Over het verlangen naar schoonheid
- Luc Van De Steene
- 17 jan
- 3 minuten om te lezen

Tussen alle ellende en negativiteit in deze wereld denk ik soms aan iets anders: het verlangen naar schoonheid. Niet als luxe, niet als versiering, maar als noodzaak. Alsof er, midden in het rumoer van het nieuws en de dagelijkse schokken, een stille onderstroom is die blijft fluisteren: er is ook dit.
Dat verlangen kwam scherper in beeld toen een vrouw vertelde hoe zij zich kan verliezen in schoonheid. In muziek, in opera vooral. Ze sprak er niet over als over een hobby, maar als over een staat van zijn. Alsof de wereld daar even ophoudt hard te zijn, en iets toont dat tegelijk kwetsbaar en onwrikbaar is.
Wat mij raakte, was de gedachte dat zij in die schoonheid misschien niet iets vreemdsĀ ontmoet, maar iets eigens. Alsof wat haar zo diep treft buiten haar, al in haar aanwezig is. Schoonheid als spiegel, niet als masker.
We spreken vaak over kunst alsof die ons iets brengt: ontroering, troost, verheffing. Maar misschien herinnert kunst ons eerder aan iets wat we al bezitten, maar dreigen te vergeten. Een innerlijke gevoeligheid, een vermogen tot resonantie. Wie niet ontvankelijk is, hoort in een aria slechts klanken; wie dat wel is, herkent zichzelf in de adem van de zang.
In die zin is schoonheid geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een confrontatie ermee, zij het op een andere toonhoogte. Ze zegt niet āZo zou de wereld moeten zijnā maar eerder āDit vermogen tot harmonie bestaat.ā Wie het eenmaal heeft ervaren, weet dat het niet zomaar kan worden weggeredeneerd door cynisme of wanhoop.
Misschien verklaart dat ook waarom schoonheid ons soms zo kwetsbaar maakt. Wie zich opent voor een kwartet van Mozart of een scĆØne van Verdi, zet iets op het spel. Je laat toe dat iets je raakt, zonder garantie op bescherming. In een tijd die ons voortdurend aanspoort tot hardheid en ironie, is dat bijna een daad van verzet.
Ik denk aan Plato, die schoonheid zag als een glimp van het goede. Ik denk aan Rilke, die schreef dat schoonheid niet zacht is, maar āhet begin van de verschrikkingā is die we nog net verdragen. Niet omdat schoonheid zelf verschrikkelijk is, maar omdat ze ons laat voelen hoe klein, eindig en kwetsbaar we zijn tegenover wat groter is dan onszelf. Ze is het begin van iets dat ons overweldigt, maar dat we nog nĆ©t kunnen uithouden.
Schoonheid is meer dan een pleister van troost.
Ze is een waarheidservaring.
Ze maakt ons open, en dus kwetsbaar.Ā
Schoonheid wijst voorbij zichzelf. Ze zegt: kijk, dit is mogelijk; wat ga jij ermee doen? Het verklaart ook waarom mensen zich zo intens kunnen verliezen in muziek of opera: het is niet alleen genieten, maar ook jezelf blootstellen aan iets wat groter is dan jezelf.Ā
Misschien is dat wat die vrouw bedoelde, zonder het zo te formuleren. Dat zij in schoonheid niet alleen rust vindt, maar ook waarheid. Een waarheid die niet schreeuwt, niet overtuigt, maar aanwezig is. Zoals een thema dat steeds terugkeert, in een andere toonsoort.
En misschien is het verlangen naar schoonheid uiteindelijk niets anders dan het verlangen om onszelf niet kwijt te raken. Om, te midden van alles wat breekt en schuurt, te blijven geloven dat er een innerlijke ruimte is die kan meeklinken met iets groters. Dat wat wij herkennen als mooi, ons herkent, en even zegt: je bent hier nog.



Opmerkingen