top of page

Luisteren naar je lichaam


Luisteren naar het lichaam begint vaak bij wat wel aanwezig is, maar nog niet helder. Het vraagt om aandacht in plaats van uitleg. (Foto © Unsplash) 
Luisteren naar het lichaam begint vaak bij wat wel aanwezig is, maar nog niet helder. Het vraagt om aandacht in plaats van uitleg. (Foto © Unsplash) 

Luisteren naar je lichaam, wat betekent dat eigenlijk? Eerlijk gezegd zou ik het niet weten, want ik heb maar één lijf. Jij ook, vermoed ik. Er is geen reserve-exemplaar, geen parallelle versie waarmee je kunt vergelijken. Er bestaat geen handleiding waarin staat hoe het voelt wanneer je écht goed luistert. Toch spreken we erover alsof het een ‘competentie’ is die je kunt oefenen, aanscherpen, perfectioneren. Alsof het lichaam een stem heeft die helder spreekt, en wij alleen wat stiller moeten worden.


Wanneer ik honger heb, begint er van alles te knorren. Vanbinnen, soms ook vanbuiten. Geef dat varkentje nog een emmer, zeg ik dan tegen mezelf, en zo geschiede. Heb ik dan geluisterd naar mijn lichaam? In zekere zin wel. Er was een signaal, ik reageerde. Maar het is een comfortabele vorm van luisteren: het signaal is luid, eenduidig, sociaal aanvaard.

Honger mag. Moeheid al iets minder. Twijfel nog minder. Pijn liever niet. 


Echt luisteren blijkt iets anders te zijn. Het vraagt niet alleen aandacht, maar ook bereidheid, en die ontbreekt vaak. We luisteren vooral naar datgene wat we willen horen. Met de ogen is het net zo: we zien wat we willen zien. De rest verdwijnt uit beeld, terwijl we niet beseffen dat het verdwenen is.

Ook wat we niet zien is er. Dat weet je pas wanneer een ander het benoemt.

“Zie je dan niet hoe moe je bent?”

“Je klinkt opgejaagd.”

“Je laat je schouders hangen.”

Zo ontstaat er verbinding. Broodnodig in deze tijden, waarin zelfzorg vaak een soloproject is geworden.


We weten pas dat we niet geluisterd hebben wanneer het lichaam STOP zegt.

Het is niet omdat we luisteren, dat we alles horen wat ertoe doet.

We denken vooral dat we luisteren. We registreren, we noteren, we rationaliseren. Tot het lichaam plots STOP zegt. Dan spreken we van pech, van toeval, van overbelasting. Maar zelden van gemiste signalen. Terwijl die er vrijwel altijd zijn geweest; alleen niet in de vorm die we konden of wilden herkennen.


Wat mij hierin vooral interesseert, is onze taal.

Niet de medische taal van diagnoses en protocollen, maar de alledaagse, achteloze woorden waarin het lichaam zich al lang heeft gemeld.

Psychosomatisch taalgebruik laat zich niet herkennen aan grote drama’s, maar aan kleine metaforen die telkens terugkeren.

“Het zit me hoog.”

“Ik kan dit niet meer slikken/verteren.”

“Het kruipt onder mijn vel.”

“Ik loop vast.”

“Ik draag te veel.”

“Het breekt me op.”

We noemen het beeldspraak, maar het lichaam neemt het opvallend letterlijk.


Wie zegt dat iets hem “op de maag ligt”, heeft vaak ook maagklachten. Wie zich “vastgelopen” voelt, ervaart stijfheid, blokkades, vermoeidheid. Wie herhaaldelijk zegt dat hij “geen ademruimte” heeft, ademt oppervlakkig.

De taal loopt vooruit op het symptoom; wij lopen eraan voorbij, omdat we haar niet letterlijk durven nemen. Taal is een seingever. 


Ook bij anderen is het hoorbaar, als we erop letten. Iemand die steeds zegt “ik moet hier doorheen”, alsof het leven een smalle gang is. Iemand die klaagt dat alles “zwaar” is, “drukt”, “weegt”. Iemand die voortdurend “op zijn tanden bijt”.

Het lichaam laat zich kennen in de woorden, lang voordat het zich terugtrekt of verzet. Psychosomatisch taalgebruik is geen bewijs, geen diagnose; het is een uitnodiging. Tot vertraging, tot aandacht, tot een ander soort gesprek.


Luisteren naar het lichaam blijkt uiteindelijk niet iets wat je alleen kunt. De ander fungeert als spiegel, als luisteraar van wat jij niet meer hoort.

Misschien is dat wat luisteren naar het lichaam werkelijk vraagt: niet meer focus op jezelf, maar meer ontvankelijkheid voor taal; die van jou en die van de ander.

Niet wachten tot het lichaam schreeuwt, maar leren horen hoe het mompelt, zucht, of zich verspreekt. Luisteren als een vorm van bescheidenheid: erkennen dat je niet alles ziet wat er is, niet alles hoort wat er gezegd wordt.


Misschien is luisteren naar het lichaam uiteindelijk niets anders dan toegeven dat we onszelf niet volledig begrijpen, en dat we de ander nodig hebben om te horen wat we zelf niet meer kunnen horen.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page