top of page

Over nabijheid, en de kunst van het blijven


Samen op dezelfde bank, elk met een eigen binnenwereld. (Foto Ā© Pixabay)
Samen op dezelfde bank, elk met een eigen binnenwereld. (Foto Ā© Pixabay)

We verlangen naar verbinding zoals dorstige mensen naar water, en toch zetten we het glas weg zodra het te dichtbij komt. Alsof nabijheid iets is wat we wel willen voelen, maar niet helemaal durven ontvangen.


We leven naast elkaar. In bed, aan tafel, op de bank. Twee lichamen, twee schermen, twee werelden. Soms delen we een huis, soms een geschiedenis, soms zelfs een leven, maar we blijven voorzichtig op afstand van elkaar. Niet uit onwil. Eerder uit iets wat we zelf nauwelijks begrijpen.


We zeggen dat we ruimte nodig hebben. Tijd. Vrijheid.

En dat is vaak ook zo.

Maar even vaak betekent het: ik weet niet hoe ik bij je moet blijven zonder mezelf te verliezen.


Veel relaties stranden niet op een gebrek aan liefde, sommige wel, maar eindigen omdat nabijheid iets in ons wakker maakt dat ouder is dan de relatie zelf. Een spanning tussen nabijheid en veiligheid. Tussen gezien worden en overleven. Een spanning die geen woorden heeft. Een innerlijk alarmsysteem dat afgaat precies daar waar het zacht zou mogen worden.


Vaak krijgt de liefde onderweg te weinig ontwikkeling, te weinig voeding — soms al vanaf het prille begin. Dat valt helaas niet te ontkennen.Ā 

We leren al vroeg hoe nabijheid voelt. Of ze veilig is, of ze blijft, of ze verdwijnt.

En wat ooit nodig was om ons staande te houden, nemen we later onbewust mee. Als een onzichtbare handleiding voor relaties. We volgen haar trouw, zelfs wanneer ze ons in de weg zit.


Zo worden we volwassen mensen met oude reflexen.

We trekken ons terug wanneer iemand ons echt ziet.

Of we klampen ons vast wanneer de ander even afstand neemt.

We verlangen naar samenzijn, maar voelen onrust zodra het stil wordt.

En telkens denken we: het ligt aan de ander, terwijl het patroon zich zachtjes herhaalt.


Verbinding is geen techniek of methodiek. Geen vaardigheid die je even leert.

Het vraagt iets fundamentelers: de bereidheid om aanwezig te blijven bij wat er in ons gebeurt wanneer iemand dichtbij komt, of wanneer iemand weggaat.


Veel mensen leven uit verbinding met zichzelf. Niet omdat ze dat willen, maar omdat ze nooit geleerd hebben hoe verbinding voelt. Wie zichzelf niet kan bewonen, ervaart de ander al snel als te veel, of als redding.


Echte verbondenheid vraagt dat we niet verdwijnen. Niet in de ander, en niet uit de relatie.

Dat we leren blijven waar het spannend wordt.

Dat we luisteren naar onze neiging om te vluchten of te vechten, zonder er meteen naar te handelen.Ā 


Misschien begint verbinding precies daar:

waar we stoppen met onszelf te verlaten.

Waar we durven voelen wat nabijheid met ons doet.

Waar we mild kijken naar onze beschermingsmechanismen, en erkennen dat ze ooit nodig waren, maar ons nu niet meer hoeven te leiden.


Niet iedereen zal blijven.

Niet elke relatie is bedoeld om te blijven duren.

Maar misschien kunnen we leren om werkelijk aanwezig te zijn, zolang we er zijn.


En dat is al veel. Heel veel. Misschien het ultieme.Ā 

Het verlangen naar nabijheid blijft intussen het verlangen voeden — al lijkt de nabijheid soms verder weg dan ooit. Ā 

Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page