top of page

Het gezicht van redelijkheid — over hoe empathische taal moreel onvermogen maskeert

Wat ik denk: dat we vandaag meer dan ooit aandachtig moeten luisteren naar onze politici en beleidsmakers. Naar wat ze zeggen, en vooral naar wat ze níét zeggen.


Vanuit een stilaan ouderwetse liefde voor taal geloof ik: taal onthult wat je niet hoort, wat je niet ziet. Noem het luisteren met kennis van psycholinguïstiek.


Dat is de keuze waar we voor staan: empathie die enkel klinkt, of moraliteit die ook handelt.
Dat is de keuze waar we voor staan: empathie die enkel klinkt, of moraliteit die ook handelt.

Wie aandachtig luistert, hoort hoe taal en denken verstrengeld zijn. Taal is niet neutraal. Ze laat zich lezen als een venster op het innerlijk — een spiegel van overtuigingen, blinde vlekken, en zelfbeelden. Zelfs het gebruik van verkleinwoorden kan daarin betekenisvol zijn.


Wat gebeurt er als we met die blik naar onze politici luisteren?


“We zijn een westerse democratie en Israël zegt dat ook te zijn. En dat wil zeggen dat wij de plicht hebben om hen wakker te houden in het feit dat wat zij vandaag doen met een democratie niets meer te maken heeft. (…) Dat is onze taak (...). Maar alsjeblieft, laat ons in heel dit verhaal niet vergeten dat daar op het eind van de rit een heel complex verhaal ligt (...), dat we dat met symboliek niet gaan doen, maar wel met daden. Het is voor die daden dat ik vecht.”

Op het eerste gehoor klinkt het juist. In een recente nieuwsuitzending sprak de N-VA-voorzitter zich uit over het geweld in Gaza. Ze erkende het disproportionele geweld. Stelde dat Israël de regels van oorlogsvoering overschrijdt. En benadrukte dat het de taak is van westerse democratieën om Israël daarop te blijven aanspreken.


Sterke woorden — tot je luistert naar wat er níét gezegd wordt.


Want net na die morele erkenning komt de omslag: het geweld is betreurenswaardig, maar “we lossen het niet op met symboliek.” Het is “complex.” Wat telt zijn “daden” — bij voorkeur humanitaire hulp via officiële kanalen. En zo verschuift het discours geruisloos van morele verontwaardiging naar bestuurlijke pragmatiek. 


De empathische toon blijft, maar de morele ruggengraat verdwijnt. Precies daar wordt het gevaarlijk.

Hannah Arendt wees erop: het meest huiveringwekkende aan totalitaire systemen is niet het geweld zelf, maar de vanzelfsprekendheid waarmee het wordt genormaliseerd. Niet uit overtuiging, maar uit procedure. Niet in haatdragende taal, maar in redelijkheid. Ze noemde het de banaliteit van het kwaad: het kwaad dat zich vermomt als plichtsbesef.


Wat de voorzitter zegt, is niet uniek — het is exemplarisch. Het is de stem van het technocratisch-humanistische denkkader. Empathisch in toon, bestuurlijk in stijl, maar moreel inert. Het erkent lijden, zonder daar politieke consequenties aan te verbinden. Het stelt schendingen van mensenrechten vast, maar kiest voor diplomatieke afstand, procedurele rust en een hanteerbare daad: voedselhulp, geen confrontatie.


Deze stijl van spreken is alomtegenwoordig in de westerse politiek. Ze suggereert daadkracht, maar creëert verlamming. Ze klinkt volwassen, verstandig, afgewogen — maar is in wezen een taal van berusting. Redelijkheid wordt het masker van morele stilstand. Moreel gezien is het vluchtgedrag in afgeborstelde zinnen. 


Zoals George Orwell ooit waarschuwde: “Political language is designed to make lies sound truthful and murder respectable.” Redelijkheid is zelden neutraal; ze is vaak de laatste schuilplaats van het onrecht.

We zijn verslaafd geraakt aan complexiteit. Onrecht wordt verdronken in nuance. Verzet wordt afgedaan als symboolpolitiek. Elke oproep tot menselijkheid verdwijnt in het vermoeide refrein: “het is ingewikkeld.”


  • Maar wat is er ingewikkeld aan de uitspraak dat het structureel bombarderen van burgers moreel onaanvaardbaar is?

  • Wat is er complex aan de weigering om miljoenen mensen onder decennialange bezetting gelijke rechten te geven?


Deze redelijke taal verdooft precies wat Arendt vreesde: het morele oordeel. Ze beschrijft het kwaad, maar weigert het te veroordelen. En dus blijven we steken in empathische observaties zonder gevolgen. Terwijl kinderen sterven van de honger, spreken wij over realpolitik. Terwijl een volk systematisch wordt ontmenselijkt, houden wij vast aan bestuurlijke evenwichten.


De vraag is niet of we humanitair zijn. De vraag is of we nog de moed hebben moreel te zijn. En dat begint bij taal. Bij het durven uitspreken van waarheid zonder haar te relativeren tot procedure. Redelijkheid zonder morele ruggengraat is geen deugd — het is verlamming in afgeborstelde zinnen. Het is de beleefde vorm van berusting. Het is het gezicht van onmacht bij wie macht heeft.


Zoals Susan Sontag schreef: “Compassion is an unstable emotion. It needs to be translated into action, or it withers.” Dat is de keuze waar we voor staan: empathie die enkel klinkt, of moraliteit die ook handelt.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page