en niemand reikt het je aan als taal zolang je het niet breekt of overschreeuwt. Je wordt niet buitengesloten, je glijdt er gewoon tussenuit — onzichtbaar, terwijl je juist zo scherp ziet.
Daar wringt het schoentje. In de geestelijke gezondheidszorg wordt te vaak gewerkt met diagnoses, protocollen en schema’s; lineaire methodes voor een niet-lineaire binnenwereld. Men kijkt naar symptomen, niet naar betekenis. Men meet, labelt en categoriseert, terwijl een overdenker vooral nood heeft aan afstemming, aan menselijkheid, aan diepe aanwezigheid. Het resultaat is pijnlijk: hoe complexer je innerlijk, hoe sneller men je reduceert tot iets dat in een handleiding past.
En dan is er nog die onhandige troost. Dat zinnetje dat ik niet meer kan horen: “Wat verschrikkelijk voor u.” Beste psychiaters, hou daar alsjeblieft mee op. Niemand in ondraaglijk lijden heeft iets aan medelijden. Het verlegt de focus weg van de mens. Probeer het lijden mee te dragen, al is het maar een stukje. Deel het. Ga naast iemand staan, niet er tegenover. En vooral: leer mensen hoe ze zichzelf veiligheid, liefde en geborgenheid kunnen geven; levensnoodzakelijke ervaringen die velen nooit hebben gekend. Zeg niet neerbuigend dat “het brein nog niet volgroeid was” tegen wie jaren en jaren zijn uiterste best deed om te overleven. Dat komt binnen als ontkenning, als geringschatting. De ondraaglijk lijdende mens wil zich gedragen voelen, zodat hij zichzelf kan leren dragen. Daar ligt de taak van de hulpverlener. Niet in protocollen. Maar in nabijheid.
Het dieptepunt van ons systeem? Dat er in 2025 nog steeds isolatiecellen bestaan in de psychiatrie. Mensonterende kamers waarin een brein dat al ten onder gaat aan overprikkeling nóg verder breekt in eenzaamheid. Wie overdenkt, denkt daar kapot. Met open ogen. In slow motion. Dat heet geen zorg. Dat heet trauma met overheidsstempel.
Overdenkers hebben geen zwakke geest. Ze hebben een intense geest in een platte wereld. Een wereld die liever dempt dan verdiept. Een samenleving die massaal smalltalk voert terwijl deze mensen snakken naar betekenis, waarheid, echtheid. Dus trekken velen zich terug. Ze zwijgen. Ze verdwijnen. Niet omdat ze asociaal zijn, maar omdat er geen plaats lijkt voor wie te diep voelt en te veel ziet.
Maar zo mag het niet eindigen.
Wij hebben geen stillere overdenkers nodig.Wij hebben een luisterende wereld nodig, en hulpverleners die begrijpen dat menselijkheid geen bijlage is, maar beginpunt.
Laat overdenkers spreken — niet zodat ze harder roepen, maar zodat hun stilte eindelijk wordt gehoord.
Wat is een overdenker?
Overdenkers zijn mensen met een uitzonderlijk snelle, fijngevoelige en gelaagde mentale verwerking. Ze denken associatief, intens en voortdurend, zonder uitknop. Vaak gaat dit samen met hoogbegaafdheid, sterke empathie en een grote behoefte aan betekenis, echtheid en verbinding. Ze raken diep ontroerd, maar ook diep gekwetst. Hun grootste honger is diepgang; hun grootste pijn is onbegrepen zijn.Overdenkers hebben geen stillere stemmen nodig, maar een luisterende wereld.
Naschrift
Deze column is geen aanklacht tegen individuen, maar tegen systemen die te klein zijn voor de menselijke geest. Overdenkers vragen geen voorkeursbehandeling, alleen erkenning van hun tempo, intensiteit en kwetsbaarheid. Als we leren luisteren naar wie anders voelt en denkt, creëren we een samenleving die niemand verliest in stilte.


Opmerkingen