top of page

Onze jongeren zijn geen probleem. Ze zijn een spiegel.

Wanneer jongeren ons een spiegel voorhouden, kijken wij liever weg. (Foto © Pixabay)
Wanneer jongeren ons een spiegel voorhouden, kijken wij liever weg. (Foto © Pixabay)

Onze kinderen en jongeren betalen opnieuw het gelag.

Het lijkt wel een constante doorheen de generaties: wanneer het schuurt in de samenleving, zijn zij het die het moeten ontgelden. Alsof het een ongeschreven wet is.


Ze krijgen labels opgeplakt. Te druk. Te brutaal. Te ongehoorzaam. Te gevoelig.

Ze lijden onder, en protesteren tegen, een ziekmakende regeldrift die steeds verder dichtklapt. Ondertussen vergeten we één cruciale waarheid: jonge mensen zijn geen probleem dat opgelost moet worden. Ze zijn een spiegel.


Hun gedrag ís betekenis. Hun onrust, hun verzet, hun terugtrekking of baldadigheid, het zijn geen losstaande fenomenen. Het zijn signalen. Spiegelingen. Van wat? Dat is precies de vraag die wij volwassenen liever niet stellen.


Spiegels confronteren, en confrontatie vraagt (h)erkenning.

Dat hebben we nergens geleerd. Niet in het onderwijs. Niet in onze opleidingen. Vaak zelfs niet in onze eigen opvoeding. Dus doen we wat we wél kennen: we grijpen naar controle — vanuit de eigen angst. 


In plaats van in gesprek te gaan met jonge mensen, en te proberen te begrijpen wat ze ons op hún manier komen vertellen, gaan we in de aanval. We verbieden. We bestraffen. We disciplineren. Wat wij ‘orde’ noemen, ervaren zij als afwijzing.


Jonge mensen voelen haarfijn aan wanneer macht blind wordt ingezet. Ze voelen zich machteloos tegenover systemen die niet luisteren, maar van bovenaf opleggen. Wanneer je iemand structureel het gevoel geeft dat hij niet gezien wordt, dat hij niet klopt, dat hij afwijkt van de norm, dan raakt die zichzelf kwijt.

Wat daaruit voortkomt, noemen wij vervolgens probleemgedrag.


Gedrag van jongeren is geen geïsoleerd probleem, maar een betekenisvolle reactie op context en relaties. Wanneer verbinding ontbreekt, schakelt het zenuwstelsel over van leren naar overleven. Wat jongeren over zichzelf gaan geloven, wordt sterk beïnvloed door hoe hun gedrag wordt gelezen en beantwoord. 

Jonge mensen houden ons een spiegel voor.

En wij kijken weg, meer dan ooit.

Sterker nog: we wijzen naar het spiegelbeeld en zeggen: fuck you! 


Meer en meer ben ik ervan overtuigd dat jonge mensen ons tonen dat we de verbinding kwijt zijn. Dat we elkaar niet meer werkelijk ontmoeten. Dat verbinding geen ‘zachte waarde’ is, maar iets fundamenteels. Iets biologisch. Iets wat in het prille begin van het leven moet kunnen ontstaan en groeien, zich moet kunnen ontwikkelen — vanuit vertrouwen en graag zien, vanuit veiligheid en grenzen stellen. 


Verbinding is geen soft concept, maar een neurobiologische noodzaak voor ontwikkeling.

Wanneer die verbinding stokt — door stress, door controle, door afwijzing — ontstaat er menselijk onvermogen. Iets wat niet tot ontwikkeling komt en zich jarenlang laat meedragen. Soms tot het bittere einde.

Meer en meer mensen bereiken het punt waarop geen verbinding meer mogelijk is.

Dat is het drama. 


Misschien moeten we stoppen met ons af te vragen wat er mis is met onze jongeren, en beginnen met de ongemakkelijke vraag wat zij ons al die tijd al proberen te zeggen.


Disclaimer | Deze column vertrekt vanuit kritisch denken, dat per definitie discipline-overstijgend is. Ze pretendeert geen sluitende waarheid, maar wil een perspectief openen dat in beleid, onderwijs en zorg nog te vaak ontbreekt. Mijn werk in een solopraktijk, waar zelfbeeld en verbinding centraal staan, vormt mee de voedingsbodem.

Wetenschappelijk naschrift — context en onderbouwing


De reflecties in deze column staan niet los van bestaande wetenschappelijke inzichten, maar raken aan een breed en groeiend veld van onderzoek binnen onder meer de ontwikkelingspsychologie, neurobiologie, pedagogiek en systeemtheorie. 


Binnen de ontwikkelingspsychologie wordt gedrag van kinderen en jongeren al decennialang begrepen als relationeel en contextueel. Modellen zoals het ecologisch systeemdenken (Bronfenbrenner) benadrukken dat ontwikkeling nooit losstaat van de omgeving waarin een jongere opgroeit; gezin, school, samenleving en cultuur zijn voortdurend met elkaar in wisselwerking. Gedrag kan in dat licht worden gelezen als een betekenisvolle reactie op die context, niet louter als individueel falen. 


De hechtingstheorie (Bowlby, Ainsworth) toont aan dat veilige verbinding een fundamentele voorwaarde is voor emotionele regulatie, exploratie en identiteitsontwikkeling. Wanneer die verbinding onder druk staat — door stress, afwijzing, onveiligheid of overmatige controle — verschuift het functioneren van leren naar overleven. In zulke omstandigheden neemt probleemgedrag niet af, maar toe. 


Ook inzichten uit de neurobiologie en het trauma-sensitief werken sluiten hierbij aan. Het autonome zenuwstelsel reageert voortdurend op signalen van veiligheid of dreiging. Chronische stress, ervaren onmacht en relationele afwijzing activeren verdedigingsmechanismen die zich kunnen uiten in agressie, terugtrekking, apathie of ontregeling. Straf en repressie versterken deze reacties vaak, in plaats van ze te corrigeren. 


Daarnaast wijst onderzoek naar zelfbeeld en motivatie (onder meer de zelfdeterminatietheorie) op het belang van drie psychologische basisbehoeften: verbondenheid, autonomie en competentie. Wanneer jongeren systematisch worden benaderd vanuit controle, labeling of probleemdenken, raakt vooral het zelfbeeld beschadigd. Wat aanvankelijk gedrag is, kan zo een identiteit worden. 


Binnen verschillende disciplines groeit het inzicht dat verbinding geen louter sociaal of emotioneel concept is, maar ook een biologisch gegeven. De ontwikkeling van het brein, stressregulatie en emotionele veerkracht zijn in sterke mate afhankelijk van co-regulatie en relationele veiligheid, zeker in de vroege levensfasen. Wanneer die ontwikkeling verstoord raakt, kunnen de effecten zich langdurig manifesteren. 


Dit naschrift pretendeert geen uitputtend overzicht te bieden, maar wil duidelijk maken dat het perspectief in de column niet enkel opiniërend is. Het bevindt zich op het raakvlak van wetenschappelijke kennis en praktijkervaring, en nodigt uit tot een verschuiving: van gedrag corrigeren naar betekenis begrijpen, van controle naar verbinding, van oordeel naar erkenning.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page