top of page

Frisse ideeën voor een nieuwe geestelijke gezondheidszorg

Bijgewerkt op: 4 nov 2025



Al meer dan een halve eeuw leven we met een gezondheidszorg die vooral meet, vergelijkt en classificeert. Ze ordent verschijnselen in categorieën, plakt labels en tracht via protocollen en richtlijnen de menselijke psyche te begrijpen. Maar hoe meer we diagnosticeren, hoe minder we lijken te begrijpen.


Een essay over mensbeeld, bewustzijn en de moed om anders te kijken. 


Een vergeten dimensie 


De geestelijke gezondheidszorg is vandaag een systeem geworden dat de mens reduceert tot zijn symptomen. ADHD, ASS, depressie, angststoornis: het zijn vakjes waarin complexiteit wordt samengebald, alsof identiteit een medische formule is.

Maar wat als onder al die diagnoses iets anders schuilgaat, iets wat we nauwelijks durven zien?


De ontdekking van hoogbegaafdheid als existentieel gegeven — niet enkel als intellectuele eigenschap, maar als andere manier van waarnemen, voelen en zijn — opent een nieuwe dimensie. Ze confronteert ons met de grenzen van het huidige denken over geestelijke gezondheid.


Het vergeten gezicht van de geestelijke gezondheidszorg


Gedurende tientallen jaren kwam geen enkele psycholoog, therapeut of psychiater op het idee dat achter sommige “problemen” misschien een vorm van hoogbegaafdheid schuilgaat. De term verschijnt niet in de DSM, en dus lijkt hij niet te bestaan.

En toch herkennen velen zich in de beschrijvingen van onderzoekers als Lore Dewulf: een intense manier van voelen, denken en ervaren, soms verward met overgevoeligheid, concentratieproblemen of stemmingswisselingen.


Het is verontrustend hoe makkelijk het systeem zulke ervaringen herleidt tot stoornissen.

Wie anders denkt of te diep voelt, krijgt een label. Wie niet past, moet worden bijgestuurd.

En ondertussen slibt de geestelijke gezondheidszorg dicht, ook letterlijk: de terugbetaling trekt mensen aan die geen psychiater nodig hebben, terwijl wie écht begeleiding zoekt, vaak geen plaats vindt.


Wat zegt dat over ons zorgmodel? Dat het ziek is aan efficiëntie, maar arm aan inzicht.


De mens past niet in de DSM


De DSM is een noodzakelijk handboek, maar ze werd een dogma.

Ze beschrijft afwijkingen op basis van waarneembaar gedrag, niet op basis van innerlijke betekenis. De mens wordt zo bekeken door een lens van meetbaarheid, niet van menselijkheid.


Daar schuilt het fundamentele probleem: de mens past niet in een systeem dat hem uitsluitend cognitief benadert.

De geest is geen machine die “defect” raakt; ze is een levend proces dat betekenis zoekt.

Ziekte, in de existentiële zin, ontstaat vaak niet uit disfunctie, maar uit verlies van betekenis, verbinding en erkenning.


Hoogbegaafden ervaren dat scherp: ze voelen sneller de kloof tussen wat gezegd wordt en wat bedoeld wordt, tussen het systeem en de mens. Hun intensiteit is geen afwijking; ze is een vorm van bewustzijn die uitnodigt tot dieper denken.


De mens is meer dan zijn diagnose


In onze pogingen om te begrijpen, verliezen we vaak het wezen van begrijpen zelf. Het rationele brein analyseert, vergelijkt, oordeelt. Het doet wat het moet doen. Maar het verliest daarbij soms de resonantie met de werkelijkheid.


We zijn als samenleving gaan geloven dat inzicht ontstaat uit afstand. Maar echte kennis vraagt nabijheid; de bereidheid om te voelen wat niet in cijfers past.Het gebrek aan affectieve empathie in de zorg is misschien de échte stoornis van onze tijd: we begrijpen cognitief, maar niet existentieel.


Wanneer we leren luisteren zonder te labelen, wanneer we mensen ontmoeten in hun betekenis in plaats van hun diagnose, ontstaat iets nieuws: zorg die niet herstelt naar een norm, maar uitnodigt tot groei.


De scheiding voorbij


De overheersing van het biomedisch model — dat lichaam en geest als gescheiden domeinen beschouwt — heeft de zorg decennialang gestuurd.Artsen focussen op het lichaam, psychologen en psychiaters op het brein.

Maar de mens leeft niet in fragmenten. Hij zoekt betekenis, samenhang, richting.


De context waarin iemand leeft, zijn levensomstandigheden, trauma’s en overtuigingen, zijn even bepalend voor zijn welzijn als biochemie of erfelijkheid.

Het is tijd om de muur tussen lichaam en geest te doorbreken, zoals de Berlijnse muur destijds.

Dat vraagt een nieuw paradigma, waarin zorg niet start bij defect, maar bij potentieel; niet bij stoornis, maar bij betekenis.


Naar een nieuwe geestelijke gezondheidszorg


Een zorgmodel van de toekomst erkent de mens als bewustzijn in ontwikkeling.

Het is geen systeem van etiketten, maar van verbindingen.

Het vertrekt niet van wat misloopt, maar van wat mogelijk is.


Zo’n model vraagt moed: de moed om de vertrouwde ordening los te laten en anders te kijken.

Hoogbegaafdheid kan daarin een gids zijn; niet als superioriteit, maar als gevoeligheid voor nuance, complexiteit en waarheid.


De geestelijke gezondheidszorg kan pas vernieuwen wanneer ze beseft dat ze niet over stoornissen gaat, maar over menselijke groei.

Niet over het herstellen van wat kapot is, maar over het begeleiden van wat zich wil ontvouwen.


Dat is geen utopie. Het is een uitnodiging.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page